LJG Twente is er ook voor U.

23 september 2017 | 3 Tishri 5778

Derasja Sjabbat Wajechi

Derasja Sjabbat Wajechi

Vandaag ronden we met deze parasja het boek Beresjiet af.  In feite, met de 3-jarige cyclus, beginnen we met de eerste indelingen, en springen dan naar het eind met het overlijden van Joseef.  We springen daarmee over een reeks intrigerende verhalen over familieomstandigheden, vaderlijke uitspraken (niet altijd te complimenteus) over zijn zonen en kleinzonen, schuldgevoelens van broers, kleine, en misschien grote leugens vanuit angst of misschien om bestwil, en de reis en rituelen rond het begraven van Ja’akov.  Al de menselijke drama's van Ja'akov, Joseef en zijn broers komen samen in de laatste 3 hoofdstukken van Beresjiet – alleen al van dit zou je een fascinerende film kunnen maken over familierelaties, macht en angst.

Maar vandaag houden we ons een beetje aan wat er voorkomt in wat we gelezen hebben:

- een gezworen belofte van zijn zoon Joseef, om hem na zijn dood te begraven bij zijn voorouders in Kena’an in de grot van Machpela, in het bezit van de familie sinds Avraham het kocht.

- Een zegen over de twee zonen van Joseef, met een gebaar dat veel vragen in ons oproept

- en de laatste jaren en het sterven van Joseef, waarna hij gebalsemd wordt en in een sarcofaag gelegd.

En in al deze handelingen en gesprekken blijven we misschien met nog meer vragen, omdat deze parasja zo menselijk is, en, aan het end van Beresjiet, doordrongen is met menselijke  kwaliteiten.

Maar vanmorgen wil ik op drie punten de focus leggen:

- ten eerste, Ja’akov, en hoe hij genoemd wordt;

- ten tweede, het verzoek om in Kena’an te worden begraven

- en ten derde die zegen die hij zijn kleinzonen (of toch zijn zoon) gaf.

Wajechi Ja'akov - 'en Ja'akov leefde' - zo begint de parasja. Dit is een van de twee parasjot waar op het punt van sterven, de focus is op het leven, op chai - de andere is parasjat Chajei Sara. Er zijn in zekere zin aansluitingspunten, want bij het sterven van Sara koopt Avraham de grot van Machpela, en het is precies hier in Kena'an waar Ja'akov begraven wil worden. Ja'akov leefde nog 17 jaar in Egypte - precies het aantal jaren dat hij Joseef als zoon onderhield voordat deze via zijn broers 'verdween' en zijn vader in rouw achterliet, met de gedachte dat hij was gedood. Er is een dubbele mening in het werkwoord Wajechi - het betekent leven, maar kan ook gesetteld voelen betekenen. Misschien waren dit toch de jaren van tevredenheid na een lang leven van ellende, en was hij, misschien ook innerlijk, tot rust gekomen. Hij zorgde in zijn jongere jaren voor Joseef, nu zorgde zijn zoon voor hem tot, en na, zijn einde. 

Ja’akov wordt bij zijn oude naam, én bij zijn nieuwe naam (Jisraëel) genoemd. Weten de schrijvers niet beter, of zit er iets achter? Gisteren in het NIW, het Nieuw Israëlietisch Weekblad schreef rabbijn Hannah Nathans dat misschien de namen twee manieren van leven vertegenwoordigen.  Zij schrijft dat volgens rabbenoe Bachya ben Asher de naam Ja’acov bij het lichaam hoort en de naam Israël bij de ziel.  Hij zegt: het lichaam wil overleven, de ziel wil leven.  Maar ik vraag me ook af, met alle intriges in het leven van Ja’akov, of het misschien ook iets te doen heeft met karakter?  Verandert jouw karakter met een nieuwe naam, of kennen mensen je meer door jouw karakter dan door een naam?  Is jouw karakter meer gebonden aan een naam, of herinneren mensen je vanwege je karakter?

Ja'akov verzoekt zijn zoon om, als hij sterft, zeker te maken dat hij bij zijn voorouders begraven wordt in Kena’an.  Later, al heeft hij de belofte van Joseef gekregen dat dit zal gebeuren, moet Ja'akov toch zijn andere zonen dezelfde opdracht geven. Vertrouwde hij toch wel dat dit zou gebeuren?  Wat ligt in zijn karakter aan het eind van zijn leven dat terug gaat naar alles wat er in zijn leven is gebeurd en wat hij teweeg heeft gebracht?

