LJG Twente is er ook voor U.

16 december 2017 | 28 Kislev 5778

Derasja voor erev Rosj haSjana 5777 / 2016

Derasja voor erev Rosj haSjana 5777 / 2016

 

De meesten onder ons, mij incluis, zijn van een leeftijd dat wij Edith Piaf nog hebben gekend, althans van de teevee en de elpee. Non je ne regrette rien. Een ooit knappe dame in te wufte jurk, met sigaretten en drank in de handen. En ze heeft nergens spijt van. Geen lied voor vandaag, dus ik zal het niet zingen.

Maar nergens spijt van hebben. Is dat mogelijk?  Kun je leven, keuzes maken of juist niet, relaties aangaan en soms weer beëindigen, werk verrichten, en geen, nergens geen, spijt van hebben? Laten daar de Thoralezingen van vandaag en morgen nu juist over handelen.

God neemt het woord. Hagar wordt weggezonden, op aandringen van Sara, die wil voorkomen dat de zoon van Hagar de positie van eerstgeborene gaat innemen ten koste van haar zoon Jitschak. Wat ze zag de tekenen. En het water van Hagar en Jisjmael raakt op. Ze legt haar zoon onder een struik, gaat op een pijlschotlengte zitten afwachten tot haar zoon sterft. ‘Toen’, zo citeer ik, ‘opende God haar ogen, zodat ze echt zien kon en zij zag een waterbron.’ Het water was er al die tijd al, maar haar verwachting was dat er geen redding meer was. En die was er wel: ze had beter moeten zoeken.

God vraagt Awraham, daarna, zijn zoon te nemen, zijn enige, Jitschak, ter verduidelijking, om naar de top van de berg te gaan, de berg Moria, naar onze latere tempelberg in Jeroesjalajim, om hem daar te doden als een offer. Awraham gehoorzaamt totdat op een allerlaatste moment, er een engel bij komt, Awraham twee maal bij zijn naam roept en zijn hand tegenhoudt. Uiteindelijk wordt er een ram geslacht in plaats van Jitschak. Daarom zijn wij er nog en blazen we vandaag op de ramshoorn. Awraham en Jitschak verlaten de plek weer. Ieder gaat zijn eigen weg: Awraham naar zijn eigen tent en Awraham naar zijn weggestuurde broer Jisjmael. Het volgende verhaal vertelt ons dat Sara imeinoe overlijdt. Naar wordt verteld omdat ze het verhaal over haar man en zoon te verschrikkelijk vond en aldus aan een gebroken hart sterft.

Zou Awraham spijt hebben gehad over zijn enthousiasme en volgzaamheid bij Gods verzoeken? Na dit gebeuren op de berg spreken hij en zijn zoon nooit meer met elkaar. Zou God spijt hebben gehad dat hij Awraham aanzette tot deze handeling? Misschien verwachtte God wel dat Awraham hem weer eens zou tegenspreken, zoals voorafgaand aan de verwoesting van Sodom en Gomorra. Misschien had God er wel spijt van dat hij überhaupt Awraham op zo’n gruwelijke manier had getest op zijn loyaliteit. Zoals soms ouders spijt kunnen hebben van het pad waarop zij hun kinderen hebben gezet dat toch niet uitloopt zoals ze hadden gehoopt.

Had Hagar spijt? Dat ze zich had laten gebruiken om Sara’s man aan een kind te helpen? En dan worden ze nu weggestuurd. Waarom heeft ze haar leven vergooid aan die mensen?

Had Sara spijt? Had zij Awraham, of Jitschak, niet moeten stoppen toen zij met elkaar vertrokken naar de berg. Daarvoor nog, we lezen het vandaag, was het haar wel gelukt Awraham ertoe aan te zetten zijn andere vrouw Hagar met haar zoon Jisjmael de tent uit te zetten. Misschien had ze tenminste Awraham kunnen vertellen wat zij ervan vond, ondanks dat Awraham kon vertellen dat het een goddelijke opdracht was geweest om op pad te gaan om hun enige en langverwachte zoon te offeren.   

En had Jitschak spijt? De commentaren vertellen steevast dat hij toen al 36 jaar oud was toen hem dit gebeurde. Vroeger luisterde men weliswaar langer en beter naar hun ouders, maar om op je 36e nog mak mee op pad te gaan om geofferd te worden, lijkt me in 2016 wonderlijk, ook voor die tijd. We zouden het nu een zelfmoordactie noemen. Had hij geen spijt van zijn volgzaamheid? 

