LJG Twente is er ook voor U.

19 augustus 2017 | 27 Av 5777

Derasja parasjat Behar

Sjemittajaar

Derasja parasjat Behar

Droosje Sjabbat Behar  - Wajikra 25:1 - 26:2 

Het getal zeven is in onze cultuur belangrijk. Alles lijkt doorspekt – liever gezegd doorpekelvleesd – met dat getal. Zeven zijn de dagen van de schepping, van de week, van de dagen van Pesach en van Soekot; we tellen zeven weken van Pesach tot Sjawoeot, zeven dagen duurt de bruiloftsweek, we hebben zeven aartsvaders en  -moeders, zeventig jaar duurde de Babylonische ballingschap, ieder zevende jaar is een sjemittajaar en na zeven keer zeven jaar breekt weer een jubeljaar aan. Mijn lijst is vast nog niet compleet. Zeven geeft aan dat iets heilig, bijzonder, afgerond, compleet is. Op de zevende dag nam de Eeuwige rust van al het werk dat Hij scheppend had verricht. Scheppingsverhaal.

In de korte sidra van deze week, Behar, die meestal wordt gecombineerd met de volgende sidra, Bechoekotai, maar dit jaar niet, lazen we over de regels van het sjemitttajaar en over het houden van het jubeljaar, de jovel. Het 50e jaar. In vers 25:10 zien we al: “Het zal voor jullie een heilig jaar zijn, waarin kwijtschelding wordt afgekondigd voor alle inwoners van het land. Dit is het jubeljaar waarin ieder naar zijn eigen grond en zijn eigen familie kan terugkeren.”

Twee jaar lang, nl. het jubeljaar en het zevende, eraan voorafgaande sjmittajaar, jaar nummer 49, zal het land braak liggen. Niets mag geplant worden en God belooft het volk dat er genoeg vanuit zichzelf zal groeien om te nuttigen tot het volgende jaar, nr 51, weer gezaaid en daarna de oogst weer binnengehaald kan worden. En ieder zal naar zijn originele stamgebied terugkeren zoals dat al in de dagen van Jozua was verdeeld. Daarbij vervallen schulden, waarover bij voorbaat al geen rente geheven mocht worden.

In zijn commentaar op de passage over sjemitta en jovel schrijft rabbijn Jitschak Nafkha, derde eeuw, over psalm 103:20 => “Prijst de Eeuwige, U die zijn boden bent, sterke helden die doen wat hij zegt. Gehoorzaam aan het woord dat hij spreekt.” Nafkha zegt dan: dit gaat over hen die zich houden aan de wetten van sjemitta, het land braak laten liggen.” Waarom worden dat sterke helden genoemd? Omdat het wel gebruikelijk is de wetten van God - de bijzondere opdrachten - te vervullen voor een dag, voor een week soms, maar voor een heel jaar? Die persoon kijkt naar zijn veld of zijn boomgaard: niemand die er voor zorgt, niemand die het bijhoudt, het hek heeft reparatie nodig, dieren knagen aan de wortels van de bomen, en toch beheerst hij zich en doet niets. Onze rabbijnen leren in de Pirkei Awot: “wie is sterk? – wie zich kan bedwingen.” Wie is er dan sterker dan iemand die zich een heel sjemitttajaar kan bedwingen?” [Midrasj Tanchoema op Wajikra]  

Ik weet niet of rabbijn Nafkha aan meer dacht dan alleen aan het boerenbedrijf toen hij sprak over sterke mensen en hen die zich tot wel drie jaar kunnen inhouden wanneer hun handen jeuken om hun land te bewerken. Hoe vaak staan we niet machteloos toe te kijken bij onheil, pijn en verdriet van een ander, ziekte, en al wat we kunnen doen is in onze handen wrijven en vertrouwen op een ander. Ook hij zal in zijn leven veel meegemaakt hebben. De derde eeuw was de joden niet zo goed gezind en verdriet is van alle tijden. Niemand komt door het leven zonder die ervaringen. En na verdriet, misschien wel wegens het verlies van een dierbare, zal ieder weer moeten opstaan om verder te gaan.

Enkele verzen verder, in 25:23, lezen we over het jubeljaar in een andere context.  Waarom worden we verteld onze velden en gaarden braak te laten liggen voor maar liefst twee jaar? En waarom wordt ons enkel toegestaan het land te verpachten, terwijl een verkoop echte winst had kunnen brengen, waardoor iemand ook uit de schulden had kunnen komen? Omdat, zo vertelt God, het land van Hem is; wij zijn slechts vreemdelingen die bij Hem te gast zijn. Een landverkoop wegens schuld, derhalve vaak met dwingende partners, werkt verpaupering in de hand; dit is heden ten dage nog steeds de grote vloek van Zuid-Amerika waar de massa der landarbeiders in bittere armoede blijft, hoe hard men ook werkt.    

