LJG Twente is er ook voor U.

19 augustus 2017 | 27 Av 5777

Parasjat Naso

Sjimsjon in Gaza

Parasjat Naso

Deze week vierden we de bevrijding van Israëls hoofdstad na een bezetting van 1897 jaar. Deze week ook werden we geraakt door de moord op de vier mensen bij het Brusselse Joodse Museum. Ze zijn inmiddels begraven. De vreselijke moord toont helaas weer aan dat wij Joden in Europa, ook in de Nederlanden, nog immer niet algemeen geaccepteerd zijn; en dat er nog steeds en weer opnieuw horden vreemd volk rondlopen die ons willen uitroeien. En dat een overheid dan opeens weer hoog van de toren blaast over onze beveiliging, maar ook nooit met boter bij de vis komt. Het lijkt erop dat we het voor onszelf moeten blijven oplossen; hulp van buiten is er toch niet. Een gegeven van alle eeuwen.

De haftara van deze week is deel van een té leuk verhaal om het over de eigenlijke sidra te hebben. Wie ooit een kinderbijbel had heeft er als kind al over gelezen. Sjimsjon. En wie zag niet Cecil B. Demille’s Hollywoodkraker.  De verbinding tussen haftara en sidra wordt gevormd door de regelgeving voor de nazir, de man of vrouw die uit religieuze overtuiging zich voor een bepaalde periode, voorgesteld een jaar, wil terug trekken uit het profane leven en zich wil onthouden van alcoholische drank, druiven en druivenproducten; de persoon mag zich niet verontreinigen aan een dood lichaam, zelfs niet van familie of ‘andere beesten.’ Daarbij laat een nazir al zijn haar groeien en er zijn er die zich van vleselijke lusten onthouden. De huidige Rastafari’s, denk aan Bob Marley en de andere aanbidders van keizer Haile Selassie zl., kennen deze regels gedeeltelijk ook.

De nazir brengt een zonde-offer, omdat, zo legt de Rambam uit, het eigenlijk een zonde tegenover de natuurlijke gang des levens is om zich dermate beperkingen op te leggen. Maar hij kan de menselijke nood om hiertoe te komen wel begrijpen. In veel culturen bestaat een legale wijze om aan het gangbare dagelijkse leven te ontsnappen en voor een vorm van ascese te kiezen.

Sjimsjon. Ongeveer 1050 – 1000 vóór.  Een leven vol tegenstellingen.  Vanaf zijn geboorte reeds door zijn moeder voor God apart gezet; door haar aan Hem gewijd, breekt hij voortdurend zijn geloften. Zou dat mede zijn veroorzaakt omdat hij niet zelf voor het nazirschap had gekozen, maar door zijn opvoeding in die rol werd gedrukt? De Geest Gods komt vaak op hem, geeft hem veelvuldig kracht de Filistijnen te verslaan. Tegelijkertijd echter is onze Sjimsjon een rokkenjager en moet hij zich voortdurend wreken. Zijn leven laat ons zien dat toegeven aan verleidingen tot meer zonden leiden kan. En ook dat God juist zondaars nodig heeft om Zijn wil uit te voeren, én dat Hij ons niet laat ontsnappen aan de gevolgen van een zondig leven.

Wanneer we over Sjimsjon beginnen te lezen zien we dat Israël weer zondig was in de ogen van de Eeuwige. En ook Sjimsjons optreden begint met een grove aveire. Hij wil trouwen met een Filistijnse vrouw, ondanks het protest van zijn ouders, die hem op het Goddelijke verbod van een huwelijk met een vrouw ‘van buiten’ wijzen. Zijn ouders vergezellen hem tot voorbij de wijngaarden van Timna om zijn bruid op te halen, wanneer een leeuw hem aanvalt, die door Sjimsjon wordt gedood. Als nazir had hij zich moeten houden aan het verbod wijn, wijnazijn, gegiste melk of andere gefermenteerde dranken te drinken en druiven te eten. Maar bij die wijngaard breekt hij dit deel van de eed. Had hij niet zo openlijk deze eed gebroken en de wijngaard ingelopen, dan had hij die leeuw niet eens ontmoet. Bron van een latere zonde. Toen hij weer langs die inmiddels dode leeuw kwam bleek het karkas gevuld te zijn met honing, waarvan hij at. Volgens de regels van de nazir mag deze ook geen dood lichaam van dieren aanraken. Nog een overtreding, dus. Hij was zich bewust van zijn overtreding, want wanneer hij van de honing aan zijn ouders geeft lezen we dat hij verzwijgt dat het uit een dode leeuw komt.

