LJG Twente is er ook voor U.

21 oktober 2017 | 1 Heshvan 5778

Derasja sjabbat Sjoftim

Derasja sjabbat Sjoftim

 

De 18e eeuwse Franse filosoof Rousseau begon zijn beroemde essay ‘Le Contract Social – Het Sociaal Contract’ over de ideale inrichting van een samenleving met gelijkheid voor alle burgers, met de stelling dat ‘men de mens moet voorstellen zoals die nu eenmaal is en de wetgeving zoals die zou moeten zijn.’ Had hij dat idee wellicht bij Mosje vandaan gehaald, uit zijn toepraken die we in het huidige boek Dewariem, Deuteronomium, kunnen vinden, en met name in de parasja Sjoftim van vandaag? Mosje geeft ons een mooi hemels basisplan voor een ideale samenleving die de Bnei Jisrael moeten gaan opbouwen zodra zij het land Jisrael zijn binnengetrokken. Die samenleving zal beter zijn dan alle tot dan toe bestaande bestuursvormen op gebied van wetgeving en omdat God voortdurend meekijkt – Deut. 4:7-8. Het recht zal de overhand hebben: rechtspraak, een deugdelijke overheid, klare taal, geen onrecht, geen klassenjustitie, geen corruptie. ‘Tsedek, tsedek tirdof’-  ‘rechtvaardigheid, rechtvaardigheid zul je najagen, opdat je zult leven en het land zult beërven dat de Eeuwige je God je nu geeft’ - Deut. 16:20. 

Mosje is zich er van bewust dat het plan niet direct een succes zal worden: de mens is zoals die is. De mensen zijn na een reis van bijna 40 jaar in de wildernis weliswaar beter gevormd, gekneed, dan ze waren bij de uittocht uit Egypte, als een vrijgevochten slavenbende, maar om een ideale samenleving te gaan vormen hadden ze nog wel wat wijze lessen van de grote roerganger nodig. Zonde, geweld, onbetrouwbaarheid, heetgeblakerdheid, kortom: met andere woorden: menselijk. Sommigen, zo wordt vandaag nog gewaarschuwd, zullen vervallen tot afgoderij en zullen als straf de dood tegemoet gaan. Anderen zullen valse profeten raadplegen of hun kinderen aan het vuur offeren. Er zullen moordenaars zijn en bloedwrekers om op ze te jagen. Er zullen tragische ongelukken plaatsvinden, zoals wanneer twee mensen hout zullen gaan hakken en de bijl schiet van de steel en doodt de ander zodat die sterft. Wat dan te doen? Deut. 19:5. Er zullen oorlogen komen, met de onbeschrijflijke ellende die dat zal voortbrengen – Deut. 20:13 – 18.    

Het bloed vloeit overal waar het maar enigszins gaan kan in deze hoofdstukken. Als voorbeelden voor een eerlijke en heilige orde die Mosje wil geven aan een samenleving van gewone mensen. Op het eind lezen we over de in het veld gevonden dode, en de dader is onbekend. Er moet een ceremonie plaatsvinden waarbij de dichtstbijzijnde dorpelingen de nek van een stierkalf moeten breken en moeten verklaren: ‘Onze handen hebben dit bloed niet vergoten,’ om aan te geven dat zij onschuldig zijn aan het misdrijf, maar er plaatsvervangend de schuld voor op zich nemen, met de doodstraf voor een jonge stier. Er hoeft dus geen half dorp voor te worden uitgeroeid, zoals dat nog steeds gangbaar is in de huidige omringende Arabische wereld. Deut. 21: 7 – 9.  

Deze parasja houdt zich bezig met autoriteit, rechtvaardig handelen in een wereld vol onrecht, overheidsmacht die rechtvaardig is en niet alleen maar effectief. Gevormde leiders moeten heersen – sjoftiem, rechters, oordelaars, misschien beter vertaald. Het is de naam van de parasja. Na de sjoftiem komen in deze sidra de rechters, priesters, profeten, oudsten, koningen en uiteraard als finale van die reeks de samenstellers van de Thora – Mosje en God in de hemel: Hakadosj Baroech Hoe zelf. Autoriteiten hebben we nodig, leert ons de Thora, want ons leven en ons bestaan hangt af van het handhaven van een rechtvaardige rechtspraak. In een samenleving zonder autoriteit zou de een de ander levend verslinden – schrijft de Pirkei Awot.

