LJG Twente is er ook voor U.

19 augustus 2017 | 27 Av 5777

Parasjat Bechoekotai

Parasjat Bechoekotai

- ‘volgens mijn voorschriften’

In de jaren dat er geen extra maand aan de kalender wordt toegevoegd, wat dit jaar wel het geval is, wordt de sidra van deze week samengelezen met de voorafgaande ‘Behar’, wat betekent: ‘op de berg’. Ze vormen eigenlijk een eenheid wat o.a. te zien is aan de begin-  en slotwoorden:

‘De Eeuwige sprak tot Mosjee op de berg (behar) Sinai’ ( Vajikra 25, 1) en ‘Dit zijn de geboden die de Eeuwige Mosjee heeft geboden voor de kinderen van Jisraël op de berg (behar) Sinai’ (Vajikra  27, 34).

Waarom is het zo belangrijk dat deze mededeling wordt gedaan? Het wil zeggen dat dit   G-ds geboden zijn en niet die van Mosjee of iemand anders.

Centraal in beide sidrot staat ‘Sjabbat’ en alles wat daarmee te maken heeft of daarvan is afgeleid zoals het sjabbatjaar, het jubeljaar en het getal zeven dat vooral in de sidra van deze week meerdere malen wordt genoemd.

De eerste keer dat we van de Sjabbat horen is in het scheppingsverhaal: de Eeuwige heeft zijn scheppingswerk voltooid en sluit dit af met de Sjabbat. Met het in ere houden van de Sjabbat erkennen we Hem als schepper en eigenaar van het heelal. Bij de bevrijding van de slavernij in Egypte wordt opnieuw de Sjabbat genoemd met de nadrukkelijke vermelding: 'Ik ben de Eeuwige, jullie G-d.'

In het sjabbatjaar, elk zevende jaar, moet het volk het land braak laten liggen, het is een jaar ter ere van de Eeuwige. Opnieuw de erkenning dat ook dit land, evenals de hele schepping,  niet aan de mens behoort maar aan G-d zelf die het slechts in bruikleen heeft gegeven.

Maar het gaat nog verder: in het jubeljaar, dus na zeven sjabbatjaren, wordt elke slaaf vrijgelaten en keert de grond, die om wat voor reden dan ook verkocht moest worden, naar de oorspronkelijke eigenaar terug.

'Het land mag niet voor altijd verkocht worden, want van Mij is het land, want vreemdelingen die woonrecht hebben zijn jullie bij Mij. In heel het land dat in jullie bezit is, moeten jullie een recht tot wederkoop instellen voor het land.'

Gedurende de jaren tot dat vijftigste jaar, het jubeljaar,  kon de oorspronkelijke eigenaar, als hij daartoe in staat was, zijn grond ook eerder terugkopen. Daarvoor was een vastgestelde prijs, afhankelijk van het aantal jaren dat het niet zijn eigendom was en de winst die de koper daarop had gemaakt door de opbrengst van het land. Door die vaste prijs was het niet alleen onmogelijke om te speculeren met de grondprijs en voorkwam men grootgrondbezit, maar werd ook verstedelijking tegengegaan. Dit was belangrijk omdat iedere familie door het stukje grond dat zijn eigendom was in zijn eigen voedsel kon voorzien. Ook voor de grond tussen de Levietensteden gold hetzelfde, dit was voor altijd hún bezit.

We zien de verschrikkelijke gevolgen van grondspeculatie overal om ons heen. In landen waar boertjes hun land wordt ontnomen door grootgrondbezitters of projectontwikkelaars, waardoor ze gedwongen worden in armoede in een stad te leven, zonder eigen grond en vrijheid.

Precies hetzelfde zien we met voedsel gebeuren: wanneer het manna valt in de woestijn mag ieder voor sjabbat een dubbele portie verzamelen, naar behoefte van zijn familie. Wie meer nam dan hij eigelijk nodig had, vond het de volgende dag vol met wormen. Ook dit was een waarschuwing tegen voedselspeculatie en zwarte handel in producten die van levensbelang zijn. Zo liggen b.v. grote graanschepen te wachten op zee, vaak gevuld met graan afkomstig uit het land waar grote hongersnood heerst. Zodra het hoogste bod is uitgebracht, vertrekt zo‘n  schip naar dit land, waar vervolgens de inhoud eerst in handen van de regering belandt. Deze voorschriften uit de Thora, dit verbod op grond- en voedselspeculatie getuigen van een groot moreel bewustzijn en..... zijn dus afkomstig van G-d zelf.

De geboden die we in de Thora vinden kunnen we verdelen in drie belangrijke groepen:

-         de misjpatiem, ‘oordelen’ zoals het verbod om te doden of te stelen, deze zijn voor iedereen duidelijk.

-         de edot,  voornamelijk de voorschriften bij de verschillende feesten, het leggen van tefillien en het aanslaan van de mezoeza.

-         de choekiem, ‘verordeningen’. Voor deze verordeningen wordt geen verklaring gegeven, het zijn simpelweg verordeningen van G-d. Voorbeelden hiervan zijn de reinheids-en kasjroetvoorschriften. Uit de context van onze sidrot ben ik geneigd ook de daarin genoemde verordeningen tot deze categorie te rekenen.