En Joseef? Met deze belofte, in een eed afgelegd, heeft hij zich verplicht om terug te gaan naar de plaats, de regio, waar alle nare dingen in zijn jonge leven zijn gebeurd.  Er zijn midrasjiem die hier op inspelen en die zijn soms wel erg vergaan. Maar de vraag blijft, was deze begrafenis, en het terug zijn in die regio, de basis van de latere angst van de broers dat Joseef toch wraak zou nemen?  Hoe menselijk kan je zijn?!

En Ja’akov/Israël die zijn kleinzonen “zegent.”  Eigenlijk zegt Beresjiet in 48:15 dat hij Joseef zegent en door hem een belofte uitspreekt over de twee jongens, terwijl hij dat doet met gekruiste handen. Hier misschien ook weer een boodschap. Ja'akov geeft de jongste van de twee, Efraïm, een voorkeur want hij legt zijn rechterhand, in de oudheid de kant van de macht, op de jongste kleinzoon. Dit is natuurlijk in strijd met de wetten van de erfenis. Het was altijd de oudste wie de grotere zegen ontvangt. Joseef maakt bezwaar tegen de keuze van zijn vader, maar Ja'akov dringt erop aan dat het correct is.

Gunther Plaut, gerenommeerd Thora-commentator, wijst op het feit dat de stam van het woord Sikeil (met een sjin) – letterlijk betekent handen kruisen.  Maar er is een subtiel woordspel hier in het Hebreeuws want het kan ook “wijs bezig zijn/wijs doen/om verstandig te handelen” betekenen.  Maar hetzelfde woord met één letter verschil van sjin naar samech is ook sikeil, en betekent “om dwaas te handelen.”  Je zou kunnen zeggen dat Joseef heel Nederlands bezig was – doe maar gewoon pa, dan doe je al gek genoeg! 

Het is niet omdat hij blind is, zoals zijn zoon suggereert. Hij “ziet” in feite heel duidelijk. De jongere moet de grotere zegening ontvangen. Zo wordt het verwachte verhaal van erven herschreven door Ja'akovs eigen handen, ook als hij de twee kleinzonen, geboren van een niet-Hebreeuwse moeder, gelijkstelt aan hun ooms, zodat ze in de stammen van Israël opgenomen worden. Met een Hebreeuwse vader en een niet-Hebreeuwse moeder, worden ze totaal opgenomen, en hun namen worden nog altijd elke sjabbat genoemd met het zegenen van zonen.  Het Jodendom handhaaft nog altijd de volgorde van zegenen - “Efraim en Menasjee”, niet Menasjee en Efraim.

Afbeeldingsresultaat voor joseph ephraim menashe Marc Chagall - Ja'akov zegent Efraim en Menasjee, www.bibleodyssey.org  

Wat zat in deze wijziging naar Ja’acobs eigen hand en gedachte? Speelt hier ook het feit dat Ja'akov zelf, met de collaboratie van zijn moeder, toen als tweede zoon ook de zegen van de eerstgeborene kreeg van zijn oude, bijna blinde vader Jitschak?  Wat speelt hier meer? Probeert Ja’akov misschien toch iets goed te maken?

Wat zitten er toch veel menselijke dingen in deze sidra – en ik vermoed dat wij ons allemaal wel ergens mee kunnen identificeren. Hoe eindigt dit boek? Ja'akov, verenigd met zijn zoon Joseef, komt tot innerlijke rust met zichzelf, sterft en wordt begraven bij zijn voorouders.  De broers van Joseef leven in veiligheid en leren een les over vergeven en verder gaan.  Joseef wordt onderkoning van Egypte en sterft in luxe terwijl hij trouw blijft aan de Ene God. En door alle omstandigheden wordt een familie een groot volk. Voor de komende decennia en eeuwen zal Egypte hun thuis zijn.

In al deze menselijkheid, als we naar Joseef kijken, zien we misschien toch een patroon dat hoop geeft, want door Joseef wordt een familie in veligheid gesteld, kunnen ze groeien, en worden ze een groot volk. We kunnen niet altijd controle hebben over de omstandigheden van het leven, maar we hebben de macht om te beslissen of ontberingen en de strijd van het leven uitgroeien tot een blijvende last of de gelegenheid biedt om kracht te verzamelen, en verder te gaan.  Leef je of overleef je? Die vraag komt misschien weer aan de orde met Mosjee in Sjemot.  Het is misschien een vraag die we elke dag weer moeten beantwoorden – wil ik leven of alleen overleven?

Wilhelmina Hein - Sjabbat 14 januari 2017 / 16 tewet 5777

 

 

Nieuws

UNESCO, Lees meer >>
Onze Joodse buren, de Synagoge van de Nederlands Israelit Lees meer >>
Information in English Lees meer >>

september

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30