LJG Twente is er ook voor U.

16 december 2017 | 28 Kislev 5778

Derasja Sjawoe'ot 2016

Derasja Sjawoe'ot 2016

“ ’Wij Zullen Doen’- maar wat doen we? ”   

Vandaag vieren wij, met heel het Jodendom, Sjawoe’ot, een van de sjalosj regaliem, de drie Pelgrimsfeesten, en zijn we klaar met het tellen van de Omer. In de agrarische betekenis gedenkt Sjawoe’ot de tijd waarop de eerste vruchten geoogst werden en naar de Tempel werden gebracht. In die betekenis staat het feest bekend als Chag ha-Bikkoerim (het Feest van de Eerste Vruchten). Traditioneel, en in een aantal stromingen binnen het Jodendom zijn, na Sjawoe'ot,  huwelijken weer toegestaan, mogen mannen zich weer scheren en mag er weer naar instrumentale muziek worden geluisterd. Al deze activiteiten waren tijdens de Omertelling, die met Pesach begon, verboden (met uitzondering van Lag Ba'omer).  Het is ook het feest geworden waar wij herdenken dat de Eeuwige de Tora gaf aan Mosjee en aan Israël. Ook  wordt het verhaal van Ruth gelezen – een verhaal dat ons aanspreekt, en vooral mensen die voor het Jodendom hebben gekozen – door haar keuze als Moabiet, een deel te worden van het volk van haar schoonmoeder, en het Jodendom op zich te nemen.        

En vandaag lezen we dus hoe Israël, als Mosjee de berg voor de eerste keer afkomt en nog voordat de asèrèt hadiwrot (letterlijk: 'Tien woorden' of 'Tien uitspraken') gegeven worden, het volk al zegt, “wij zullen alles doen wat de Eeuwige heeft gezegd”.  (Sjemot 19:8.)   Maar wat heeft God gezegd op dat moment?  “Als je mijn woorden ter harte neemt en je aan het verbond met mij houdt, zul je een kostbaar bezit voor mij zijn – kostbaarder dan alle andere volken…Een koninkrijk van priesters zul je zijn…” (Sjemot 19:5-6).  Wie zou niet “ja” zeggen tegen een belofte van “Ik zal van je houden, je bent speciaal, je wordt priester!” Dus zeggen ze “ja,” maar wij weten, dat nog voordat Mosjee de volgende keer terug komt mét de Tien Uitspraken, het een loze reactie is geweest – een gouden kalf liever dan wachten; uiterlijk vertoon in plaats van innerlijke reflectie.

  Shavuot with the Samaritans 

Ik vraag me af wat er gebeurde toen ze echt alles wat God Mosjee had opgedragen zagen en hoorden – “Hé, wacht eens even.  Hier heb ik me niet voor aangemeld.  Al die ver- en geboden?”  Want plotseling wordt je als Israëliet geconfronteerd met een reeks opdrachten die al je mens-God en mens-mens relaties beïnvloeden. Toen pas ontdekte het volk dat er werk aan de winkel was, dat je niet alleen bevrijd uit Egypte was, maar dat je aan een interne “bevrijding” moest werken, persoonlijk en collectief, om een nieuwe wereld te creëren waar de ene onzichtbare Elohim/Adonai centraal stond.

rabbi Sjimon bar Jochai zegt in een Mechilta:

En antwoordde het volk samen, en zei: "Alles wat G’d gesproken heeft, zullen wij doen"

Zei G’d tot hen: "Ik heb een  garantstelling nodig."
Zei het volk van Israël: "De hemel en de aarde zullen onze garantstelling zijn."
Zei G’d: "Ze zullen niet eeuwig duren."
Zeiden zij: "Onze vaders zullen het waarborgen."
Hij zei: "Ze zijn altijd druk."
Zeiden zij: "Onze kinderen zullen het waarborgen."
En God zei: "Die zijn een uitstekende garantstelling."

Misschien laat deze midrasj zien dat het niet alleen ging over het volk dat de Tora accepteerde maar ook over hun nakomelingen, en dat de enige manier om Tora door te geven was door leren, maar nog belangrijker, door het voorbeeld.  We hebben onze kinderen als garantie gegeven voor het houden aan- en onderhouden van de Tora en daarmee de garantie voor het doorgeven ervan van generatie op generatie. (En misschien zijn hier ook “kinderen” allen die met nieuwe ogen steeds weer kijken en lernen). Maar wat geven we door aan onze kinderen?  Hoe zijn wij verantwoordelijk voor wat we doorgeven? Aan elkaar?  Aan de wereld?

De grote denker en schrijver Achad Ha-Am gebruikte veel van zijn tijd om te reflecteren over het Joods bestaan.  Zijn beraadslagingen werden versterkt door de lopende gesprekken met andere Joodse leiders in de eerste decennia van de twintigste eeuw. In september 1910 in een brief aan Rabbijn Judah Magnes, schreef Achad Ha-Am: "Leren-leren-leren: dat is het geheim van het Joodse overleven." Daarom was de nacht van Sjawoe’ot, bestemd als een nacht van leren, zo belangrijk, want in die nacht kon men spreken over alles wat te maken heeft met onze relatie met Tora, met God, met de medemens en de wereld. ...  dus simpel gezegd, de boodschap is te leren, leren, leren  - slapen komt later wel! 

