LJG Twente is er ook voor U.

19 augustus 2017 | 27 Av 5777

Parasjat Kie Tetsee

Parasjat Kie Tetsee

In deze sidra geeft Mosjee ons een breed pakket aan geboden, waaronder wetten die betrekking hebben op gevangengenomen vrouwen, over een opstandige zoon, de teruggave van verloren zaken, het bouwen van een afrastering om het dak, het dragen van tsitsiet, wetten aangaande niet-maagdelijke bruiden, overspel en verkrachting, echtscheiding, het stenigen van gevallen vrouwen en onhandelbare zonen, en wat je bent als kinderloze weduwe. Daarbij eindigt hij met ons te gebieden vooral Amalek, onze grote vijand in de woestijn, niet vergeten.

In deze afdeling van onze Thora wordt een schijnbaar eindeloze reeks van nogal tegenstrijdig aandoende aanwijzingen voortgezet, die in het gunstigste geval, volstrekt verwarrend lijken. Ze gaan van wetten met een hoog sociaal invoelingsgehalte omtrent het arbeidsrecht van de dagloner tot de botte consequenties van overspelig gedrag binnen een relatie. In één adem wordt ons voorgehouden onze ossen niet te muilkorven tijdens het ploegen en hopeloos opstandige puberzonen dood te stenigen. We leren bijkans wanneer we handen moeten afhakken. En zo gaat het maar door.

En wat dan? Hoe moeten we dit onvoorspelbare, wisselvallige aspect van onze heilige Thora begrijpen, waarover we zojuist nog, uit Spreuken, Misjlei 3:17, zongen bij het terugplaatsen van het sefer in de aron: ‘Deracheiha darchei noam, wechol netivoteiha sjalom - Haar wegen zijn aangename wegen, al haar paden zijn vredig?’

Veel van deze aanwijzingen betekenden 1300 jaar v.d.g.j. een doorbraak van monumentale proporties. Geen kind mag voor de zonden van zijn ouders ter dood worden gebracht en vice versa. Rijk en arm zijn gelijk voor de rechter. Tot aan de negentiende eeuw was wreedheid tegenover dieren nergens onwettig, behalve in de Joodse wet. Sterker nog: terwijl de hoog geprezen Codex van Hammoerabi (1792-1750 v.d.g.j) de doodstraf uitspreekt over iedereen die een weggelopen slaaf onderdak verleent, schrijft de bijna even oude Hebreeuwse wetgeving voor: ‘U mag een slaaf die bij u zijn toevlucht zoekt, niet uitleveren aan zijn meester. (Dewariem 23:16-17).

Maar wat moeten we met de rest? Hoe verenigen we onze ogenschijnlijk zo meevoelende en meelevende Thora en al haar bovenmenselijke gevoeligheden met de primitieve aansporingen waar zij evengoed mee vol staat?

Misschien ligt het antwoord wel daar, waarin een kloek moet worden weggejaagd voordat haar kuikens uit het nest worden gehaald. Ik heb er al vaker over gesproken. (Dew. 22:6). Maimonides (12e eeuw) legt deze wet uit als een manier om ons te leren, ons ervan bewust te zijn, dat ook dieren gevoelens hebben. (Moree Newoechiem, hfdst. 3). Nachmanides (13e eeuw) leert, dat dit voorschrift gegeven is om ons te leren mededogen te hebben (Ramban over Dew. 22:6). Daar zit wel een wezenlijk verschil tussen. Met andere woorden, mededogen hebben naar de ander, het andere, is goed. Maar uitdagender is het om onder alle omstandigheden mededogen te hebben en daarnaar te handelen. Niet slechts in situaties die ons barmhartig stemmen omdat we met de ander kunnen “meevoelen” of omdat het ons “raakt”, maar ook in die omstandigheden waarbij weinig tijd is, of die geen ruimte laten voor meevoelen of voor weekhartigheden. Zelfs in situaties waar onze onderbuik geheel anders denkt dan ons betere geweten. Om ook dán met compassie te handelen eist heel wat meer.

