LJG Twente is er ook voor U.

16 december 2017 | 28 Kislev 5778

Derasja Sjabbat Sjekaliem

Derasja Sjabbat Sjekaliem

Nog maar net bekomen van de schrik van de gebeurtenissen bij Sinai, worden we vandaag geconfronteerd met alledaagse voorschriften waaraan we ons dienen te houden. Een groter contrast  is nauwelijks denkbaar.

De Eeuwige heeft zijn hoge morele en ethische eisen aan het volk voorgelegd. En dan meteen daarna de prozaïsche woorden over het vrijlaten van slaven, verantwoordelijkheid bij persoonlijke schade of verwondingen, bescherming van bezit, zorg voor weduwen en wezen en vreemdelingen, het welzijn van dieren b.v. wanneer de ezel van je vijand onder zijn last blijkt te bezwijken enz.enz.

Maar volgens Rasji is er geen contrast tussen deze twee. Op grond van de beginwoorden ve eleh ha misjpatiem,en dit zijn de rechtsvoorschriften’, komt hij tot deze conclusie.Waarom zegt hij dit? Rasji wil aantonen dat deze rechtsvoorschriften niet alleen een vervolg  en een nadere uitwerking zijn van de Tien Uitspraken daarvoor gedaan, maar dat daarmee tevens is aangetoond dat ook deze misjpatiem op Sinai gegeven zijn en dus van hemelse, goddelijke oorsprong.

Al lezend kwamen verschillende vragen bij mij op die direct met het hiervoor gezegde te maken hebben, zeker na het herlezen van de vorige parasja Jitro. En die vragen kwamen op n.a.v. de tekst zelf en de Hebreeuwse grondtekst.

Hoe weten we zo zeker dat dit G-ds woorden zijn en niet die van Mozes? Daar hangt nogal wat van af!

Er blijkt een merkwaardige interactie te bestaan tussen beiden, tussen G-d en Mozes.

Zo staat in Ex. 19, 19, dus vlak voor de Tien Woorden: Mosje sprak en de Eeuwige antwoordde met luider stem( be kol). Pas daarna lezen we: En G-d sprak al deze woorden.

Ex. 20, 15 is nog raadselachtiger. Het volk was getuige van wat daar plaats vond bij Sinai. Het wordt als volgt vertaald: Heel het volk nam de donderslagen waar, de vlammen, het bazuingeschal en de brandende berg. In het Hebreeuws staat er: En heel het volk zag de stemmen (ve chol ha am ro’iem et ha kolot {meervoud van kol}), de donderslagen en de stem(kol) van de sjofar en de rokende berg.

Het gebruik van het werkwoord ‘zien’ bij geluiden waar je ‘horen’verwacht, geeft aan dat het om iets onbevattelijks gaat. Hoe moet je zoiets weergeven?

In vers 19 wordt dit nog eens door G-d herhaald: Jullie hebben gezien dat Ik vanuit de hemel met jullie heb gesproken (atem re’ietem ki min hashamaíem dibarti imachem).

Centraal in dit verhaal is het woordje kol, stem of geluid.

Op verschillende plaatsen in Tenach komen we deze uitdrukkig tegen. Bij de profeet Jeremia wordt het een ‘brullen’ van de Eeuwige wanneer hij ten strijde trekt. Maar nog duidelijker zien we dat in Psalm 29, de psalm die helemaal gaat over de ‘kol’ van de Eeuwige. Het hele reilen en zeilen in de schepping en in de wereld hangt af van deze ‘kol’, deze stem:

De stem des HEREN is over de wateren......

De stem des HEREN is met kracht.

De stem des HEREN is met heerlijkheid

De stem des HEREN breekt de ceders....

De stem des HEREN doet de woestijn beven.

De stem des HEREN doet de hinden jongen werpen en ontbloot de wouden.....

En dat is precies wat er in onze parasja wordt gezegd. Zijn heerlijkheid en heiligheid zijn zichtbaar in het alledaagse, in de verhouding van mensen onderling, in een sociaal rechtvaardige samenleving.

Dit is natuurlijk een mooie gedachtensprong, maar hoe weten we nu zeker dat dit Zijn voorschriften waren en niet die door Mozes zelf bedacht, misschien op praktische gronden, zoals je zou kunnen concluderen uit de woorden dat Mozes sprak en G-d antwoordde?

Ik bladerde terug in de Tora en zocht naar de eerste ontmoeting tussen de Eeuwige en Mozes. Hij krijgt de opdracht om naar Egypte te gaan en te spreken tegen Farao en het volk. Maar Mozes is daar allerminst happig op. Hij verzint alle mogelijke uitvluchten. Als ik in die tijd in Egypte was geweest, had ik vermoedelijk gereageerd zoals Mozes vreesde: Misschien zullen ze me niet geloven en niet naar mijn stem luisteren, maar zeggen: “de Eeuwige is je niet verschenen” (Gen. 4,1).

Hierop stelt G-d hem gerust.

