LJG Twente is er ook voor U.

21 oktober 2017 | 1 Heshvan 5778

Derasja voor de ochtend van Rosj haSjana 5777 /2016

Derasja voor de ochtend van Rosj haSjana 5777 /2016

 

Straks zullen we het geluid van de sjofar horen: Teki’a: ‘blaas’, de strakke toon van de sjofar, Teroe’a: ‘schreeuw’, ‘roep luidkeels’, Sjewariem: de trillende toon. De eerste dag van de zevende maand begint het nieuwe jaar van de jaren. Nieuwe documenten worden dan getekend en zijn vanaf dan van kracht. In vroeger tijden was dit het tijdstip waarmee de jaren voor koningen werden geteld. Dit gold voor de koningen van Israël, maar ook voor die van andere landen.

In de Talmoed, tractaat Rosj Hasjana staat: Spreek voor Mij op de Nieuwjaarsdag woorden uit die melding maken van Mijn koningschap, van herinnering en blaas de sjofar: koningschap - zodat jullie Mijn koningschap zullen aanvaarden, herinnering - opdat Ik me jullie ten gunste zal herinneren. En waardoor zal dat gebeuren: door de sjofar (T.B. 16a).

De volgende vraag die in de Talmoed gesteld wordt is: ‘Waarom blazen we op de sjofar?’ Omdat de Eeuwige, geprezen zij Hij, gezegd heeft: ‘Blaas voor Mij op de ramshoorn opdat Ik jullie zal herinneren vanwege de binding van Jitschak, de zoon van Avraham en jullie zal beschouwen alsof jullie jezelf gebonden hadden voor Mij.’

Even verderop wordt Jisjmaël genoemd, hij is weggestuurd door Avraham op aandringen van Sara. In de woestijn, waar hij van dorst dreigt te sterven, lezen we dat G-d zegt: Ik heb de stem van de jongen gehoord, daar waar hij is  (Gen 21, 17).

Hoewel in de Tora deze woorden in een ander verband worden gesproken, lezen de rabbijnen dit ‘daar waar hij is’ als: op het tijdstip waarop het oordeel wordt geveld, op dat moment. Pas op dat moment besloot G-d een keer te brengen in het lot van de jongen.

En dan krijgen we een zeer boeiende wending in de Talmoed. We weten dat we in deze tijd onze eigen daden moeten onderzoeken, wat deden we goed en wat fout. Pas met het erkennen van eigen fouten is er verzoening mogelijk.

Maar wat zegt Sara tegen Avraham nadat ze zelf Hagar aan Avraham als bijvrouw heeft gegeven en ze zich later door haar beledigd voelt? ‘Chamasi aleicha’. ‘Het kwaad mij aangedaan komt voor jouw rekening.’ Maar er staat letterlijk: ‘mijn kwaad op jou’, ‘moge mijn kwaad op jou neerkomen’. Ze schuift haar eigen kwaad in de schoenen van Avraham en ziet niet wat ze zelf fout heeft gedaan. Op die dag werd Sara’s oordeel geveld, zegt de Talmoed, ze sterft eerder dan Avraham.

Mijn gedachten gingen onwillekeurig naar andere plaatsen in de Tora waar de Eeuwige zegt dat Hij ‘de stem hoort’, zoals het geval was bij Jisjmaël.

Maar dan gaat het over de vreemdeling.

Geen enkele mitzva, geen enkel gebod, wordt zo vaak genoemd in de Tora als dat van het liefhebben van de vreemdeling en het verbod  hem onderdrukken: zesendertig keer! Vele malen meer dan het gebod om G-d lief te hebben, de sjabbat de houden, de besnijdenis uit te voeren, het verbod om kwaad te spreken of ongeoorloofd voedsel te eten. ’Want jullie weten wat het is om vreemdeling te zijn.’

Een vreemdeling zullen jullie niet onderdrukken, noch hem benauwen, want jullie zijn vreemdelingen geweest in het land Egypte.

Geen enkele weduwe of wees zullen jullie onderdrukken.

Als jullie hem toch verdrukken, en hij zal tot Mij roepen, zal Ik zeker naar zijn stem luisteren.

Mijn toorn zal ontbranden en Ik zal jullie met het zwaard doden, zodat jullie vrouwen weduwen en jullie kinderen wezen zullen worden (Ex.22: 21-24).