Geloof in een economisch herstel, geloof in de terugkeer van optimisme, hoop, vreugde in het leven, kan daarin helpen. Soms moeten we iemand zijn die een ander ondersteunt wanneer die door hun braakliggende land, hun dal van ellende, trekken en ze weer moeten leren ontdekken dat het leven uiteindelijk ook goed kan zijn. En soms zullen we zelf die steun van de ander nodig hebben. Het beste is dat we dan weten dat anderen er zijn om ons er weer uit te trekken. Dat is wat familie, wat gemeenschap maakt. 

Tijdens het jubeljaar zal jubelen niet het eerste zijn wat onze aandacht trekt. Goed te weten dat hoe lang het ook duurt, ieder van ons weer thuis kan komen en dat het land eens weer zijn goedheid zal geven. 

Gods woorden zijn een les in dankbaarheid, een basisbeginsel voor hoe wij Joden in de wereld staan. Uiteindelijk is het land niet van ons mensen om uit te putten; de velden waarvan wij kunnen bestaan zijn ons enkel verpacht door onze schepper. En dus zijn de zegeningen die we van het land halen niet zozeer ons persoonlijk bezit om maar te verkwisten. En is de gemeenschap waarin we opgroeiden er niet om later maar te negeren. God nodigt ons uit om ons thuis te voelen in deze wereld, we hebben geen andere, maar hebben Gods wereld het respect te tonen zoals dat van een gast mag worden verwacht.  

De vroege chassidische rabbijn Baruch ben Yechiel van Medzibosz legt deze zin anders uit. Volgens hem zijn wij slechts vreemdelingen ten aanzien van ons bestaan op de aarde, met al zijn uitdagingen, maar we zijn ook gasten bij God wanneer het gaat om onze aanwezigheid in Gods koninkrijk. Hoe meer afstand we hebben tot deze aardse wereld, hoe dichter ervaren we ons bestaan nabij God. Wanneer we ons zo verlaten voelen in deze wereld moeten we niet aannemen dat we door God verlaten zijn; op die momenten zijn we juist heel dicht bij Hem.

Zij die zaaien in tranen zullen oogsten met vreugde. Psalm 126:5 – denk aan de bensj – Hazoriem bedima – berina jiktsoroe. En als er momenten in ons leven zijn dat we zelfs niet kunnen zaaien, moeten we weten dat we ook dan niet alleen zijn – want dan is God de planter en zullen wij oogsten in vreugde.

Onze rabbijn Albert Ringer zegt: Wij leven in een tijd waarin wij, meer dan vroeger, ervaren dat wij als mensen in staat zijn om op kleine of grotere schaal goed te doen, maar waarin wij op ongekend grote schaal schade kunnen berokkenen aan de wereld en de mensheid. Sjemitta is voor mij een symbool van de kwetsbaarheid van de aarde die wij als mensen kunnen uitputten en die haar rust nodig heeft (zie Wajikra [Leviticus] 26:35). De laatste jaren is er, gelukkig, meer oog voor de onbalans in het bezit in de moderne wereld en de noodzaak voor financiële internationale regels. De opkomst van moderne informatie-technologie laat ons zien hoe dun de lijn is tussen vrijheid en onvrijheid. Ik denk dat wat Thora ons wil leren is, dat bezit, geld en handel niet intrinsiek verkeerd zijn, maar dat er regels moeten zijn, opdat ieder zoveel mogelijk in vrijheid kan leven. Thora onderstreept dat de mens als individu en de samenleving als geheel alleen God kan dienen als ieder werkelijk vrij is. Immers is het thema persoonlijke vrijheid niet voor niets de rode draad van ons belangrijkste feest: Pesach.

Meneer de burgemeester, mevrouw Karnebeck, allen hier aanwezig zijn zeer verheugd met uw bezoek aan ons. Behalve dat u hier als privépersonen onze gemente bezoekt vertegenwoordigt u met uw aanwezigheid híer, ook de Haaksbergse gemeenschap en de overheid in totaal en zien wij uw bezoek aan ons als een waardering van onze positie in de samenleving. Sinds wethouder Jordaan in 1825 door persoonlijk de koning te benaderen na meer dan 30 jaar procederen een bouwvergunning voor deze sjoel wist te regelen hebben wij steeds zeer goede contacten met onze naaste buren, het gemeentebestuur, onderhouden, zoals dat in Twente betaamt. We zijn blij elkaar wat beter te hebben kunnen leren kennen.                                           

Sjabbat sjalom - 28 mei 2016 / 20 iyar 5776 - Bert Oude Engberink    

Nieuws

UNESCO, Lees meer >>
Onze Joodse buren, de Synagoge van de Nederlands Israelit Lees meer >>
Information in English Lees meer >>

augustus

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31