LJG Twente is er ook voor U.

19 augustus 2017 | 27 Av 5777

Derasja Sjabbat Wajisjlach

Derasja Sjabbat Wajisjlach

 

De afgelopen weken lazen we telkens over de levensverhalen van onze aartsvader Ja’akov. Ja’akov heeft jarenlang bij zijn oom Lawan gewoond. Nu is hij op de terugweg naar zijn geboortegrond. Hij weet dat Esau of Esav, de broer die hij zijn eerstgeboorterecht en de zegen heeft ontfutseld, hem tegemoet reist. Wanneer hij zijn gezin de rivier Jabbok heeft overgezet blijft hij alleen achter. Hij voert een strijd op leven en dood; hij strijdt met God of een engel, dat is niet duidelijk, tot de ochtend. Wanneer de strijd is afgelopen, is Ja’akov beschadigd en heel tegelijk. Bij het aanbreken van de dag blijkt Ja’akov te hinken. Wanneer hij aankomt in Sjechem, het oude Nabloes, de plaats waar de aartsvaders steeds leven, wordt echter van hem gezegd dat hij Sjaleem is, volledig.

Veel commentaren, zowel oudere als meer moderne, weten dat het gevecht van Ja’akov op de een of andere manier een gevecht met zichzelf is. Het is een innerlijke strijd, die sommigen moeten voeren om er als sterker of beter mens uit te kunnen komen. Hij strijdt met zijn eigen angst bijvoorbeeld, omdat Esav misschien wel een beter iemand is dan hij. Esav is immers bij zijn ouders, in Kanäan, gebleven, terwijl Ja’akov is weggegaan. Of misschien strijdt hij wel met de Esav in hemzelf, de man met de dubbele tong? De stoere, de wilde; de man, die zijn eigen weg kiest en de vrijheid verkiest boven alle vastheden in de wereld. De verhalen die de Thora over Ja’akov vertelt, zijn geen heldenverhalen.

Misschien is het gebed van Ja’akov wel de sleutel van het verhaal. Wanneer hij gehoord heeft dat Esav hem tegemoet reist met een leger van vierhonderd man, splitst hij zijn eigen gezelschap in twee delen. Mocht één deel vernietigd worden, dan kan het andere deel vluchten. Daarna bidt hij tot God en beschrijft zijn eigen situatie. “Te gering ben ik voor alle bewijzen van liefde en trouw die U uw dienaar bewezen hebt. Met alleen mijn stok ben ik deze Jordaan overgetrokken, nu ben ik tot twee groepen geworden” (Beresjiet [Genesis] 32:11). Op de vlucht voor zijn broer, op weg naar oom Lawan had Ja’akov niets dan de kleren aan zijn lijf en de stok in zijn hand. Nu heeft hij Kol, "alles" (33:11). Ja’akov begin zijn leven als een Iesj Tam, een eenvoudige of ingetogen man die in tenten woont (25:27). Nu is hij een rijke man met een groot gezin, ruzie met zijn broer en oom, met een vrouw die hij lief heeft en één die duidelijk minder wordt geacht. Hij is het contact met zijn ouders kwijt en net als zijn vader eerder trekt hij een zoon voor en negeert de anderen. Hij mag dan alles hebben, onderweg is er blijkbaar ook iets verloren gegaan. Zijn integriteit, zijn reschaffenheit.

Ja’akov schenkt Esav vast grote hoeveelheden geschenken voor zich uit, om hem tevreden te stellen. In feite bereidt hij zich enerzijds voor op een oorlog en anderzijds probeert hij wanhopig een sfeer van goede vrede te creëren.

Volgens Rasji (verwijzend naar Genesis 32:11) gebruikt hij het gebed zoals het was bedoeld om te worden gebruikt: als een kans om over je handelingen en daden na te denken en om na te denken over zijn relatie met de Meester van het Al. Het was niet alleen een poging om God af te smeken wat hij het meest nodig heeft: veiligheid. Onze voorvader Ja’akov was niet de spreekwoordelijke "atheïst in het schuttersputje."

Waarom is de joodse traditie er één van het smeden van een relatie met God in tijden van crisis? Waarom denken we na over onze dienst aan onze Schepper in tijden van nood?

Het Joodse volk is bekend als B'nai Jisrael, de kinderen van Jisrael; Israël zijnde onze voorvader Ja’akov. De westerse wereld wordt vaak gezien als een overblijfsel en de opvolger van het Romeinse Rijk, waarvan Esav, Ja’akov’s broer, traditioneel als de stamvader ervan wordt gezien. Twee weken geleden, in de sidra Toledot, lazen we over de zegeningen die Jitschak had gegeven aan deze broeders. Nadat Ja’akov de eerste zegen had genomen, smeekte Esav zijn vader voor een zegen, maar Jitschak vertelde hem dat ze op waren. Na veel vleierij formuleert Jitschak alsnog een zegen die het spiegelbeeld van die aan Ja’akov lijkt te zijn. Wat zijn de verschillen tussen die beide zegeningen? Nog vreemder, na dit hele verhaal, kreeg Ja’akov voor zijn vertrek, zijn vlucht voor Esav, van zijn vader nog een extra zegen. Waarom kon deze zegen niet gaan naar Esav?