Soms worden we bij deze tekst geconfronteerd met een onjuiste vertaling.  De tekst heeft n.l. twee lijdende voorwerpen: de vreemdeling en de weduwe en de wees. De gebruikelijk vertaling neemt deze twee als een: als jullie dezen toch verdrukt en zij luid tot Mij zullen roepen, dan zal Ik zeker naar hen luisteren. Maar in de Hebreeuwse tekst is dat verdrukken, roepen en luisteren verbonden met de vreemdeling, er staat ‘oto’, ‘hem’ en niet 'otam,' ‘dezen’.

De laatste zin gaat weer over de wees en de weduwe. De vertaling boven is dus aangepast.

Is dit verschil belangrijk? Zeker. De weduwe en de wees maken deel uit van het volk en zijn hoe dan ook door de wet beschermd, maar de vreemdeling niet. Daarom wordt hij ook het eerst genoemd, vóór de weduwe en de wees.

Zoals Jisjmaël een buitenstaander was in het huis van Avraham door zijn Egyptische moeder, zo is ook de positie van de vreemdeling.

En zoals Israël moest ervaren wat het betekent vreemdeling te zijn en uitgebuit te worden, zonder rechtspositie te zijn, zo moest Avraham aan den lijve ondervinden wat het betekent om een kind te verliezen, in dit geval Jitschak.

Een midrasj vertelt:

En Hij zei tegen Avraham: “Neem nu je zoon.”

Avraham: “Ik heb twee zonen en ik weet niet welke van de twee U mij opdraagt te nemen.”

G-d: “Je enige zoon.”

Avraham: “De een is de enige zoon van zijn moeder en de ander is de enige zoon van zijn moeder.”

G-d: “Degene die je liefhebt.”

Avraham: “Ik heb de ene lief en ik heb de andere lief.”

G-d: “Neem Jitschak.”

Deze opdracht met betrekking tot de vreemdeling is in onze tijd noodzakelijker dan ooit. Mensen, hele gezinnen zoeken bescherming en onderdak bij die landen waarvan ze hopen dat ze dit kunnen bieden. Ongeacht of dit is vanwege een oorlog, honger of slechte vooruitzichten voor henzelf of voor hun kinderen.

Hoe anders is de realiteit. De landen waarop de hoop gevestigd was, weten zich, op een enkele uitzondering na, geen raad met dit dringend appel. Sterker nog: uit alle macht wordt geprobeerd deze mensen te weren. Haastig worden hekken opgetrokken, om landen apart en om Europa, Mare Nostrum, bedoeld om bootvluchtelingen van de verdrinkingsdood te redden, is, omdat dit te kostbaar werd, vervangen door Frontex/ Triton, een organisatie met het hoofdkwartier in Warschau, die zich nu voornamelijk bezighoudt met het gevangenzetten en terugsturen van vluchtelingen. Er worden door de EU miljoenen uitgegeven aan landen als Libyie en Mali en Soedan om vooral geen vluchteling meer uit het land te laten vertrekken. Australië laat geen mens toe en stuurt wie voet aan wal weet te zetten door naar Papoea Nieuw Guinea. Europa is bereid om een verbond met de duivel te sluiten, als er maar niemand meer deze kant op komt.

‘Toen er hongersnood in het land uitbrak, trok Avram naar Egypte om daar als vreemdeling te vertoeven.’ 

In 2014 verdronken er 3.270 mensen, in 2015 meer dan 3.770, waaronder 1.500 kinderen.

1.500 maal een kind! In april dit jaar alleen al verdronken 1.250 mensen!

Dit jaar zijn er al 3.300 alleenreizende vluchtelingen geregistreerd, kinderen, sommigen onder de tien jaar oud. We weten wat hun lot is in vele gevallen.

‘Neem je zoon, je enige, die je liefhebt.’

De sjofar heeft ons opgeroepen het koningschap van G-d te erkennen, een koningschap gebaseerd op Zijn grondwet: de Tora. We hebben in de laatste weken gelezen dat als we ons aan Zijn voorschriften houden, het ons goed zal gaan en het omgekeerde wanneer we dat niet doen. In hoeverre nemen we dit serieus? Is de oproep om de vreemdeling onderdak te verschaffen iets voor een naïeve idealist?

De woorden ‘normen en waarden, gebaseerd op de Joods-Christelijke traditie’ kan ik niet meer horen.