Dan komt Sjimsjon op en drinkfeest, in Richt. 14:10. Hoewel we niet lezen of hij drank dronk, leidde deze verleiding wel weer tot een zonde. Sjimsjon gaat een weddenschap aan, waarbij zijn Filistijnse vrouw stiekem het antwoord aan de Filistijnse gasten verklapt. Daarop vermoordt hij ze alle dertig.

Sjimsjon zoekt voortdurend de overtredingen op. En toch wordt hij steeds weer door God gebruikt. Zelfs volgens Richt. 13:5 om als begin van Israëls verlossing van de Filistijnen te dienen.  Ook een zondaar ontkomt niet aan Gods Wil, en voor God zijn alle mensen hoe dan ook aan overtredingen zondig; ook hen die door de ander niet als zo zondig wordt beschouwd. Hij doodt een leeuw, zijn eerste krachtproef, waarna hij tegen de Filistijnen durft op te staan en voornoemde dertig vermoordt. Nog later zweert hij de Filistijnen te grazen te nemen. Beide keren om persoonlijke redenen; niet door de hemel gestuurd. Wel zo gebruikt.

Wanneer hij in contact komt met Delila zal hij zijn volgende eed breken: zijn haar niet te scheren. Ondanks dat hij de Geest Gods over zich weet, controleren zijn fysieke lusten zijn leven. Zelfs nadat Delila voor haar Filistijnse vrienden zijn zeven haarvlechten afscheert denkt hij nog over Gods kracht te beschikken. Blind gestoken, vernederd als slaaf ontwaakt hij uit zijn slaap en denkt: ‘Ik ga eropuit als voorheen en zal me losrukken.’ Maar God had hem verlaten.  Net als voorheen dacht hij dat ook dit keer God hem wel ongestraft zou laten begaan, maar deze keer was dit dus niet zo. Nadat hij alle nazireense eden had gebroken was het met zijn speciale krachten gedaan en moest hij daar de gevolgen van aanvaarden.

Uiteindelijk komt er nog één krachtuitspatting. Het haar groeide immers meteen weer aan, staat er geschreven. Hij verwoest de Filistijnse tempel van Dagon, waarbij hij zelf omkomt en in zijn dood vele duizenden Filistijnen meesleept.

We leren hieruit, dat hoe we ook omgaan met geboden en verboden, hoe we onszelf ook kunnen brengen in de wereld van verleidingen, we uiteindelijk Gods oordeel niet zullen ontlopen. Daarnaast kunnen wij ondanks onze overtredingen heel goed gebruikt worden  als werktuig van God, om Zijn plannen te verwezenlijken. Uiteindelijk begreep Sjimsjon de ware bron van zijn kracht, maar hij begreep niet wat Gods doel met zijn leven was. Hij bidt tot God: ‘Eeuwige God, denk toch aan mij. Geef me alstublieft nog eenmaal genoeg kracht, zo dat ik me voor minstens een van mijn beide ogen op de Filistijnen kan wreken’ (Richt. 16:28). We zien dat hij meer bezig was met persoonlijke wraak dan met Gods wil. Dit kostte hem zijn leven. Aldus doodde hij meer mensen toen hij stierf dan bij zijn hele leven (16:30). Gods wil was uitgevoerd maar de vele zegeningen die Sjimsjon had kunnen hebben liep hij mis.

Rabbijn Kook (1865 – 1935), sinds 1921 opperrabbijn van Palestina tijdens de Britse mandaatperiode en overtuigd zionist, zag de parallellen van de tijd van Sjimsjon met de periode van zijn tijd, de tijd van de Richteren met de tijd van het Britse mandaat. Vele vromen snapten niet waarom hij, zo vroom en oprecht, met al die ongelovige socialistische en zionistische figuren kon omgaan. Maar hij begreep het: dank zij mensen als Sjimsjon was uiteindelijk koning Sjelomo in staat de tempel voor God in Jeroesjalajim te bouwen.

32 jaar na rav Kooks overlijden bevrijdden op 6 juni 1967 de troepen van Tsahal onze hoofdstad Jeruzalem op de Arabieren. Kook had dit voorzien. Het grondvesten van de moderne staat Israël had de inzet van allen nodig; ook, juist de enorme inspanning van hen die misschien niet zo bezig waren met mitswes uit te voeren. De proclamatie van onze staat zou vervolgens gaan leiden tot het vestigen van de Israëlische regering in Jeruzalem. En uiteindelijk de komst van de Masjiach nabij brengen. Met de inzet van heel het volk.

Sjabbat sjalom

2 niesan / 31 mei 2014 - Bert Oude Engberink

Nieuws

UNESCO, Lees meer >>
Onze Joodse buren, de Synagoge van de Nederlands Israelit Lees meer >>
Information in English Lees meer >>

augustus

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31