Er zijn twee belangrijke verschillen.

Ten eerste ontvangen beide een zegen voor welvaart - maar ze zijn omgekeerd: Ja’akov werd gezegend met de "dauw van de hemel en de vettigheid van de aarde (27:28)," terwijl Esav werd gezegend met "de vette streken der aarde ... en van de dauw des hemels van boven (27:39). " Daarnaast werd Ja’akov verteld dat hij "een heerser over zijn broer (27:29)" zou gaan worden, in tegenstelling tot Esav, die werd verteld dat hij ondergeschikt zal worden, maar "als je wordt onderdrukt, dan kun je zijn juk van je afwerpen (27:40)." Waarom was die omdraaiing nodig op de zegen voor welvaart? En wanneer zal Esav het juk van zijn broer Ja’akov afwerpen?

Bovendien is de tweede zegen aan Ja’akov (28:3-4) niet geschikt voor Esav. De eerste zegening was voor overvloed in de fysieke wereld, de tweede zegen was voor grootheid in het spirituele. Jitschak verleende niet alleen Gods belofte van een talrijk volk in het land van Israël, maar breidde de "zegen van Abraham" ook uit. Rasji legt deze zegen van Abraham uit.

Behalve de belofte uit te groeien tot een groot volk in Kanaän (12:2) zouden de volkeren der wereld gezegend worden met zijn nakomelingen. Dit werd toegezegd na de Akeda (22:18) en nadat Jitschak trouwde met Rivka (26:4). Dit als beloning voor Awrahams inzet voor het woord van God en het volgen van de weg van de Thora.

Terug naar die nacht in Pniël.

Slaagt Ja’akov erin in de strijd in de nacht zijn eigen integriteit te herstellen? Dat is maar de vraag. Aan het eind van de strijd is er een soort patstelling, beiden houden elkaar vast, niemand heeft gewonnen. Het was donker, maar de volgende morgen noemt Ja’akov de plaats van het gevecht Pniël, Gods gezicht. Hoe ziet God er uit in de ogen van Ja’akov? Misschien wel zoals Esav: “Ik zag jouw aangezicht als het aangezicht van God” (33:10). Maar Ja’akov is wel getekend door de strijd. Vanaf nu heet hij Jisraël, hij die met God streed (32:29).

Afbeeldingsresultaat voor jacob pniel

Afbeelding: Charlotte’s Musings: Wrestling with God; www.verborgenbronnen.nl 

Ja’akov was er zich volledig van bewust dat zijn voorbereidingen voor oorlog en voor vrede nodige actiestappen waren, maar zijn uiteindelijke succes was gebaseerd op zijn relatie met God. Op die manier herbevestigde Ja’akov zijn verbond met God, rekening houdend met de afspraak beloond te worden voor goed gedrag en gestraft voor zijn zonden.

De Joodse wereld van vandaag zou moeten worden geleid door de jetser hatov, de goede neiging, de aanleg die we van Ja’akov hebben meegekregen. Echter wordt het hedendaagse jodendom zo sterk uitgedaagd door die slechte neiging, de jetser hara, die wordt opgewekt door die andere nakomeling van Awraham, de Esav in ons en de Esav in de westerse cultuur. Die iedereen zegt: doe lekker met ons mee, en laat je niet inperken door dat ouderwetse geloof van vroeger. Waar ieder ook staat in zijn jodendomsbeleving, zijn er mitswot uit te voeren en mogelijkheden zichzelf verder te ontwikkelen in joodse kennis.

Ons leven is misschien wel zoals dat van Ja’akov. Vanaf ons kind-zijn naar de volwassenheid wordt wat gewonnen en wat verloren. We groeien en ontwikkelen onszelf tot hele mensen, maar ondertussen raken we van alles kwijt, met name onze dromen en krachten, die het vaak afleggen tegenover onze desillusies en zwakheden. Jodendom streeft niet naar een leven in totaal evenwicht, want volgens de natuurkunde is evenwicht stilstand. Het leven is een zoektocht. Soms betekent dat ook dat wij rivieren moeten oversteken of moeten vechten met onszelf. Wat wij zijn is uiteindelijk onze hele geschiedenis, alles dat ons is overkomen. Het is zowel de reis als het gevecht die ons werkelijk maken wie we zijn.

In ons leven ontmoeten we vele mensen en putten van alles uit onze ontmoetingen. Maar uiteindelijk gaan we onze eigen weg; dat is wat anders dan dat we onze eigen gang gaan.

Ik wens u allen sjabbat sjalom. 

Bert Oude Engberink - Sjabbat 17 december 2016 / 17 kislev 5777

Nieuws

UNESCO, Lees meer >>
Onze Joodse buren, de Synagoge van de Nederlands Israelit Lees meer >>
Information in English Lees meer >>

augustus

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31