LJG Twente is er ook voor U.

08 december 2021 | 4 Tevet 5782

Derasja erev Rosj Hasjana 2021

Derasja erev Rosj Hasjana 2021

Een aantal weken, sinds wij de lijst van Bert kregen over wie-doet-wat met deze dagen, zat ik mij te verdiepen in mogelijkheden voor een droosje op deze eerste avond. Ik koos, na een bewogen jaar, voor het thema koesteren, het koesteren van onze aarde, en onze samenleving. En toen, vorige week, viel Joods Nu in de brievenbus met niet alleen het thema Tikkoen Olam, maar ook met bijdragen van onze eigen Judith en Gonnie. Dus volgens mij zitten wij op een goede koers.

Hier staan wij dan weer aan het begin van een nieuw jaar, waar we de cyclus van één jaar eindigen en een nieuwe beginnen. Misschien een wat meer hoopvol jaar dan het vorige, maar toch nog met waarschuwingen en voorzichtigheid, maar ook met dankbaarheid dat wij samen kunnen zijn.

Vooral in de laatste periode zijn wij geconfronteerd met globale gebeurtenissen. Niet alleen het politieke van de laatste weken met b.v. de ramp voor de gewone mens in Afghanistan, maar ook andere dringende evenementen. Hevige regenval en overstromingen, op de raarste plekken, van Duitsland, Nederland en België, tot Colombia, Japan en zuidoost Azië. Ongelooflijke hoge temperaturen met brandhaarden niet alleen rond de Middellandse Zee, maar aan de westkust van Amerika en honderden vierkante kilometers van Siberië. Veel veroorzaakt door klimaatverandering dat wij globaal niet blijken te kunnen stoppen – soms door onze eigen hebberigheid en eigenwijsheid. Een nieuw Delta variant van de coronavirus. Mensen op de tocht als vluchtelingen, vanwege oorlogen, onderdrukking, en hongersnood door slechte oogsten, deels vanwege wat wij met de aarde doen. En het gaat maar door want dit is maar een kleine opsomming.

Voor ons vandaag beginnen de dagen die een hoogtepunt zijn op onze kalender. Van Rosj haSjana tot aan Simchat Thora kan het een drukke tijd zijn. In een droosje een paar weken geleden, noteerde Dr. Judith Frischman, voormalig hoogleraar Judaïca in Leiden, dat in plaats van Hoge Feestdagen, eigenlijk de goede vertaling – de Jamiem Noraiem,  Ontzagwekkende Dagen – veel meer passend is.  Het zijn dagen waar we reflecteren, bezinnen, rechtzetten, en in onze ziel kijken. Hoe staan wij er bij? Staan wij even stil in alle drukte?

Het meest fundamentele concept van het Jodendom is dat God het universum – het heelal, de aarde en alles wat er in leeft - schiep. De implicaties zijn dat alleen God absolute eigendom heeft over de schepping (Beresjiet 1-2, Psalm 24:1 en 1Divree Hajamiem/ 1Kronieken 29:10-16). Het wereldbeeld van het Jodendom is dus theocentrisch, niet antropocentrisch. De implicaties voor het milieu zijn dat wij meer en meer beseffen dat wij geen onbeperkte vrijheid bezitten om de Schepping zo aan te tasten dat het niet meer goed is. Alles wat wij bezitten, alles wat wij hebben gebruikt, behoort uiteindelijk aan God toe. Zelfs wij zijn van God.

Een deel van de gebeden in de liturgie van deze Ontzagwekkende Dagen verkondigt: "De ziel is van U en het lichaam is Uw handwerk." Omdat wij, zoals in Kronieken staat, "bijwoners bij U zijn, slechts van voorbijgaande aard zoals onze voorouders; onze dagen op aarde zijn als een schaduw..." Wij zijn in feite verplicht altijd ons gebruik van de schepping te overwegen met het oog op het grotere goed in de beide dimensies: tijd (verantwoordelijkheid voor de toekomstige generaties) en ruimte (anderen op deze wereld). En ook moeten wij verder denken dan onze eigen soort, naar alles in de schepping.

