LJG Twente is er ook voor U.

01 oktober 2022 | 6 Tishri 5783

Derasja Ne'iela Jom Kipoer 2021

Derasja Ne'iela Jom Kipoer 2021

Het was tegen het einde van Jom Kipoer toen bij de sjoel van een klein dorp in de Oekraïne, alle bezoekers hun schoenen uit deden en die voor de ingang lieten staan voor ze naar binnen gingen. Na afloop van de dienst, toen de vergiffenis voor de begane zonden was gegeven en de gemeente had uitgeroepen “Adonai, Hoe HaElohiem”, verliet een van de bezoekers stilletjes het gebouw en zocht tussen de achtergelaten schoenen een mooi paar uit. Dat trok hij aan en liet zijn oude versleten schoenen staan. Toen hij wilde weglopen sprak een ander hem aan: “Je hebt net vergeving ontvangen en  gezegd dat je spijt had van je verkeerde daden en nou doe je dit?”  “Tja”, zei de man, “maar dat waren de zonden van het afgelopen jaar, deze is van het komende jaar, daar vraag ik volgend jaar vergeving voor.”

De bronafbeelding bekijken

bron: https://topvintage.nl/schoenen/vintage

We hebben een intensieve periode achter de rug. Te midden van alle rumoer, verwarring, neerslachtigheid over de situatie in de wereld op bijna alle terreinen, eenzaamheid soms, worden we opeens op onszelf teruggeworpen. We worden opgeroepen om na te denken over ons eigen gedrag, over wat we deden of juist niet.                                                                                

Ik moet bekennen dat ik het dit jaar heel moeilijk vond om hiervan los te komen. Want het leven gaat gewoon door links en rechts van je en je kan niet zeggen: ‘nu ga ik me eens even tien dagen bezinnen...' Je zit niet in de oude vertrouwde sjoel, hoe blij we ook zijn met de ons geboden gelegenheid hier te komen, maar het is net of de woorden anders klinken. En toen viel me ineens op hoeveel woorden er eigenlijk gezegd worden: twee boeken vol. En zoveel herhalingen. Ze helpen om de dag door te komen, maar ik had eigenlijk behoefte aan stilte. Wat me op zulke momenten het meest raakt is het Avinoe Malkenoe gezongen door Anneke, het schrille geluid van de sjofar die oproept tot waakzaamheid, attentie, gevaar en het koningschap van de Eeuwige en het slot straks wanneer de taliet over de hoofden wordt gedaan en we uitroepen: “Adonai, Hoe HaElohiem!"

En toch was het geen plotselinge onderbreking uit het dagelijks leven. We hadden mooie parasjot voorafgaande aan Rosj HaSjana. En dan merk je pas hoe ingenieus dit allemaal is opgebouwd. In Nitzaviem (Deut.30: 10 ev) staat…..Want de Eeuwige zal gelukkig weer blij om je kunnen zijn, zoals Hij blij was om je voorouders…….’als je van ganser harte met je hele ziel terugkeert tot de Eeuwige je G-d. Want dit gebod dat ik je heden voorschrijf is niet iets bovennatuurlijks voor je en het is niet iets dat ver verwijderd is. Het is niet in de hemel, zodat je zou moeten zeggen: “Wie stijgt er voor ons naar de hemel, haalt het voor ons en laat het ons horen, zodat we het kunnen doen?” Ook is het niet aan de overkant van de zee…… Integendeel, het is heel dichtbij je om het te zeggen en om het te doen. Zie; vandaag leg ik het beide voor je: het leven en het goede – de dood en het kwade………..Kies dus het leven, opdat je leeft, jij en je nageslacht.

Als het volk zou leven volgens de gegeven voorschriften, zou de Eeuwige niet alleen blij zijn, maar ook zijn huis of tegenwoordigheid zou te midden van Zijn volk zijn. Maar zoals Tim al opmerkte kon dit ook betekenen dat Hij ‘in’ het volk zou wonen, in de mensen zelf. En dat is denk ik de betekenis van de vorige tekst: het is héél dicht bij je, binnen in je, om het te doen. De keuze is aan de mens zelf.

