LJG Twente is er ook voor U.

21 oktober 2017 | 1 Heshvan 5778

Parasjat Besjalach

Parasjat Besjalach

Droosje sjabbat Besjalach – sjabbat Sjira 

Deze sjabbat is het sjabbat Besjalach. Dan heeft deze sjabbat nog een naam: Sjabbat Sjira, de sjabbat van hét lied, nl. het lied van Mosjee. In iedere ochtenddienst, zeven dagen per week, wordt de sjier gezongen op haar zo bijzondere melodie. Het is het lied dat Mosjee aanheft zodra hij met het volk Jisrael aan de overkant van de Jam Soef, de Rietzee is aangekomen. En in de wereld van toen, met een strikte scheiding tussen mannen en vrouwen, lezen we aan het eind van de sjier dat Mirjam daarop het lied met de vrouwen aanhief. Het begin van de veertigjarige woestijntocht was begonnen. En als Mosjee na die veertig jaar aan het eind van zijn krachten is en het gezag overdraagt aan Jehosjoea, heft hij opnieuw een lied aan, in de laatste parasja van Thora Ha-azinoe. In het sefer is deze tekst ook op een bijzondere manier geschreven, maar anders dan de Sjier.

Tot op vandaag wordt het vreugdelied van het volk over de ondergang van farao en zijn leger elke dag bezongen; de bevrijding van ons volk uit slavernij betekende het begin van ons volk als volk, en betekende het begin van de menselijke strijd tegen onderdrukking. Een ouder verhaal over een volksopstand tegen tirannie is in de wereld niet bekend. Farao, zijn wagens en krijgers wierp Hij in zee en ze verdronken er jammerlijk. Hoera! In veel Reformtempels wordt dit lied nooit gezongen; het is niet lief genoeg. 

  bron: www.abc.net.au  

Sjabbat Sjira is gewoonlijk in dezelfde week als Toe Bisjewat, het Nieuwjaarsfeest der Bomen. Er bestaat een sterk verband tussen de parasja Besjalach en Toe Bisjewat.

Het eerste verband is dat het volk Jisrael in de sjier wordt beloofd gebracht te zullen worden naar het land om daar gepland te worden: tewie'eemoe we titaeenoe – gebracht en gepland. Behar nachalatecha – Op die berg, Uw erfdeel. Tsion, Jeroesjalajiem, het land Jisrael. Machon lesjiftecha paälta Adonai – de zetel die U zich tot woning maakt, Eeuwige. Ieder volk ter wereld heeft vanouds zijn natuurlijke vaderland om te bewonen; wij echter hebben ons woonrecht niet automatisch gekregen. Het land wordt ons toegezegd: voor het eerst aan Awraham Awienoe. De onderliggende gedachte is dat we die woonplaats horen te verdienen door goed te leven, door ons te verbinden aan een leven met mitswot. Ons gedrag wordt gewogen: hoe we omgaan met onszelf, met onze medejoden en tevens met onze medelandgenoten. En in hoeverre we onze band met Kadosj Baroech Hoe in stand houden. Daarbij wordt ook gedacht aan onze rol tegenover de natuur in het land. De middelste alinea van het Sjema handelt hierover; die spreken we twee maal daags uit.

Maar wonen we eenmaal in het land dan moeten we ons bestaan daar ook planten. Dat betekent arbeid. Zorg, volharding, gebed en voortdurende toewijding. De verhouding van het volk Jisrael tot het land Jisrael is vergelijkbaar met de relatie tussen de boer en zijn boomgaard. Met de Hoge Feestdagen wordt deze gedachte uitgewerkt in de zin: kie anoe carmecha we-atta notereinoe – wij zijn uw wijngaard en u bent onze planter. De boer investeert al zijn vakmanschap en moeite in zijn boomgaard om te zorgen dat zijn bomen fruit zullen geven om hem en de zijnen van voeding te voorzien en te beschermen tegen de elementen. Zo moet ook het volk Jisrael haar talenten en moeite investeren in het land Jisrael om er een permanent verblijf te garanderen. Dit is in het kort de grondgedachte van het religieus zionisme van de afgelopen anderhalve eeuw. Onze poging om een massale terugkeer uit de diaspora te planten naast de vele daar immer gewoonde hebbende Joden in ons land is een voortdurend hoofdthema in onze geschiedenis en leidraad voor onze toekomst. Door de eeuwen heen heeft Am Jisrael vaak een afwachtende houding gehad voor wat betreft de terugkeer naar het land. God zou ons Mosjiach zenden, die ons allen zou meevoeren naar het land, waarbij de eindtijd kon beginnen. Sinds het midden van de 19e eeuw echter hebben velen niet meer willen wachten op die Hand Gods en zijn zelf op pad gegaan, hebben de schop ter hand genomen en zijn het land gaan bewerken, hebben steden gebouwd en wegen aangelegd. Hebben moerassen drooggelegd en de woestijnen herbebost. Rav Kook, de eerste opperrabbijn van Israel, zag het als zeer orthodoxe rabbijn heel duidelijk: het zijn deze pioniers, deze chaloetsiem, geweest, vaak van God los, die de vromen achter hun studieboeken hebben kunnen overtuigen dat juist in de aanpak van de opbouw van het land de Hand Gods schuilging, zoals de eerste pioniers in de dagen van Jehosjoea strijdend en landbouwend het land innamen en opbouwden.  67 jaar na de vestiging van de staat Israel nog steeds actueel.