We kunnen best bedenken dat iedere partij in dit verhaal spijt van zijn daden had. En dus lezen we het ieder jaar met Rosj haSjana. We worstelen met de bedoeling ervan. Het is onderdeel van ons joodse verhaal; dit verhaal ligt aan de basis van de grondgedachte voor het joodse denken en handelen sindsdien. Sinds Awraham zijn geliefde zoon Jitschak niet offerde weten we dat niet alles hoeft te blijven zoals het altijd al was; Abraham, en wij met hem, hoeven dus geen mensenoffers te brengen of onszelf op te blazen om absoluut loyaal aan God te zijn. Sinds Awraham zijn we in staat het menselijk handelen te evalueren en te veranderen wanneer voortschrijdend inzicht dat van ons verlangt.

Wij worden verondersteld ons in de schoenen van Awraham te verplaatsen, en in die van Jitschak, in die van God en in de pumps van Sara en Hagar, en we worden verondersteld ons af te vragen hoe wij toen zouden hebben gedacht en gehandeld, om vervolgens die inzichten toe te passen op de keuzes die wij heden ten dage maken. Dus de vraag: waarover hebben wij spijt?  

Laat me eens bij mezelf beginnen. Ik besteed steevast te weinig tijd aan mijn familie. Ik heb spijt van mijn vaak boertige gedrag thuis. Ik heb spijt dat ik er niet genoeg ben voor mijn oude moeder. Ik heb spijt dat ik mijn leerlingen niet meer geef dan ik nu doe. Ik ken genoeg vereenzamende, op leeftijd zijnde mensen die ik te weinig aandacht geef. Het spijt me dat ik onvoldoende de boodschappen begrijp die ik in gesprekken zou moeten horen. Soms kies ik voor gemakkelijk in plaats van voor belangrijk. Maar ik kan ook spijt hebben van het afgeslagen dessert na een lekker maal. Of het likeurtje bij de koffie.

Ons spijt allemaal wel eens wat, best veel eigenlijk, want u zult niet veel anders zijn dan ik ben. Soms is spijt goed te begrijpen, soms onmogelijk te accepteren. We rationaliseren dan maar. We leggen de schuld bij een ander. Awraham deed dat vast ook. ‘God zei me immers dat het moest en wie ben ik om daar tegenin te gaan?’ Jezelf voor de gek houden is blijkbaar het makkelijkst.

Vandaag zouden we daar mee kunnen stoppen. De Talmoed beschrijft Rosj haSjana als Jom harat Olam – de dag der schepping der wereld. Vandaag zijn er weer veel nieuwe mogelijkheden.  De poorten der verandering, en de poorten van nieuwe keuzes, oude concepten voor vandaag, staan wijd open. We hoeven dan niet zo te rationaliseren en we hoeven niemand de schuld te geven. Wat we moeten doen is onze spijt en onze vernieuwde keuzes accepteren en oppakken. 

Dat aanvaarden is moeilijk, juist vandaag, omdat we ons zelf zo makkelijk met anderen vergelijken. Daarvoor hebben we tegenwoordig bv facebook en instagram. 

Is ieder hier vandaag een ideale ouder of kind? Een perfecte broer of zus? We maken steeds fouten. We verliezen ons geduld, oordelen, zeggen iets wat we beter niet hadden kunnen zeggen. Of we reageren juist niet hard genoeg waar we hadden moeten opspelen. De keuzes die we gemaakt hebben, hebben ons gevormd tot wie we zijn. Onze spijt accepteren is onszelf accepteren. Aldus Rabbijn Heschel.  

Dit te accepteren is het begin. Het moeilijkste komt dan nog.  Het jodendom dwingt ons niet gewoon met onszelf tevreden te zijn en dan happy te wezen. Deze feestdagen, ons hele leven, zijn het moment voor verandering, groei en tesjoewa. Rosj haSjana betekent niet alleen Hoofd, begin van het Jaar, maar ook Begin van de Verandering. Sjana is ook de wortel, de basis van het woord ‘verandering.’ Het zijn de feestdagen van de verandering. Door jezelf te nemen zoals je bent ben je in staat je te veranderen. Hoe worden we dan de mens die we zouden moeten zijn?

Het zijn vaak angst en tragedies die ons van inzicht doen veranderen, meer dan de dagelijkse gang van het gewone leven. Maar meer dan angst en tragedie is het het verlangen om te veranderen die ons daartoe aanzet. Dat kan ons werkelijk op een ander pad brengen.

We leren dit van de vierde zoon van Jacob – van Jehoeda. Hij staat eerst bekend als jaloers en kwaad. Hij geeft leiding aan zijn broers wanneer ze Joseph in de put gooien en aan de rovers verkopen. En hij verleidt zijn schoondochter Tamar; de weduwe van zijn eigen zoon. Geen heilige dus.