Hoe komen we uit deze impasse?

Nadat Sara is overleden, krijgen Avraham zowel als Jitschak ruimte om hun eigen weg te gaan. We lezen in de Tora:

‘En Jitschak kwam uit de richting van de put Le Chai Roï. Hij woonde namelijk in het Zuiderland.’

Kennelijk was hij gaan wonen in de buurt van Jisjmaël, zijn broer die weggestuurd was.

Avraham trouwt opnieuw en krijgt nog meerdere kinderen. Hij trouwt Ketoera, volgens de traditie niemand anders dan Hagar!

Opnieuw wil ik met jullie naar een midrasj kijken, een midrasj uit de 8ste eeuw:

Hij (Jisjmaël) leefde in de woestijn Paran (Gen. 21,21).

Jisjmaël zocht en trouwde een vrouw, Ayesja, uit de vlakte van Moav. Drie jaar later gaat Avraham zijn zoon Jisjmaël opzoeken. Wanneer hij in de middag bij diens tent aankomt, treft hij hem niet thuis. Zijn vrouw is er wel en hij vraagt haar: “Waar is Jisjmaël?” “Hij is wat dadels halen uit de woestijn”, is haar antwoord.

“Geef me alsjeblieft een beetje water en brood.”vraagt hij. “Dat heb ik niet”, antwoordt ze. Toen zei hij tegen haar: “Wanneer Jisjmaël komt, zeg dan tegen hem dat een oude man uit het land Kanaän was gekomen en dat hij heeft gezegd:

‘de pinnen van je tent zijn niet stevig’.

Wanneer Jisjmaël thuis komt, zegt ze hem dit en hij scheidt van haar.

Zijn moeder stuurt iemand naar het huis van haar vader en laat van daar een nieuwe vrouw voor hem halen, genaamd Fatima.

Drie jaar later komt Avraham opnieuw om zijn zoon te bezoeken en ook nu treft hij hem, wanneer hij ’s middags daar aankomt, niet thuis.

“Geef me alsjeblieft wat water en brood, want ik ben uitgeput van de reis”. Ze neemt brood en water en geeft het hem. Hierop zei hij: “Zeg tegen Jisjmaël dat een oude man uit het land Kanaän laat weten ‘je tentpinnen zijn sterk’.”

Toen stond Avraham op en bad tot de Eeuwige, geprezen zij Hij, en het huis werd gevuld met alle goeds.

Toen Jisjmaël thuiskwam, vertelde zijn vrouw wat er was voorgevallen. Toen wist Jisjmaël dat zijn vader nog steeds van hem hield. (Pirke de Rabbi Eliezer, 30).

Deze midrasj doet me denken aan de knecht van Avraham die voor Jitschak een vrouw moet zoeken. Hij zegt:

‘Laat het nu zo zijn, dat het meisje tot wie ik zeg: ‘geef me je kruik opdat ik kan drinken’ en dat dan zegt: ’Drink en ook uw kamelen zal ik drenken, dat U haar bestemd hebt voor Uw knecht Jitschak.’

Hoe anders was de reactie van Laban:

Zodra hij de ring en de armbanden had gezien aan de handen van zijn zuster, ging hij naar buiten en zei: ‘Kom gij gezegende des Heren.'

Doen we net als Laban? Worden vluchtelingen alleen toegelaten als we ze kunnen gebruiken en er voordeel van hebben?

Wanneer Avraham gestorven is lezen we in de Tora:

‘En zijn zonen Jitschak en Jisjmaël begroeven hem.’ De broers zijn verenigd.

De tekst vervolgt:  Na de dood van Avraham zegende G-d zijn zoon Jitschak en Jitschak ging wonen bij de put Le Chai Roï.

De midrasj gaat niet alleen over gastvrijheid als basis voor een goed huis of een goede samenleving, maar laat ook zien dat door elkaar opnieuw tegemoet te treden, verschillen overbrugd kunnen worden - zelfs zo dat mensen bij elkaar kunnen wonen onder de zegen van de Eeuwige.

Sjana Tova

Dra. Gonnie Blok - Rosj haSjana 5777 / 3 oktober 2016 

Nieuws

UNESCO, Lees meer >>
Onze Joodse buren, de Synagoge van de Nederlands Israelit Lees meer >>
Information in English Lees meer >>

oktober

  • <  
  •   >
z m d w d v z
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31