De choekiem worden het makkelijkst veronachtzaamd.

In Vajikra 25, 17 en 18 staat direct na de verordeningen voor het jubeljaar:

'Laat de een de ander niet benadelen, heb ontzag voor je G-d, want Ik ben de Eeuwige jullie G-d. Jullie moeten mijn wetten (choekiem) nakomen en je aan mijn rechtsvoorschriften (misjpatiem) houden door ze in de praktijk te brengen; dan kunnen jullie met een veilig gevoel in het land wonen.'

De sidra van deze week draagt de naam bechoekotai, ‘naar mijn voorschriften’. Hij begint met de woorden: 'Wanneer jullie wandelen bechoekotai (naar mijn voorschriften) en mijn geboden bewaren en die doen....'

Dan volgen tien verzen waarin wordt gezegd hoe het het volk zal vergaan wanneer het zich aan deze voorschriften houdt. Ze eindigen met de woorden: 'Midden onder jullie plaats Ik mijn woning en mijn wezen zal zich niet van jullie afkeren. Ik begeef mij onder jullie en zal jullie een G-d zijn en jullie voor mij een volk (26, 11-12).'

In schril contrast staan de  22 verzen waarin de meest erge dingen worden voorzegd wanneer het volk zich hier niet aan  houdt. Maar als we de tekst goed lezen en analyseren dan zien we iets anders. Het is een proces dat stap voor stap verloopt.

Vs. 14: Maar als jullie niet naar mij luisteren en jullie al deze geboden niet doen.....

Vs. 15: Wanneer jullie mijn wetten versmaden en van mijn rechtsvoorschriften een afkeer hebben.... dan doe Ik op mijn beurt.....

Vs. 18: En als jullie als het zover gekomen is niet naar mij willen luisteren, dan zal Ik doorgaan.....

Vs. 21: Als jullie dwars tegen mij ingaan en niet naar mij willen luisteren, dan ga ik door....

Vs. 23: Als jullie je daardoor niet door mij laten terecht wijzen en dwars tegen mij in blijven gaan....., dan breng Ik oorlogsgeweld over jullie...

Vs. 27: En willen jullie desondanks niet naar mij luisteren en gaan jullie dwars tegen mij in, dan zal Ik in woede dwars tegen jullie ingaan....

...dan maak Ik je land tot een woestenij.... Ik verstrooi jullie onder de volken... jullie steden blijven ruïnes....Dan zal het land zijn sjabbatjaren vergoed krijgen...

Vs. 41: Wanneer dan hun met zonden beladen hart zich vernedert en ze zo boete doen voor hun schuld, dan zal Ik weer denken aan mijn verbond...

Wat opvalt bij de bestraffingen is, dat er verschillende keren wordt gezegd: 'Ik zal jullie straffen zevenmaal voor jullie zonden...,Ik zal jullie slagen toebrengen, zevenvoudig, overeenkomstig met jullie zonden...' enz.

Hier horen we het getal zeven terug, maar zien we ook dat G-d niet willekeurig in woede straft, maar een straf voor een bepaalde overtreding geeft, met mate. Telkens waarschuwt hij tot zesmaal toe en bij de zevende maal, na de omkeer, blijft wel nog de straf van de verbanning, maar is er nieuwe hoop; weer het idee van de Sjabbat.

Verschillende commentatoren hebben deze teksten nader bekeken en daaruit de volgende conclusie getrokken:

Het begint met ‘niet luisteren’ d.w.z. niet studeren op de voorschriften en omdat je ze daarom niet kent, houd je je er ook niet aan (mijn wetten versmaden). De volgende stap is het selectief toepassen van de voorschriften, dit wordt gevolgd door het veroordelen van mensen die zich er wel aan houden en hen bespotten, gevolgd door het verbod op de uitvoering  ervan (dwars tegen mij ingaan), het ontkennen van de goddelijke oorsprong en tenslotte het ontkennen van G-ds bestaan. Opnieuw zeven fasen.

Omdat dit gevaar door alle tijden heen zo reëel is, wordt er nadrukkelijk tweemaal gezegd dat dit wetten van Sinai zijn, behar, dus van de Eeuwige zelf.

Waarom lezen we deze teksten nog?

Zijn deze woorden voor ons nog relevant?

Nemen we de waarschuwingen serieus?

Wanneer we G-d niet meer zien als authoriteit, dan zijn we dat zèlf geworden, wìj maken zelf de keuze wat goed voor is voor òns, wij zijn de maatstaf geworden en die maatstaf verandert met het doel dat we willen bereiken. M.a.w. om het op een extreme manier te zeggen: als G-d niet bestaat, is alles geoorloofd.

Gezien de situatie in de wereld, het grote verval van morele en ethische waarden, zijn dit zeker vragen om over na te denken.

Misschien krijgen de woorden waarmee we elkaar elke week begroeten toch hierdoor een diepere betekenis: ‘Sjabbat?  sjalóm’.

 

Sjabbat sjalom!

 

17 mei / 17 iyar 2014 - Dra. Gonnie Blok 

 

Nieuws

UNESCO, Lees meer >>
Onze Joodse buren, de Synagoge van de Nederlands Israelit Lees meer >>
Information in English Lees meer >>

augustus

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31