LJG Twente is er ook voor U.

19 augustus 2017 | 27 Av 5777

Derasja voor erev Rosj haSjana 2013 / 5774 - Bert Oude Engberink

Derasja voor erev Rosj haSjana 2013 / 5774 - Bert Oude Engberink

'Hajom harat ha-olam;' vandaag is het de verjaardag van de aarde, van de dag dat de mens werd geschapen.

'Hajom ja'amied ba-misjpad;' vandaag is het de dag van het oordeel over de mens, over zijn daden en over zijn toekomst.

Veel zullen wij de komende dagen bezig zijn met het koningschap van God. We zingen Awienoe malkeinoe, we lezen de Malchoejot, de teksten over Gods koningschap.

Voor de engelen, die al bij het begin van de schepping der aarde aanwezig waren, was God reeds heerser, Schepper en Meester, maar niet hun koning. Voor de mens ligt dat anders. De mens heeft de keuze God als zijn koning te erkennen, en dat te verwerpen. Wanneer de mens Hem als koning aanvaardt, is God zijn koning geworden.

In Zijn oordeel over de mens ziet Hij ons vanuit twee richtingen. Het afgelopen jaar had ieder de mogelijkheid iets toe te voegen of weg te nemen aan zijn staat van goede diensten. Had ieder mens de mogelijkheid het koningschap wat meer te onderstrepen of juist wat onderuit te halen. Mensen met macht konden grootse stappen nemen; de kleine man en vrouw kon dat doen wat in zijn en haar macht lag. Ieder naar zijn eigen mogelijkheden. Niet meer en niet minder.

Maar ook kijkt God reeds in de toekomst. Gods koninkrijk is oneindig en tijd is niet relevant. Tijd immers is deel van de schepping.

Met Rosj Hasjana wordt ieder persoon geoordeeld als individu en als deel van de grote groep, als deel van Jisraël en als deel van de mensheid. De meesten onder ons zullen niet in staat zijn grote wereldveranderende acties te ondernemen. En hebben daar direct vrede mee. Wij kunnen zorg geven aan onze naasten, onze omgeving, wat geven aan goede doelen en ons er zelf voor inzetten; we kunnen zelfs – het klinkt wat onjoods maar is het niet – wat doen om het godsbesef in de wereld te doen toenemen. Maar de mens staat niet alleen op de wereld. We zijn deel van een groter geheel, en als deel daarvan kunnen we invloed hebben, zoals ook dat grote geheel invloed op ons heeft. Ons handelen en zelfs onze aanwezigheid zijn van invloed op het gebeuren en zijn van invloed op de ander. In ons eentje is iemand misschien zelfs behoeftig, maar dan nog kan die eenling voor zijn familie of zijn verdere omgeving van grote invloed zijn, omdat die ander beter kan functioneren dank zij de aanwezigheid van die persoon. Iemands gezelschap, zijn glimlach, haar helpende hand, ondersteunende woorden, vriendelijke of ook vermanende blik kunnen de last van een ander, of die nu in eenzaamheid leeft of ook een grote plaats inneemt, verminderen. Men kan de ander steunen om die zo tot iets te laten komen. Iedereen doet ertoe.

Maar onze invloed reikt verder dan we met het blote oog kunnen beschouwen. We lezen over de tijd van Noach, dat de gehele mensheid, behalve de familie Noach, moreel en ethisch corrupt was geworden. Het begon met een persoonlijk ontkennen van God en Zijn almacht, met kleine stapjes. Uiteindelijk werd het groter en groter, tot het de algemene modus was geworden. Roof en geweld konden steeds openlijker plaatsvinden, niet alleen van spreekwoordelijke inbrekers op pad met een koevoet, maar corruptie, arrogantie, machtsmisbruik, onrecht en oplichting tot in de hoogste lagen van de bevolking waren gemeengoed geworden. De samenleving was door en door verrot geworden.

De effecten hiervan bleven niet alleen beperkt tot de mens.