Rabbijn Shlomo Eiger, een vooraanstaande intellectueel in de 19e eeuw en rabbijn van Poznan, die een chassied (spiritueel en vroom persoon) werd, werd eens gevraagd wat hij leerde van zijn eerste bezoek aan de chassidische rabbijn Menachem Mendel van Kotzk. Rabbijn Eiger antwoordde eenvoudig: "In het begin schiep God." De vraagsteller drong er bij hem op aan: "Moest een beroemde geleerde naar een chassidische rabbijn reizen om het eerste vers van Thora te leren?" RabbijnEiger antwoordde: “Ik leerde dat God slechts het begin schiep; al het andere is aan de mens.”

In het Sjema bij de dienst in onze siddoer, staat een alternatieve, ecologische interpretatie van de tweede alinea, en ik citeer een deel daarvan uit Midrasj Kohelet Raba, een 6 of 7e eeuws commentaar op Kohelet:

Als jullie Mijn opdrachten volgen en zorgzaam zijn voor Mijn schepping, en de opbrengsten van de aarde delen in rechtvaardigheid, dan zal Ik de natuurlijke gang van de seizoenen, met voldoende regen en zonneschijn, zegenrijk laten zijn voor alle mensen, waar zij ook wonen… Zorg goed (hiervoor) want als jij Mijn schepping verwaarloost, is er niemand na jou die het verloren gegane kan herstellen…”

Wel een waarschuwing, al eeuwen geleden. In onze westerse wereld zijn wij historisch geobsedeerd met heerschappij en controle. Maar het lijkt mij dat wij eigenlijk niet moeten beheersen als alleengebruikers, maar koesteren. Wij zijn pachters van de aarde, de mensheid, en eigenlijk ook van ons eigen leven. Wij zijn eigenlijk sjomriem, een woord dat normaal geassocieerd wordt met het strikt houden van sjabbat, of andere Thora regels.

Afbeeldingsresultaten voor nature ein gedi Ein Gedi

Bron: joysoftraveling.com

Maar een bredere betekenis is dat de sjomriem eigendommen bewaken die niet van hen zijn, maar die aan hen zijn toevertrouwd. Goede sjomriem vervullen dat vertrouwen door te zorgen voor de behoeften van alles wat ze beheren voordat ze voor hun eigen behoeften zorgen (zo geïnterpreteerd in Berakhot 40 uit de Talmoed, als voorbeeld). En als dat gebeurt kunnen alle mensen inderdaad in harmonie leven met dat wat we dienen en verzorgen. Maar we hebben ook het vermogen -- sommigen zouden het de neiging kunnen noemen -- om te vernietigen, alleen door buiten de voorgeschreven relatie te treden. Die relatie maakt ons constant rentmeesters in plaats van overheersers.

Dus hoe zijn wij bezig met koesteren – het koesteren van ons stukje aarde, het koesteren van elkaar en onze medemens, het koesteren van onszelf en het koesteren van sjabbat als een dag van herstel in deze soms gekke en drukke wereld? De Tenach staat vol van manieren hoe wij moeten koesteren wat ons gegeven is:

(Wajikra 19) “Wanneer u de oogst van uw land binnenhaalt, zult u niet helemaal tot aan de randen van uw veld oogsten, of de nalezing van uw oogst verzamelen ... maar u zult ze achterlaten voor de armen en de vreemdeling: Ik, de Eeuwige ben uw God.”  

En we lezen ook (Job 12:7-9): “Maar vraag het de beesten, en zij zullen het je leren; de vogels van de lucht, en ze zullen het je vertellen; of spreek tot de aarde en het zal je leren; de vissen van de zee, zij zullen je informeren. Wie van al deze weet niet dat de hand van de Eeuwige dit heeft gedaan?”