Dan gebeurt er iets. Jehoeda ziet het verdriet van zijn vader Jacob over het verlies van Joseph. Hij ziet ook dat zijn broers niet vanuit zichzelf zullen verbeteren. Jehoeda wil een verzoening in zijn familie op gang brengen, omdat ze in een impasse van verdriet zitten.

Wanneer hij en zijn broers dan voor onderkoning Joseph verschijnen neemt hij weer de leiding.       Hij praat over hun vader, die het zo moeilijk heeft. Hij is bereid als gijzelaar achter te blijven in Benjamins plaats, want hij weet hoe Jacob gek is op Benjamin.

Het zal niet gemakkelijk geweest zijn voor Jehoeda. Misschien dat die Joseph hem zal doden. Wanneer Joseph zich als hun broer bekend maakt zijn de broers niet eerst blij, maar vooral doodsbang. Komt er wraak? Maar Jehoeda waagt de gok.

Waarnaar verlangen wij? Willen wij gebroken relaties weer oppakken? Een broer, een zus, een kind? Is het belangrijk wie er begon? Dit oppakken is niet gemakkelijk. Jehoeda, Joseph, Awraham, alle maakten ze grote veranderingen mee. De sprong in dat diepe was steeds weer dapper. Als wij echt iets willen zullen we ook die sprong moeten wagen  … en het risico lopen te mislukken.

Maar het is te doen. Ons geloof, onze God, zo u wilt onze leidraad, de kracht die ons leidt, kent ons en houdt van  ons en verlangt van ons het volk te worden dat we graag zouden willen zijn. Daarom komen we hier vandaag bij elkaar. Daarom lezen we vandaag en morgen deze verhalen. Daarom blijft dit eeuwig licht altijd branden. God heeft vertrouwen in ons.

We mogen falen en nog eens falen, de verandering, de vooruitgang moge bijna onzichtbaar lijken, uiteindelijk wanneer we echt doorzetten is de kans groot dat het ons lukt. We vielen en stonden weer op, maar uiteindelijk leerden we lopen, omdat het in ons vermogen ligt. Mogen de dagen van Rosj haSjana en de dagen erop volgend tot aan Jom Kipoer dagen voor ons worden om voldoende op onszelf en ons gedrag te reflecteren. Moge u de komende diensten tijdens het gebed meegenomen worden de diepte in, de diepte van uzelf, en moge uw innerlijke sjofar weer net zo intens klinken als de sjofar die we morgen in sjoel zullen horen. 

Moge dit jaar een jaar worden waarin God ons helpt overeind te komen om daar waar wij én Hij het nodig vinden te veranderen en de persoon te worden die we werkelijk willen zijn. 

Onze Israëlische oud-premier en oud-president Shimon Peres overleed  in de nacht van 27 op 28 sept. jl. , om ca. 4:30 uur plaatselijke tijd op 93-jarige leeftijd. Op 13 sept. jl. werd hij opgenomen in het ziekenhuis na een zware beroerte. Hij overleed in het Sheba Medical Center te Ramat Gan, in het bijzijn van zijn naaste familie. De dood van Shimon Peres, ooit de privé-secretaris van David  ben-Goerion en minister en premier en president van Israël en ook houder van de Nobelprijs voor de Vrede, heeft Israël in diepe rouw gedompeld. 

Verschillende wereld- en opinieleiders zeiden getroffen te zijn door dit bericht. Shimon Peres wordt herinnerd als een groot leider met een onverwoestbaar optimisme en een onfeilbare moraal, wiens menselijkheid en fatsoen de hele wereld inspireerden. Een uitspraak van Peres was: “Optimisten en pessimisten sterven precies dezelfde dood, maar ze leven heel verschillende levens. Laat mij dan maar het leven van een optimist leiden”

Zijn leven was nauw verbonden met het bestaan van de staat Israël. Het CJO, het Centraal Joods Overleg, verwoordt het aldus: ‘Israël verliest een brok levende geschiedenis; het Joodse volk een van haar grootste zonen.’ Shimon Peres’ lichaam was opgebaard in de Knesset. De staatsbegrafenis vond plaats op vrijdag 30 september, om 11:00 uur plaatselijke tijd. Hierbij waren diverse hoogwaardigheidsbekleders aanwezig, waaronder premier Rutte. Moge zijn ziel gebundeld worden in de bundel van het eeuwig leven – tehi nisjmato tsroera bitsroor hachaim.

Verder geen leed. Ik wens u, mede namens het bestuur een goed en zoet nieuwjaar;        

Sjana tova oemetoeka.

Bert Oude Engberink – erev Rosj haSjana 5777 – zondag 2 oktober 2016

 

Nieuws

Op 7 december werd er op het in Amsterdam aan de Amstelve Lees meer >>
Onze Joodse buren, de Synagoge van de Nederlands Israelit Lees meer >>
Information in English Lees meer >>

december

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31