Wajar Elohiem et ha-arets we-hinee: nisjchataa. – En God zag de aarde en zie: die was corrupt. Gen. 6:12. Sommige uitleggers lezen hier dat de jeugd door het slechte voorbeeld van hun ouders ook corrupt werd en dat gewelddadigheid de sociale orde aantastte. In de Zohar, een mystiek werk waar wij als liberalen vaak niet zoveel mee kunnen, lezen we dat we de tekst heel letterlijk moeten nemen: de aarde was corrupt, werkte niet meer zoals het hoort. De mens veranderde door zijn handelen de aardbodem dermate, dat de aardbodem erdoor geïnfecteerd raakte. Een uitspraak waar we de milieubeweging een dienst mee bewijzen.

Maar zelden lezen we in commentaren hoe invloedrijk het gedrag van de mens is op het kosmische gebeuren. Zoals zoveel hoofdstukken in de Thora leert ook deze tekst ons dat dit een permanent verschijnsel in de schepping is. Het menselijk handelen is van invloed op het hele kosmische gebeuren. Fysiek kunnen we ons dat nu wel voorstellen, en op spiritueel vlak zou dit dan ook zo maar waar kunnen zijn.

Wanneer wij morgen en ook volgende week met Jom Kipoer het Oenetannee tokef zingen, zal God alle mensen individueel beoordelen als waren zij schapen die één voor één onder de herdersstaf doortrekken. Kewakkarat ro-ee edro.  Maar Hij zal ons ook oordelen als groep, als kudde, in het geheel. Dit zijn de beide facetten van het oordelen: als individu en als groep zijn wij aansprakelijk voor ons gedrag. Als God Adam roept zegt hij dan ook: Adam waar ben je? En als God Kaïn roept zegt Hij het opnieuw: Kaïn waar ben je? Wij zullen telkens weer verantwoording moeten afleggen over ons gedrag. En verstoppen is er niet bij. God is je moeder niet.

Dit is wat wij geroepen zijn te doen wanneer wij Gods macht erkennen op Rosj Hasjana. Een koning die zijn volk vrijelijk en zelfbewust en het vanuit zijn eigen intelligentie laat handelen en dan door dat volk wordt toegeroepen dat hij de allergrootste is, kan trots op zijn volk en op zijn heerschappij zijn. Wanneer wij dezer dagen in sjoel, of waar dan ook, ieder op onze eigen manier dat Goddelijke koningschap onderschrijven, plaatst God de mens weer in het middelpunt van Zijn schepping en verbindt Hij de voorspoed van ieder schepsel aan de keuze van ieder mens.

Het idee dat de invloed van Israël steeds verder uitdijt tot een voortdurend wijder wordende cirkel van mensen, een invloed die als een olievlek over de mensheid uitloopt, vinden we terug in de teksten van de lange Kedoesja van deze dagen, in het Moesafgebed. Bv op blz. 398 e.v. in ons machzor:

'Opdat vol eerbied tegenover U staan al Uw werken en al Uw daden en opdat allen, die geschapen zijn en al wat geschapen is, U aanbidden kan. Laat hen samen vormen een grote bond van wezens, die Uw wil willen nakomen en die dat doen met heel hun hart. Want immers wij weten, Eeuwige onze God, dat alle heerschappij bij U berust en dat in Uw hand alleen de macht en de kracht is en dat alleen Uw naam de eerbiedwekkende is, die genoemd is over al wat Gij hebt geschapen.'  Tot zover het citaat.

En dan handelt de tekst verder over de toekomst waarbij de gehele mensheid tot inzicht zal komen dat de schepping één is en van één schepper afkomstig is en dat wij samen een bond hebben.

Eerst zal het Joodse volk moeten slagen in zijn dienst aan God. Dat zal een aanvang kunnen zijn van een groeiende beweging in de wereld. Maar laten wij als mensen beseffen, dat volgens de 19e eeuwse rabbijn Israël Salanter, het makkelijker is voor een enkeling God als heerser over de hele wereld te erkennen, dan Hem over ons dagelijkse handelen te laten beschikken.

Dat wij hier een les uit mogen trekken.

Dat wij ook dit jaar weer geïnspireerd mogen geraken door hier samen te zijn, en een start te maken aan ons nieuwe jaar 5774.

Sjana tova, oe-metoeka.

Nieuws

UNESCO, Lees meer >>
Onze Joodse buren, de Synagoge van de Nederlands Israelit Lees meer >>
Information in English Lees meer >>

augustus

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31