Maar wat betekent het om te “leren?”  Gaat het alleen maar over Tora uit je hoofd te kunnen reciteren, of pagina na pagina van Talmoed te bestuderen en citaten uit je hoofd kennen?  Of misschien bezig zijn met Gematria of Kabbala?  Gaat het alleen over leren zoals wij het woord kennen – een soort Tora/Talmoed “wetenschap,” of is er eigenlijk een diepere functie?  Gebruiken wij Tora om te laten zien hoeveel meer wij kennen dan iemand anders, of zitten we hiermee op het verkeerde niveau?

“Ik ben altijd achterdochtig van de druk in de richting van absolute ideologische conformiteit” schrijft Rabbijn Jonathan Wittenberg, in zijn boek Walking  with the Light;  “Ik geloof niet in bewijzen van het bestaan van God, of in magische formules aangedragen door het mengen en het vermenigvuldigen van de numerieke waarden van de woorden op een heilige pagina. Maar ik geloof in voorbeeld en getuigenis (Engelse woord –“testament”). De grootste van alle dergelijke getuigenissen en voorbeelden is wat mensen doen met hun tijd op aarde, omdat ze zijn geïnspireerd door Gods aanwezigheid in de waardigheid, tederheid en kwetsbaarheid van het menselijk leven.” 

Ik vermoed dat het leren veel dieper ligt dan wetenschap.  Het is in feite een ander soort weten.  In plaats van het weten met hersens, hebben we het hier over een leren en weten met het hart.  En dat betekent dat iedereen mee kan doen om zijn, of haar, weg te vinden en zich te verdiepen in het Jodendom.  Er bestaat geen Cito-toets, diplomering of doctoraat want het leren met het hart kan niet op die manier getoetst worden.

Ik citeer Rabbijn Rav Evers:

De verhouding tussen God en mens wordt in de Tora beschreven in ethische categorieën: op de mens wordt een ethisch beroep gedaan. Het is een Ich-Du relatie, die de mens niettemin vrijlaat in zijn keuzes en hem (of haar) een grote individuele verantwoordelijkheid toekent, samengevat in het ethisch monotheïsme van het jodendom.  …met  het wandelen in de voetsporen van God en het opgaan in Zijn eigenschappen. Het mens- en wereldbeeld wordt bepaald door het begrip verheffing, waarin alle onderdelen van de schepping worden betrokken.

Hierbij is dus de Tora meer dan een verzameling woorden.  Tora raakt ons hart, en daar, in het diepste van ons mens-zijn en ons Joods-zijn, vinden wij iets dat ons aanspreekt.  Het is daar dat de Eeuwige ons zoekt en daar dat wij de essentie van leven ontdekken. Dat we dit niet altijd goed doen laat de profeet Jeremia zien.  Zijn opvattingen maken het duidelijk dat hij te maken had met een verdwaald volk, mensen die de wetten en regels wisten, maar al generaties bezig waren op het verkeerde niveau, en waar hart-kennis van de Eeuwige ver te zoeken was.  En toch is de Eeuwige bereid, en heeft in feite besloten, dat er een nieuw verbond zal komen – één waar we elkaar niet hoeven te onderwijzen maar waar we de Eeuwige al kennen, in ons hart.  Dit, zegt Wittenberg, is een ontdekkingstocht en “daar ligt de essentie, daar ligt de vreugde”.

Zeven jaar geleden, op de 47ste dag van de Omer, kwam ik voor het Bet Din, werd ik Joods.  Een paar dagen later met Sjawoe’ot, kreeg ik mijn eerst peticha.  De vreugde van die momenten blijven mij bijstaan, moedigen en inspireren mij om constant bezig te zijn met het verdiepen van wat dit allemaal betekent, en wat het betekent als Joods in de wereld te staan.  Ik ben Joods, en altijd nog op weg naar… met een vreugde waar je elementen van kan beschrijven maar nooit totaal uit kan leggen.  Een gevoel van “thuis” dat diep in het hart ligt, en dat hart wordt gestimuleerd door discussie, reflectie, lernen, groeien – en soms gewoon vreugdevolle stilte.

Ook wij zijn nog altijd een volk-in-wording, levendig Joods in een Jodendom dat levendig is, precies omdat wij steeds nog interpreteren, leren, en discussiëren over alles wat het betekent Joods, en mens, te zijn.  Daarin is het belangrijkste niet alleen wat je van een pagina absorbeert, maar hoe het je tot reflectie brengt om ook constant een mens-in-wording te zijn, misschien nooit compleet, altijd op weg, maar wel voldaan met het feit dat wij geliefd zijn, met elke dag nieuwe opties voor kennis en groei.

Chag Sjawoe'ot sameach - 6 siewan 5776 / 12 juni 2016 - Wilhelmina Hein 

Nieuws

Op 7 december werd er op het in Amsterdam aan de Amstelve Lees meer >>
Onze Joodse buren, de Synagoge van de Nederlands Israelit Lees meer >>
Information in English Lees meer >>

december

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31