De Thora is er niet in geïnteresseerd om ons mededogen te leren voelen, maar juist hoe we meevoelend moeten léven. Thora is niet zozeer de wijsheid die ons leert voelen, maar leert ons ten volle te leven binnen de  beperkingen van onze natuurlijke behoeften. In alles moeten we de ander blijven zien. Telkens weer moeten we ons bewust zijn dat we zelf slaven waren in Egypte. Gevoelens zijn plaats- en omstandigheid bepaald; ze zijn subjectief, persoonlijk en toegespitst op persoonlijke bevliegingen en (voor)oordelen. Bovendien hebben we geen goddelijke openbaringen nodig om ons te leren voelen wat we van nature al geneigd zijn te voelen. Iets vinden we lief, schattig, zielig of gemeen, omdat we dat zo vinden. Waar we wèl die goddelijke openbaring voor nodig hebben, is om te leren hoe we uit onze gevoelens kunnen putten en hoe we die – ons Subjectieve Ik voorbij / beyond our subjective egos - aan een hogere roeping kunnen laten beantwoorden, als antwoord op een Hogere Wil. De door ons zo genoemde Goddelijke Wil.

Dát is de gemengde boodschap van de Thoralezing van vandaag. Kun je je waar nodig streng opstellen zonder je compassie te verliezen? Kun je iemand geselen die daartoe veroordeeld werd zonder zijn menselijke waardigheid uit het oog te verliezen? (Dewariem 25:3). Zou je een doodvonnis op een moordenaar kunnen voltrekken en je desondanks met medegevoel ten aanzien van diens dode lichaam opstellen (Dewariem 21:23)? Is het mogelijk met mededogen te stigmatiseren? Moeilijk, he.

Kun je zowel het ene uiterste als het andere aan? Ben je in staat om streng te zijn en toch vol mededogen? En omgekeerd? Kun je van je kind houden en er toch “nee” tegen zeggen? Kun je in iemands ogen kijken en toch “ja” zeggen waar je verstand liever “nee” had gezegd? Rabbi Elazar wees er in de 2e eeuw al op, dat “iemand die met compassie handelt in een situatie die om strengheid vraagt, uiteindelijk streng zal optreden in een situatie die om mededogen vraagt” (Tanchoema, Metsora, hfdst. 1).

Anders gezegd: kun je het grijze niemandsland bedienen? Of bloei je alleen maar op in het zwart-witte gebied? Kun je beslissen tussen en handelen met kleine details of kun je alleen maar veilig opereren bij een duidelijk en/of probleem? Dit is de uitdaging. Koning Sjelomo zei het zo’n 2900 jaar geleden al in zijn boek Kohelet, Prediker 7:15-18:

7:15 ‘Dit heb ik in mijn leeg bestaan gezien: een rechtvaardig mens gaat aan zijn rechtvaardigheid ten onder, een onrechtvaardig mens leeft lang ondanks zijn slechte daden. 16 Wees daarom niet al te rechtvaardig en meet jezelf geen overdreven wijsheid aan. Waarom zou je jezelf te gronde richten? 17 Maar gedraag je ook niet al te onrechtvaardig en wees niet overmatig dwaas. Waarom zou je sterven voor je tijd? 18 Houd het ene vast en laat het andere niet los. Dat is het beste, want wie ontzag voor God heeft, ontsnapt aan al te veel rechtvaardigheid en ook aan al te veel onrechtvaardigheid.’

In een eenvoudige samenvatting: Het is een hele prestatie als je twee tegengestelden kunt vasthouden zonder je greep op beiden te  verliezen.  

We zitten volop in de maand Elloel, we maken ons op voor de Hoge Feestdagen. Hebben we het met de nodige mensen om ons heen al weer goed gemaakt; het in ieder geval bespreekbaar gemaakt? Hebben we onszelf al genoeg onder de loep gelegd? Maken we al weer voornemens voor het komende jaar? De hoogste idealen voor onszelf liggen naast onze ervaring met onze standvastigheid in oud gedrag. Oordeel niet te licht, noch te zwaar over uzelf en over de ander. Want over en weer is het leven met elkaar, met familie, met bekenden, soms erg moeilijk, zoals het leven met jezelf dat ook kan zijn. Oordeel derhalve niet te zwaar over uzelf en de ander; dat zal uw leven en de samenleving een stuk aangenamer maken.

Ik wens u Sjabbat sjalom. 

Sjabbat 6 september 2014 – Bert Oude Engberink 

Nieuws

UNESCO, Lees meer >>
Onze Joodse buren, de Synagoge van de Nederlands Israelit Lees meer >>
Information in English Lees meer >>

augustus

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31