Volgens de traditie worden er op Rosj HaSjana drie boeken geopend door de Eeuwige. Eén van de uitermate goeden, die een goede beloning krijgen en blijven leven, één van de door-en-door slechten, ook daarvan is het oordeel duidelijk en dan is er nog de groep waar twijfel over bestaat. Op Rosj HaSjana worden hun namen opgeschreven en op Jom Kipoer, worden hun vonnissen bezegeld. De tekst die dan volgt wordt op beide dagen gelezen en is zeer oud. Verschillende tijden en bronnen worden er voor aangehaald. Sommige zeggen dat het gedicht (pyyut) dat deze gang van zaken beschrijft en dat de naam draagt Oenetanné Tokef, stamt uit de 11de eeuw, waar het te maken zou hebben met de marteling en de dood van Rabbi Amnon van Mainz. Er is echter geen vermelding in de geschiedenis van een Rabbi met deze naam. Een kopie werd gevonden in de geniza in Caïro uit de 8ste eeuw. Weer anderen vermoeden dat het stamt uit de Byzantijnse periode tussen 330 en 638 geschreven in Israël, gezien de stijl en het slot. Het slot luidt nl. ‘maar inkeer, gebed en liefdadigheid kunnen dit vonnis afwenden.’ Dit komt precies zo voor in Genesis Rabba. Maar de gemeenschappelijke noemer is dat het geschreven is in een voor de Joden zeer gevaarlijke en moeilijke tijd. Een deel van de tekst is als volgt: U telt, maakt de rekening op, onderzoekt de ziel van al wat leeft, bepaalt de levensduur van elk van uw schepselen en schrijft hun gerechtelijk vonnis op. Op Rosj HaSjana, de nieuwjaarsdag, worden zij opgeschreven en op Jom Kipoer, de verzoendag, worden hun vonnissen bezegeld. Hoeveel de wereld verlaten en hoeveel ter wereld gebracht worden. Wie leven zal en wie sterven. Voor wie het einde zal komen en voor wie het einde nog niet zal komen. Wie door het vuur en wie door het water, wie door het zwaard en wie door de honger, wie door een natuurramp en wie door een epidemie, wie rustig zal leven en wie zwervend, wie in stilte en wie opgejaagd, wie vergenoegd en wie in smart, wie in lagere en wie in hogere levensstand wordt gebracht, wie arm zal zijn en wie rijk. Maar:

INKEER, GEBED en WELDADIGHEID kunnen het onheilvolle vonnis afwenden!

Er zit een merkwaardige maar zeer belangrijke kern in deze tekst. Het is de Eeuwige die de mens heel precies onder de loep neemt, zowel zijn daden als zijn ziel. En op grond van dat onderzoek wordt het vonnis geveld. Wat me opviel in deze tekst is de actualiteit van de omstandigheden waaronder de mens omkomt of verkeert. We hebben het het laatste jaar allemaal langs zien komen: het vuur (de grote branden), het water (de overstromingen), het zwaard (de oorlogen), de epidemie (corona), de vele vluchtelingen voor honger of natuurrampen, de smart, maar ook de zelfgenoegzaamheid, hogere en lagere levensstandaard, rijkdom en armoede…… Maar is Hij het die deze situaties creëert om mensen te straffen? Om ze te laten sterven? Zijn we het niet zelf die dit onheil over onszelf, maar erger: over onschuldige anderen, afroepen? We hebben als mens een zeer grote vrijheid gekregen en heel veel mogelijkheden. Deze kunnen tot prachtige dingen leiden, maar ook tot totale vernietiging. Ik denk dat met het vellen van het vonnis bedoeld wordt: als jullie zo door gaan, wordt het jullie einde, dat einde is niet een straf, maar de consequentie van het overtreden van de levensregels die Hij gegeven heeft: kies dan het leven! Maar het vonnis wordt niet voltrokken, het kan afgewend worden door omkeer, gebed en liefdadigheid. Dat is wat er van ons allemaal verwacht wordt. De Eeuwige is niet uit op de vernietiging van de mens; daarom spreken we hem eerst aan als ‘vader’ en pas daarna als ‘koning’.

Wat doen we straks als we naar huis gaan? Nemen we de mooiere schoenen van een ander mee of trekken we onze oude weer aan, maar repareren ze, maken ze weer mooi en gaan onze eigen maar betere weg? Dan wordt niet alleen ons eigen vonnis afgewend, maar ook dat van anderen die misschien door óns handelen anders zouden zijn omgekomen.

Chatima Tova

Dra. Gonnie Blok-Dragt, 16 september 2021 / Jom kipoer 10 tisjri 5782

Nieuws

Het wereldwijde Verbond wenst u een gelukkig en zoet nieuw jaar. Lees meer >>
Baroech haba - Welkom bij de Liberaal Joodse Gemeente Twe Lees meer >>

oktober

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31