LJG Twente is er ook voor U.

16 december 2017 | 28 Kislev 5778

Droosje voor de ne'iela 2017

Droosje voor de ne'iela 2017

 

Op geen andere dag hebben wij de gelegenheid ons zo heilig te voelen als op Jom Kipoer.  Op geen andere dag kunnen wij zo dicht bij de oorsprong van alle Heiligheid, het Heiligste der Heiligen, komen, dan vandaag. Deze dag wordt in de Thora in superlatieven beschreven: Sjabbat Sjabbbaton, Lev. 16, 31, en de hogepriester mag alleen vandaag binnen komen in het Heilige  der Heiligen, Mikdasj haKodesj, lev. 16, 33.

Niet alleen werken wij niet, zoals op iedere Sjabbat en Jom Tov; ook vasten, eten en drinken we niet, vrijen we niet, we zijn buiten of boven onze existentie als creatief en biologisch wezen verheven. We dragen geen leren schoenen, we zijn gekleed in wit, om ons streven naar heiligheid en reinheid te manifesteren. We zijn bijna engelen. Op geen andere dag bidden wij zo veel en lang als vandaag: 5 keer, de hele dag lang.  

De religieuze mens heeft de behoefte en de hunkering, het heilige en God te benaderen, en binnen de heilige ruimte en sfeer de komen. Onze goddelijke zielen dorsten naar God. We willen voelen, dat God onder ons is en in ons aanwezig is, dat onze ziel diep verbonden is met een realiteit die ons alledaagse routine en rompslomp en banaliteit overstijgt. Een realiteit, die onze ware oorsprong en bestemming is en ons leven zijn diepste betekenis geeft. En na deze dag, als wij alle vasten en gebeden volbracht hebben, voelen we ons zo voldaan, verrijkt, en rein en heilig.

Maar beseffen wij ook, dat dit streven naar heiligheid gevaarlijk is, levensgevaarlijk, ja zelfs dodelijk kan zijn? Het streven naar heiligheid stelt ons voor de keuze: leven of dood. Zoals wij bidden in de moesaf vandaag: Op Rosj haSjana zijn zij ingeschreven en op Jom Kipoer bezegeld: wie zal leven en wie zal sterven.  

Want aan de ene kant kan dit streven ons zo pakken, dat we niet meer terug willen in onze dagelijkse banale realiteit. Die niet zo heilig is, die vol is van onzekerheid, bedrog, leugen, fake, brutaliteit, moord, een onbarmhartig hard lot voor velen, zo vol met onreine, vieze Schmutz. Het heilige kan ons opslokken, we willen ermee versmelten, en dan hoeven wij de schmutzige realiteit niet meer te zien en te voelen. Dan zweven we daarboven.

Of het streven naar heiligheid kan ons zo extreem en fanatiek maken, dat we de vernietiging van deze vieze, onvolkomen realiteit als heilige opdracht rechtvaardigen, om de perfecte heilige wereld te bespoedigen. Onze realiteit laat dit dagelijks zien. Het vurige fanatisme, dat de wereld verbrandt, niet verlicht - en alleen duisternis achterlaat. 

Aan de andere kant kan de opdracht om heilig te zijn, ons zo zwaar worden, zo onbereikbaar, alle pogingen zo teleurstellend, dat we het opgeven. Dat we gedeprimeerd raken, de zin ervan niet meer zien en alternatieven zoeken: gewoon aardig zijn, genoegen nemen met gezellige rituelen, of, zoals zovelen nu, de religie verlaten en seculier leven, aangepast, conform wat de leuke maatschappijen van ons eisen. Normaal is dan al gek genoeg.

Hoe kunnen wij dan het Heilige binnengaan en heilig er weer levend uitkomen? Wat betekent dan “heilig zijn?”

De hoofdrolspeler van vandaag, de hogepriester Aaron, kan daarvoor ons rolmodel zijn. Want hij gaat het Heiligste binnen en komt er weer levend uit. Laat ons kijken, hoe hij binnengaat en hoe hij eruit komt en wat hij doet, volgens de rabbijnse traditie en onze machzor, nadat hij weer buiten bij het volk is. 

Hoe gaat hij binnen? We lezen in Lev. 16,2 vandaag, dat Aaron niet altijd, maar alleen vandaag, in het Heiligste mag komen. Dat hij niet zal sterven. Dus onze ontmoeting met heiligheid kan niet een permanente toestand zijn. Niet één groot kosmisch orgasme. Dan blijven we niet in leven. Maar een in tijd en ruimte inspirerend moment, om dan weer naar buiten onder het volk te gaan. En hoe verschijnt God aan hem in het heiligste? Als verterend vuur? Als een verblindend licht? Als een oorverdovende trompet? Nee: ”in een wolk zal Ik verschijnen boven de deksel van de ark”, de kapporet. Op de heiligste dag, de dag van verzoening/kappara, verschijnt God verborgen in een wolk boven de kapporet. Dus verborgen, discreet, bescheiden, op zekere afstand. En deze wolkige afstand geeft Aaron de ruimte en rust, zijn verzoeningswerk daarbinnen te doen. De bejegening met God zal ons niet verlammen of versmelten, maar ruimte en rust geven, ons verzoeningswerk voor het volk uit te voeren.

En dan gaat hij naar buiten, naar zijn volk. Volgens de Thora doet hij de sprenkeling van het offerbloed op het buitenaltaar en doet hij over de zondebok de belijdenis voor alle zonden van Israel. Dan stuurt hij de zondebok weg en brengt de overige offers.