Opnieuw protesteert Mozes, tot drie maal toe. Dan zegt de Eeuwige:

Wie heeft de mens een mond gegeven, wie maakt hem stom of doof of scherphorend of ziende of blind? Ben Ik het niet; de Eeuwige? Nu dan, Ik zal je in het spreken bijstaan en Ik zal je leren wat je moet zeggen (Gen. 4, 11-12).

Wat Mozes zegt is dus door de Eeuwige zelf geleerd. We kunnen dus gerust zijn, maar dichterbij kunnen we niet komen.

Later zal Jitro tegen Mozes zeggen: “Vertegenwoordig jij het volk bij G-d doordat je hun vragen voor Hem brengt. Geef hun leiding over de wetten en de Tora-voorschriften en maak ze bekend met de weg die ze moeten gaan en de handelingen die ze hebben te verrichten”( Ex. 18: 20).

En daar hebben we ons eeuwige ‘lernen’ aan te danken. Iedere Jood wordt geacht te weten hoe hij moet leven. ‘De Tora hoort niet alleen bij de rechters thuis, maar is de erfenis van elke Jood’, zegt Jonathan Sacks. G-ds heiligdom moeten we samen bouwen en in stand houden. Dit werd gesymboliseerd in de halve sjekel die ieder die daarvoor in aanmerking kwam, naar de Tempel moest brengen. Op de 1ste van de maand Nissan moest deze betaald worden, maar de 1ste  Adar kwam er al een herinnering aan deze verplichting, net als bij onze belastingdienst:  u mag weer dokken. De rijke mocht niet meer betalen en de arme niet minder. Al dit geld, kesef kipoeriem, het zoengeld, of machatsiet hasjekel, was bestemd voor het in stand houden en repareren van het heiligdom. D.w.z. ieder was in gelijke mate verantwoordelijk voor het heiligdom, de heilige samenleving waarin de Eeuwige te vinden zou zijn. Dat het werkelijke heiligdom en de heilige samenleving hand in hand gingen, blijkt uit de haftara. Want wat gebeurde er? De priesters potten al het geld op of gaven het uit aan gouden en zilveren vaatwerk, opsmuk voor het heiligdom, maar het heiligdom zelf raakte in verval, het werd niet gerepareerd. Maar ook de heilige samenleving raakte in verval. In de haftara die eigenlijk bij Misjpatiem hoort lezen we dat Zedekia het volk er aan herinnert dat het na zes jaar zijn Hebreeuwse slaaf of slavin moet vrijlaten. Het eerste gebod van dit hoofdstuk. Kennelijk gebeurde dat niet meer. Ze geven hieraan gehoor, maar krijgen meteen spijt en halen hun vrijgelatenen met geweld terug.

Afbeeldingsresultaat voor halve shekelDe halve sjekel van vandaag. 

In de haftara die we net hebben gelezen wordt verteld dat koning Joas de priesters berispt en zegt dat ze geen rooie cent meer van het volk mogen innen omdat ze het niet gebruiken waarvoor het bedoeld was. Hij ontneemt hen dit recht. De priesters gaan hiermee akkoord, maar zeggen daarbij dat ze dan ook niet meer de herstelwerkzaamheden zullen laten uitvoeren. (Iets dat ze toch al niet deden.) Er wordt een kist aan de ingang van het heiligdom geplaatst en wanneer daar voldoende geld in zit, komt de schrijver van de koning het ophalen. Deze stelt het de opzichters van de bouwvakkers ter hand, waarna zij het direct aan de werklui betalen voor het werk dat gedaan moet worden. Het ging niet naar overheadkosten of managers.

Nadrukkelijk wordt daarbij gezegd: Maar er werden voor het huis des HEREN, geen zilveren schalen, messen, sprengbekkens, trompetten, gouden of zilveren voorwerpen gemaakt van het geld dat in het huis des HEREN gebracht was.

Hier houdt de haftara op, maar het is interessant om even door te lezen.

Er blijkt een enorme schat aan goud en zilver te zijn in de Tempel en in het paleis. Dit was opgespaard door meerdere koningen als ‘geheiligde gave.’

Maar wat gebeurde daarmee? Werd het gebruikt tot welzijn van het volk en onderhoud van de Tempel?

De koning van Aram is op strooptocht en doet en passant ook even Jeruzalem aan. Hij weet welke rijkdommen daar te vinden zijn. Joas koopt hem af en daar gaan alle geheiligde gaven richting Aram. Waren ze nu maar op de juiste manier besteed! Duidelijker kan Tenach niet zijn.

Misjpatien en Sjekaliem leren ons dat een geheiligde, rechtvaardige samenleving alleen kan worden opgebouwd wanneer ieder zijn halve sjekel bijdraagt en dat het op de juiste manier wordt aangewend.

Dra. Gonnie Blok-Dragt - Sjabbat Sjekaliem - 29 Adar 5777 / 25 februari 2017 

Nieuws

Op 7 december werd er op het in Amsterdam aan de Amstelve Lees meer >>
Onze Joodse buren, de Synagoge van de Nederlands Israelit Lees meer >>
Information in English Lees meer >>

december

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31