LJG Twente is er ook voor U.

21 oktober 2017 | 1 Heshvan 5778

Parasjat Tetsawee

Parasjat Tetsawee

  

Bron afbeelding: hasidimfortherestofus.wordpres.com

Priester ontsteekt het licht - Zely Smekhov

Voordat de Eeuwige hemel en aarde schiep, schiep Hij het licht. Daarna kwam de rest van de schepping en uiteindelijk de mens. Dat licht lag ten grondslag aan de schepping en begeleidt ons sindsdien. En wanneer aan het einde der tijden hemel en aarde zullen vergaan en het aardse licht zal oplossen, dan zal de Eeuwige Zelf ons licht zijn: Hij, die was, is Hij die is en Hij die zijn zal in alle eeuwigheid. Aldus Jesjaja. Zo is ons dat licht tot symbool voor de Goddelijke Aanwezigheid in ons bestaan; zelfs daar waar duisternis heerst omgeeft het ons tot in ons diepste wezen.

Daarom begint deze parasja met de beschrijving van het licht van de Tempel. Het aansteken, de verzorging van de menora in het Heiligdom en de zaken die nodig zijn deze voortdurend te laten branden. Pas daarna volgt de beschrijving van de priesterlijke kleding, de offerdienst en de ceremonie van de inwijding van onze cohaniem. Behalve voor het aansteken en het onderhouden van de menora waren de cohaniem ook verantwoordelijk voor de winning van zuivere, koosjere olijfolie hiervoor. Het licht moest namelijk stralen van de avond tot de ochtend; het verlichtte de duisternis in het Heiligdom in de nacht. De duisternis die hier overdag hing hoefde er niet door bestreden te worden. Bijzonder is dat de menora in de Tweede Tempel moest branden van de avond tot de avond, dus daadwerkelijk voortdurend: als ner tamied. Ons ner tamied herinnert daar nog aan. 

Rabbiner Samson Raphael Hirsch (1808–1888) ziet in het aansteken van de menora symbolisch de taak van de rabbijnen. Zoals de cohen ooit de lampen aanstak en onderhield, zo moeten deze functionaris zijn leerlingen voortdurend met geduld begeleiden. De lont moet worden aangestoken met een bestaand licht en dan uiteindelijk vanzelf verder gaan branden. De taak van de leraar is dus niet alleen voor een zuivere leer te zorgen, gesymboliseerd door de reine olie, waarvoor hij zelf verantwoordelijk was, maar hij moet zelf tot aansteker worden en zich dan overbodig maken. Dat betekent dat hij of zij de leerling zelfredzaamheid moet bijbrengen en de verantwoordelijkheid moet overdragen op de volgende generatie. Ledor wador.

De offers moesten ook regelmatig gebracht worden. ’s Ochtends en ’s middags telkens een eenjarig schaap als tamied en ‘s middags het mincha. Op sjabbat en jomtov een moesaf. De vroegste rabbijnen maakten zich er zorgen over dat de offerdienst slechts een uitgeholde routine was geworden en het vlammen in de dienst voor God zou zijn verdwenen. De mooie uitdossing van de cohaniem zou moeten helpen de magic erin te houden; voor het volk, dat zich vertegenwoordigd zag in de twaalf edelstenen, zowel als voor de priesters. Of het nu de tempeldienst was of de gebedsdienst die erop volgde, de kans op routine is groot. De eigenlijke bedoeling om de zorgen en de nood en ook dankbaarheid en eer te bemiddelen, hetzij vanaf de schouders van de cohen gadol of vanuit het hart van degene die bidt kon en kan wel eens ver weg wezen.

Een andere belangrijke les die uit de parasja van deze week voortvloeit is die uit het ontbreken van de naam van Mosje. Van het begin van Sjemot tot en met het bittere eind van Dewariem lezen we aan één stuk over onze grote profeet en politiek leider Mosje; maar niet in deze sidra Tetsawee. Vanouds is de sterfdatum van  Mosje bepaald op 7 adar. En dat is gewoonlijk in de week van deze sidra. Dit jaar was dat gisteren. We missen hem deze week in de Thoralezing, zoals we hem node missen sinds zijn overlijden. Door deze week niet over Mosje te kunnen lezen zien we tevens in, dat zelfs een mens van het kaliber van Mosje uiteindelijk zijn aardse leven moet verlaten. Zijn taak zat erop en dus ging hij heen.

In de chassidische wereld wordt veel geloof gehecht aan reïncarnatie, gilgoel. Persoonlijk – en met mij veel grote rabbijnen - denk ik dat een ziel maar één keer op aarde leeft, maar zij denken daar anders over. Hieruit komt over Mosje wel een mooie gedachte voort. Iemands ziel keert bij overlijden terug naar de grote massa van zielen, waaruit telkens weer geput wordt voor een nieuw leven. Eens zal de Messias, Mosjiach,  geboren worden en zal zijn ziel vonken van de ziel van Mosje Rabbenoe bevatten. Hij – of zij – wij zijn liberalen – zal zelfs fysiek op Mosje lijken. In geval van een vrouw hoop ik voor haar dan wel zonder baard.

De Thora stelt dat niets op aarde afhankelijk is van één persoon en het maakt niet uit hoe groot het aanzien van een persoon kan zijn. De Thora benadrukt met de sterfte van Mosje dat ook hem een beperkt aantal levensdagen was beschoren en hij uiteindelijk de weg moest gaan, die we allemaal hebben te gaan.  Deze week kunnen we zien dat zelfs de Thora kan bestaan zonder Mosje; hij was ook slechts een dienaar van God.

We worden gewaarschuwd geen enkel mens onfeilbaar te achten of als perfect te zien. Psalm 1 stelt zelfs niet te vertrouwen in mensen, zelfs niet in grote mensen, maar alleen in God en Zijn Thora. De neiging om mensen te vergoddelijken, bv geleerden, leiders, cultuurgoeroes en ook heiligen, is een gevaarlijke. Het leidt tot een gevreesde "persoonlijkheidscultus" die zoveel slachtoffers gedurende de afgelopen eeuw heeft gemaakt, en dat doet tot op heden. Oscars, Emmy’s en Grammy’s en Gouden Kalveren, medailles, nobelprijzen en ridderorden spelden we mekaar op. Ze zijn uiteindelijk maar behang. Artiesten, sporters, Mandela’s, Obama’s, u en ik; alle mensen zijn onderworpen aan zonde en mislukking, temperament en fouten. Alles wat wij en zij kunnen en alles wat wij en zij zijn komt voort uit de bron van onze schepping; dat Goddelijke Licht.

Is het daarom niet prachtig dat deze parasja niet alleen begint maar ook eindigt met de zorg om het ner tamied? Als aanwijzing  voor de continuïteit die nodig is in onze Godsdienst. Het licht van God en Zijn Onderwijzing hebben onderhoud nodig. Ook wij moeten steeds weer ons vlammen onderhouden en het Eeuwig Vuur in ons ontsteken en brandend houden. Dat wij mensen en zaken soms bewonderen is een menselijke trek. Het inspireert ons onszelf te verbeteren. Uiteindelijk is aanbidding in en buiten de Thora gereserveerd voor God alleen.

Ik wens u Sjabbat sjalom.

Sjabbat 8 februari / 8 adar-I  2014 - Bert Oude Engberink

Nieuws

UNESCO, Lees meer >>
Onze Joodse buren, de Synagoge van de Nederlands Israelit Lees meer >>
Information in English Lees meer >>

oktober

  • <  
  •   >
z m d w d v z
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31