Volgens de rabbijnse traditie (Yoma 53 B) doet Aaron iets anders: hij bidt. Dit gebed bidden wij in de moesaf van vandaag. Ik vat zijn gebed samen: Moge het Uw wil zijn, Hasjem, onze God en de God van onze voorouders, dat het komende jaar voor ons en heel Uw volk Israel een jaar zal zijn dat Uw goddelijke voorraadkamers open zijn voor ons. Een jaar van overvloedige oogst moge het zijn, een jaar van zegen, van goede decreten. Een jaar van koren, wijn, olie. Een jaar van uitbreiding, succes, instandhouding, Een jaar om U in Uw tempel te ontmoeten. Een jaar  van fatsoenlijke prijzen, een goed leven vanuit U, met veel dauw en regen, een jaar van verzoening voor al onze zonden, waarin U ons eten en drinken zegent. Een jaar van succesvolle handel, dat we naar uw heiige Tempel kunnen gaan, een jaar van overvloed, vreugde, een jaar waarin je de vrucht van ons lijf en ons land zegent. Zekerheid voor onze gemeenschap, medelijden met ons, vrede, rust, terugkeer naar ons land met trots. Een jaar waarin geen vrouw een miskraam krijgt. Israels onafhankelijkheid. En voor de inwoners van Sjaron, een regio met slibberige aarde voor de huizenbouw, dat hun huizen niet hun graf worden.

Dit gebed is wat hij mee naar buiten naar zijn volk brengt. En dit gebed is een programma voor heiligheid, een opdracht, hoe het volgende jaar aan heiligheid te werken. Niet om in extase weg te vluchten, of in depressie te verzinken. Maar om het nodige werk te doen. Dag in dag uit. Een heel jaar lang.

Wat is de kracht, of therapie van het gebed? Hoe kan het werken?

Het gebed houdt ons in leven en in stand, Amida, staande. Om de verleiding naar vlucht of resignatie te weerstaan. Wij kunnen aan de onvolkomenheden van onze wereld niet ontsnappen. We hebben staande te blijven, te bidden en te werken. Door het gebed zien wij onszelf volgens de verwachtingen van Hasjem, die onze beste mogelijkheden, ons ware zelf wil stimuleren en tot zijn recht wil laten komen, met andere woorden ons wil heiligen.

Gebed/ Tefilla betekent: zelfevaluatie, self judgment. Zelfreflectie. Zelfconfrontatie. Wat God met ons op Jom Kipoer doet, doen wij door het gebed dagelijks met onszelf.

Door het gebed krijgen wij de kans, over ons leven na te denken, niet in routine af te stompen. Behoeften te formulieren en energie te krijgen, deze te vervullen. Het gebed biedt ons doelen voor ons leven in een groot perspectief van schepping, openbaring en verlossing. Het gebed is de katalysator voor vernieuwing. 

Het gebed houdt ons verbonden; in contact met onszelf, onze medemensen en God. Al onze gebeden zijn in de “wij” vorm! Het gaat niet om mijn eigen zaligheid, maar om de verbondenheid met elkaar, om een heilig volk te worden. Door het gebed drukken wij onze afhankelijkheid van God en elkaar uit. Het gebed plaatst ons in de grotere samenhang van onze oorsprong, onze opdracht, onze geschiedenis, ons volk en onze toekomst. Door het gezamenlijke gebed worden wij een schakel in de eeuwige keten van Thora en Am Jisraël.  

Het gebed in zijn dagelijkse uitvoering brengt ons dichter bij onszelf, laat ons onze behoeften en noden herkennen en uitspreken voor God. Door de communicatie scheppen wij relaties: met onszelf, met onze medemens en met God. Het gebed is de brug naar God toe en laat ons Zijn nabijheid ervaren.

Het gebed stemt ons af op Gods opdracht, Zijn Tora. Het gebed beïnvloedt onze manier hoe deze wereld te zien en in stand te houden. Het gebed vormt ons tot persoonlijkheden, die hun dagelijks doen en laten oriënteren aan deze opdracht.

Het gebed bemoedigt ons aan onszelf te werken en onze doelen, dromen, gedachten en plannen en beslissingen te toetsen aan Gods Thora.

Aaron gaat het Heiligste binnen, ontmoet God achter een wolk, doet zijn werk en komt naar buiten, midden onder de mensen, met een gebed. Dit gebed is een soort jaarplan, een praktijkplan. Om ons levend en staande te houden in een wereld, die ook volgend jaar onze heiliging nodig heeft.

Ik wens ons allen, dat wij staande blijven voor de Amida, voor alle uitdagingen die er komen, ook voor alle vreugden en heiligste momenten. En dat we vasthouden aan het cadeau, dat Mosjee ons vandaag bracht op Jom Kipoer. Namelijk de tweede set stenen tafelen van de Thora, waarmee hij van de berg terugkwam op Jom Kipoer. 

Drs. Bettina van Steenis-Vetter, Ne'iela Sjabbat Jom Kipoer 30 september 2017 / 10 tisjri 5778

 

Nieuws

Op 7 december werd er op het in Amsterdam aan de Amstelve Lees meer >>
Onze Joodse buren, de Synagoge van de Nederlands Israelit Lees meer >>
Information in English Lees meer >>

december

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31