In Avot de Rabbi Nathan, 31b, lezen we: “Rabbi Jochanan ben Zakkai ... zei altijd: als je een jonge boom in je hand hebt, en iemand zou tegen je zeggen dat de Messias is gekomen, blijf dan en voltooi het planten, en ga dan om de Messias te begroeten.”

En ook over het koesteren van onszelf en onze omgeving was er al veel wijsheid opgeschreven, die wij nu 'modern' zouden noemen. Maimonides (12e eeuw) zag als arts de nadelige effecten die de aantasting van het milieu op de gezondheid zou kunnen hebben en hij stelde voorschriften voor om deze tegen te gaan (zie bijvoorbeeld zijn verhandeling over astma).

Joseph Caro (16e eeuw) schreef over de verantwoordelijkheid van gemeenschappen om bomen te planten (Tur, Chosjen Misjpat #175), terwijl verschillende reacties van Rabbi Jitzhak ben Sjesjet (de Ribasj), uit het begin van de 14e eeuw, zich bezighielden met stedelijke vervuilingskwesties, waaronder geluidsoverlast en hun effecten op stadsbewoners (zie bijv. Responsa 196).

De Joodse traditie leert ons dat we de kans om de aarde te beheren, alleen verdienen als we ons rechtvaardig gedragen. Dit omvat de spirituele discipline om de schepping verstandig te gebruiken met een gevoel van morele verantwoordelijkheid. In onze tijd hebben we laten zien dat we de aarde kunnen onderwerpen. Een centrale vraag waarmee de mensheid wordt geconfronteerd, is of we de kracht zullen tonen om onze verlangens naar alles te moeten hebben, alles te moeten controleren, in bedwang kunnen houden. Als we dat niet doen, kunnen we ten val worden gebracht door ons gebrek aan gerechtigheid.

Met Tikkoen Olam zijn wij bezig met het herstellen van hoe onze wereld zou moeten zijn. Het is niet zo als een voorbeeld waar ik aan dacht, met Miss World verkiezingen, waar je soms hoorde dat een  deelnemer 'wereldvrede' wou brengen als ze gekozen werd! Ik vermoed dat de meeste van ons niet globaal denken aan wereldvrede, en soms worden geconfronteerd met een gevoel van machteloosheid – een klein mens in een grote onbeheersbare wereld.  Hoe zit het dan als we kijken naar de grote uitdagingen en die machteloosheid, of soms moedeloosheid voelen? Gonnie, in haar bijdrage in Joods Nu, sprak daarover. U heeft het misschien al gelezen, en ik citeer: “maar in een gesprek met rabbijn Friedrichs in Antwerpen zei ze, “Hij tekende toen een stipje op papier en zei ‘Dat ben jij, doe wat je kunt in je omgeving, zo ontstaat er een cirkel om je heen, en als ieder mens datzelfde doet, dan raken al die cirkeltjes elkaar op een gegeven moment’”. 

Als we voelen dat wij soms niets betekenen in dit proces, denk dan aan de simpele dingen die, door jou, wel een verschil maken. Als je ’s avonds in de spiegel kijkt, laat je de dag dan beter achter dan hoe je hem gevonden hebt? Elk groot en klein beetje Tikkoen Olam, maakt een verschil. Mogen wij de kracht opbrengen om in onze kleine cirkel, die hopelijk andere cirkels raakt, met rechtschapenheid te leven en zo verlichting brengen aan alles en iedereen die wij raken. En moge dat ook ons deel zijn.

L’sjana tova oemetoeka.

Wil Hein, erev Rosj Hasjana 5782, maandag 6 september / 1 tisjri 2021

Nieuws

Welkom bij de Liberaal Joodse Gemeente Twente,"Or Cha Lees meer >>
Wie zijn wij - de synagoge van Haaksbergen Lees meer >>

december

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31