Rabbijn Nissim Gerondi, de Ran, Spanje 1310 – 1376, vat deze sidra samen met: Iedere samenleving heeft een of andere vorm van bestuurlijke organisatie nodig, en de Bnei Jisrael, die werden opgedragen een ideale samenleving in overeenstemming met Gods opdrachten te vormen – moesten zelfs een dubbele structuur vormen gezien hun opdracht. Zij waren aan de ene kant een volk zoals alle andere, waar moest worden samen geleefd met elkaar en waar moest worden geleefd tussen de vele overige volkeren rondom, maar men was ook gezegend met Gods wetgeving en Zijn althose aanwezigheid onder het volk. Die combinatie maakte het dat er voortdurend naar rechtvaardigheid werd gezocht waarnaar Mosje oproept bij het begin van deze parasja. De wetten van de Thora brengen ons enerzijds een goed functionerende samenleving en verbindt ons anderzijds met onze Goddelijke onder ons.   

Toch waren deze wetten niet altijd even praktisch. Zo kunnen we een moordenaar pas met wettig en overtuigend bewijs veroordelen wanneer ten minste twee vrome getuigen de dader voor zijn daad al hadden gewezen op de strafbaarheid van de nog komende misdaad en waarbij de moordenaar er duidelijk van bewust was van zijn daden. Dan moeten beide getuigenverklaringen van de moord gelijk zijn. Theoretisch prachtig, maar onuitvoerbaar en geen moordenaar komt hiermee nog vast te zitten. Daarom, zegt rabbijn Gerondi, stelt God het koningschap in, want die functie is in staat het burgerlijk gezag wat meer armslag te geven. Kom daar nu eens om. ‘Tsedek, tsedek tirdof’-  ‘rechtvaardigheid, rechtvaardigheid zul je najagen, is het ideaal; ‘Voel je vrij een koning over je aan te stellen’ – houdt ons met de voeten op de aarde. 

Maar die aardse koning zakt in de praktijk nog wel eens heel diep door zijn gespleten hoeven – corruptie, willekeur, paarden, vrouwen, zilver en goud – het is de weg terug naar Egypte. Om dat te voorkomen hoort een koning in zijn leven een Thorarol te schrijven en er altijd een paraat te hebben om er zelf uit te leren en om er mee om de oren te kunnen worden geslagen. Ook wanneer Mosje best wel weet dat iemand die de hele dag met een Thorarol onder de arm loopt nog steeds in staat is heel slecht te regeren en die Thora heel bizar te interpreteren. Toch stelt de Thora dat Jisrael het maar eens moet proberen. Er is blijkbaar geen beter alternatief.

Dewariem is een zionistisch boek. Het verlangt van de Bnei Jisrael dat het de mitswot uit de sfeer van het private leven van thuis of van sjoel trekt om het maatschappelijk toe te passen. Er moet voor de zwakkeren gezorgd worden, onderwijs en zorg moeten vanuit de Thora georganiseerd worden, zelfs milieu en buitenlandse politiek, minderhedenbeleid, verdeling van kennis, macht en inkomen. Een groot visioen van hoe het zou moeten en kunnen zijn, zelfs voor vandaag een opdracht.

Wanneer we nu kijken naar de samenleving in de staat Israel – zien we dat veel niet goed lukt, en andere zaken weer wel. Het land wordt immers geregeerd door mensen; een samenleving die al een eeuw onder druk staat van oorlog en schaarste. Zoals het met ieder land in zo'n situatie zou zijn. Gelukkig, naar mijn idee, is Israel vandaag een democratie en geen theocratie, want wie nu Talmoed- Thora zou moeten interpreteren, zelfverklaarde profeten, om die samenleving volledig in te richten zou wel eens op heel vreemde ideeën kunnen komen. Kijk naar Iran.

We hebben weer, Goddank, een joodse samenleving in een Joodse Staat in het Joodse land, waar Joden en anderen, ieder op zijn eigen manier, proberen rechtvaardigheid na te jagen, te kort schieten en het opnieuw proberen. Zoals al in de dagen van weleer.

Sjabbat sjalom

Bert Oude Engberink -  sjabbat 10 september 2016 / 7 eloel 5776

 

Nieuws

UNESCO, Lees meer >>
Onze Joodse buren, de Synagoge van de Nederlands Israelit Lees meer >>
Information in English Lees meer >>

oktober

  • <  
  •   >
z m d w d v z
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31