Het bestaansrecht van Israël wordt echter nog steeds door al zijn buren, van Marokko tot Maleisië, betwist. Ook weer deze week vielen er slachtoffers te betreuren die door hun Libaneze buren werden verrast en vermoord. In de sjier zingen we dat God ons in de dagen van Mosjee met sterke arm uit Egyptische slavernij verloste; maar we weten allemaal dat door de geschiedenis heen de Joden vaak tevergeefs op die sterke arm hebben gewacht. Deze week herdenken we de bevrijding van het kamp Auschwitz. Paard en ruiter van Duitsland hebben tot op de laatste dag van het derde rijk gewoon op de Brandenburger Tor kunnen staan. De Russen hebben het span na ‘45 omgedraaid. Dat was alles...  Het wachten op de vernietiging van de Wehrmacht heeft voor miljoenen slachtoffers toen te lang geduurd. Het waarom zullen we nooit bevatten. Was er wel een waarom?

De tweede verbinding tussen Besjalach en Toe Bisjewat halen we uit de verhalen over de staf van Mosjee. Deze heeft hij voortdurend bij zich, vanaf zijn ontmoetingen met farao en zijn tovenaars, bij de oevers van de Rietzee tot op de bergtoppen tijdens de strijd tegen Amalek. De symboliek van de staf zien we weer terug in Thora wanneer de staf van Aharon bloeit om te bewijzen dat hij het recht op het priesterschap heeft. Dan komt de ogenschijnlijk dode houten staf tot bloei en schiet bloesem en laat zelfs amandelen groeien. De amandel, de eerste bloeier in het land, als symbool voor de cohaniem. Talmoed legt uit dat die staf kan bloeien omdat hij in de nabijheid van de Ark des Verbonds is. Blijkbaar kan de nabijheid van de Ark zoveel heiligheid uitstralen dat bestorven materiaal weer tot bloei kan komen. Velen zien hierin het bewijs dat de bouw van de derde tempel ook het begin van de wederopstanding van de doden zal zijn. Daarom is de staf het juiste symbool waarmee oorlog gevoerd kan worden tegen Amalek. Want Amaleks kracht is enkel fysiek: spierballen en geschreeuw, haat, dood, vernietiging en negativiteit. Als het aan Amalek had gelegen had Jisrael opgehouden te bestaan en hadden de farao’s nu nog het laatste woord op aarde gehad. Deze krachten zijn in het Midden-Oosten nog steeds duidelijk aanwezig. Alle dagen terroriseren zij hun omgeving nog steeds. De kracht van Jisrael bestaat uit leven, opbouw en positivisme. Met zang en heiligheid bezitten we de kracht het fysieke om te kunnen buigen tot de zegeningen van het geestelijke. De naam van ons, Jisrael, wordt vaak vertaald met Strijder voor God, of Strijder met God, maar vandaag is onze naam goed te vertalen met Zanger voor God. Jasjier-El.

Deze lessen van Toe Bisjewat gecombineerd met sjabbat Sjira gelden als nooit tevoren. Mogen we hopen dat het lied van Jisrael: de vervulling van haar taken in onze wereld in deze en komende generaties, verder moge toenemen.

Ken jehie ratson,

Sjabbat sjalom en voor dinsdagavond Chag ha-Ilanot sameach. 

Sjabbat 31 januari / 11 sjewat 2015 - Bert Oude Engberink 

 

Nieuws

UNESCO, Lees meer >>
Onze Joodse buren, de Synagoge van de Nederlands Israelit Lees meer >>
Information in English Lees meer >>

oktober

  • <  
  •   >
z m d w d v z
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31