LJG Twente is er ook voor U.

19 augustus 2017 | 27 Av 5777

Parasja Tetsawee

Parasja Tetsawee

 

Derasja sjabbat Tetsawee 

Soms zijn er weken dat het leven in onze kille rustig voortkabbelt als een Twents beekje; en dan opeens maken we mee dat ook in onze kille alle facetten van het leven tot uiting komen; het voelt als stroomversnelling. En dat we als killeleden moeten leren het een plaats te geven. Want ook bij de LJG Twente is niet alles altijd een zoete rose suikertaart.

Na het overlijden van onze oud-chazzan Coen van Tijn, en direct daarna van onze trouwe leden Ferdinand van L. en Puck K. ervoeren we weer dat het leven hard kan zijn, en dat de dood ons allen uiteindelijk inhaalt. Maar bij het heffen van het eerste glas drank na een lewaaje is het goed joods gebruik dat te doen onder het aanheffen van het zo bekende ‘lechaim!’ op het leven! Want dat is waar we telkens weer, ons hele leven lang, naar uitzien. Andere culturen die ons zo haten doen dat vooral omdat ze jaloers zijn op onze hang naar het leven en onze afkeer van de dood. Want wij willen leven en het leven is voor ons heilig. Wanneer wij de wereld willen verbeteren doen we dat door intens te leven en niet door ons op te offeren aan de afgod van de dood.

Op het leven – op het joodse leven.

Hoe bijzonder dan ook om vandaag de familie K. – Francine, Tim, Natania, Micha, Shai en Levi te kunnen feliciteren wegens hun toetreding tot het jodendom – een procedure die nu is afgerond – het inschrijfformulier krijgen jullie bij deze. We kennen jullie al jaren en we hebben inmiddels ook al heel wat lief en leed samen gedeeld. Maar jullie lange weg, jullie zoektocht naar religie, naar spiritualiteit en naar geborgenheid is nu op dit punt aangekomen. Bet din, bad en brit zitten er nu op; jullie maken nu deel uit van de lange lijn die het jodendom door de wereldgeschiedenis heeft getrokken. Een lijn die mede met jullie en jullie nazaten zal uitlopen op de komst van de masjiach. Zo is mijn rotsvaste overtuiging.

In de sidra van vorige week gaf de Eeuwige opdracht aan Mosjé om de Misjkan, het draagbare heiligdom van de woestijn, te laten maken. De sidra van deze week gaat verder met de kleding die voor de Kohaniem gemaakt moet worden voor de dienst in de Misjkan en later, voor de dienst in de Tempel. Woorden die kledingstukken beschrijven, zijn altijd lastig. Je hoeft maar in een winkel te kijken om te zien dat, zelfs als het om moderne kledingstukken gaat, het niet altijd duidelijk is wat er schuilgaat achter de vele woorden die we kunnen gebruiken voor broeken, jurken en hemden. Niemand weet echt wat er met de tekst in deze sidra bedoeld wordt; er zijn alleen traditionele interpretaties. De afbeeldingen die je hier en daar ziet, zeggen ons meer over hoe er in de afgelopen eeuwen over de Tempel werd gedacht, dan dat ze helderheid bieden over wat er werkelijk gedragen werd.

Wij lezen de Tora echter als een boek dat ons handelen in onze eigen wereld richting moet geven. We kunnen ons afvragen wat we nu kunnen doen met de beschrijving van deze kledingstukken. Dit is geen nieuwe vraag, vrijwel ieder commentaar op deze tekst, hoe modern of antiek ook, probeert een antwoord op deze vraag te geven. Dat was al in de Talmoed zo.

De Kohen Gadol, de Hogepriester, droeg kleding die bestond uit acht delen. In Sjemot 28:4 worden zes kledingstukken genoemd: een borstschild, een efod (een “voorwerp” dat over de schouders gedragen wordt), een mantel, een onderkleed van bewerkte stof, een tulband en een gordel of sjerp. Verderop vinden we nog een gouden plaat voor op het voorhoofd (Sjemot 28:36) en een broek (Sjemot 28:42). Blijkbaar hoorde een broek niet altijd tot de standaarduitrusting van een man. In de tradities die tot ons zijn gekomen, hebben de kledingstukken ook allerlei eigenschappen. De Hogepriester heeft vooral een belangrijke rol op Jom Kipoer; en de eigenschappen die verbonden worden met de kledingstukken hebben vaak iets te maken met zondevergeving. De gordel of sjerp bijvoorbeeld, vergeeft verkeerde gedachten omdat hij over het hart wordt gedragen en, in het klassieke denken, is het hart de plaats waar de gedachten zetelen. De efod verzoent voor afgodendienst. De gouden plaat op het voorhoofd voor hoogmoed. De kledingstukken, gedragen door de Hogepriester zijn op zichzelf een soort offer: wanneer de Hogepriester ze droeg, bewerkten ze verzoening tussen de Eeuwige en het volk.

In de tweede beracha van het Sjema, Ahawa Raba (blz. 268 in onze siddoer), spreken wij over de Eeuwige als degene die ons, in Zijn grote liefde, de Tora heeft gegeven. Wij vragen van God ons de gelegenheid te geven om de woorden van de Tora te “begrijpen, te doorgronden, ernaar te luisteren, ze zelf te leren en te onderwijzen, te bewaren, te doen en ze overeind te houden.” De vertaling is maar een benadering, in het Hebreeuws zijn dit de acht woorden: “lehawien, lehaskiel, lisjmoa, lilmod oelelamed, lisjmor we-la’asot oelekajem.” De woorden lijken een volgorde van “denken” naar “doen” te hebben, waarbij “lisjmoa,” ernaar luisteren, niet aan het begin staat. Je kunt blijkbaar pas naar de woorden van de Tora luisteren als je er begrip voor kunt opbrengen. Luisteren is in het Sjema een actief proces dat aan “leren” en “onderwijzen” voorafgaat.

Onze Rabbijn Albert Ringer zegt in zijn wekelijkse derasja voor vandaag: De 19e eeuwse Radzyner rebbe Mordechai Joseph Leiner vergelijkt in Mei ha-Sjiloach de kledingstukken van de Hogepriester met de woorden van Ahawa Raba. Het gaat Leiner niet altijd om zondevergeving, maar meer over hoe je je leven moet leiden. In het wereldbeeld van Leiner kun je een verkeerde daad ook niet echt ongedaan maken: wat gebeurd is, is nou eenmaal gebeurd. Misschien bedoelt hij dat je, als je werkelijk moeite doet te begrijpen wat de Tora zegt, echt te doorgronden en te luisteren, en datgene dat echt belangrijk is ook doet, je jezelf “kleedt” met de woorden van de Tora.

Van Aharon wordt gezegd dat hij door de offerdienst, dat nu wordt gevormd door ons hoofdgebed, verzoening bracht tussen een mens en de Eeuwige, maar door zijn persoonlijke inzet met begrip voor mensen, die te doorgronden, naar hem of haar te luisteren, zich te verplaatsen in die persoon, dit te verinnerlijken, te handelen en rechtvaardigheid overeind te houden, verzoening bracht tussen de mens en zijn medemens. Misschien is dat wel de belangrijkste mitswa die een mens kan nastreven.  

 

Ik wens u Sjabbat sjalom.

20 februari 2016 / 11 adar risjon 5776 - Bert Oude Engberink 

Nieuws

UNESCO, Lees meer >>
Onze Joodse buren, de Synagoge van de Nederlands Israelit Lees meer >>
Information in English Lees meer >>

augustus

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31