LJG Twente is er ook voor U.

22 oktober 2020 | 4 Heshvan 5781

Derasja Sjabbat Sjoftiem

Derasja Sjabbat Sjoftiem

De sidra Sjoftiem, rechters, (in Deut./Dew. 6:18 - 21:9) deel van de laatste afscheidsrede die Mosje uitsprak voordat we het land Kanaän binnentrokken onder Josjoea, staat bol van ons goede bekende verhalen. We leren over rechtsgang en rechtspraak en over politie. Over moord en doodslag. ‘Tsedek, tsedek tirdof’; jaag recht na, niets dan echt. Over ‘oog om oog en tand om tand.’ We leren over steekpenningen, over gebrekkige offers, over mensenoffers, afgoderij en valse profetie, en over de invulling van het koningschap en het priesterschap. Over grondbezit en verspilling. Bal tasjchiet; vernietig niet. Over oorlogsrecht en vrijstelling van militaire dienst, over natuurbescherming. ‘Is een boom soms een mens, dat u tegen hem moet strijden?’ en de haftara van Jesjaja 51:12 - 52:12  leert ons over de terugkeer naar Tzion, het land waar we dat allemaal ten volle kunnen leven.

De eerste vraag die God ons in de Thora stelt is gericht aan Adam, de eerste mens: ‘Ajekha; waar ben je?’ In de Thora worden ons niet veel vragen gesteld. Gewoonlijk wordt ons verteld wat we wel of juist niet horen te doen. Maar als er vragen staan, als ze aan een specifiek persoon worden gesteld, worden ze aan allen gesteld, iedereen en van alle tijden. Ook aan ons, nu. ‘Adam, waar ben je?’ ‘Awraham, waar ben je?’ ‘Mosje, waar ben je?’ ‘Ben ik mijn broeders hoeder?’ ‘Zal de rechter van heel de aarde geen recht doen?’ Het lijkt bijna of ooit in het altooszijnde hemelse, God begonnen is Zich deze vragen te stellen, en daarna de Thora er als antwoord omheen heeft gegeven.

Van de aan ons gestelde vragen lijkt de eerste wel de meest prangende. ‘Adam, mens, waar ben je?’ Door van de verboden vrucht te eten gaven Adam en Eva blijk Gods toenmalige enige en unieke gebod niet te willen volgen en daardoor kennis te krijgen. En terstond werden ze zich bewust van de nieuwe werkelijkheid van hun scheiding van elkaar, van de natuur en van God. Ze voelden de schaamte, dus verborgen ze zich. Ze verborgen zich voor God en voor elkaar en voor alles wat ze geweest zouden zijn en van wat ze hadden kunnen zijn. ‘Waar ben je?’ Door ze dit toe te roepen werden hun door God de ogen geopend en zagen ze in dat ze de verkeerde weg ingeslagen waren. En onomkeerbaar pad, dat leidde naar de weg waarop wij nog steeds onze weg gaan.

De Oost-Europese chassidische wereld is bekend om zijn veelheid aan vertellingen, die allen antwoorden zijn op vragen die wij ons zouden kunnen stellen en vaak een vervolg zijn op de vraag: ‘Adam, waar ben je?’

De grote rebbe Sjneur Zalman van Liady, eind 18e eeuw, oprichter van Lubavitsch, van Chabad, zat ooit gevangen in Sint Petersburg, op bevel van onze goede vriend de tsaar. Zijn gevangenenbewaarder was een vrome orthodox christelijke Rus, die hem eens een vraag stelde.

‘Wanneer God toch alwetend is, waarom riep hij Adam ooit de vraag toe waar hij was?’ De rebbe keek hem aan en zei: ‘Vind jij dat de bijbel tot alle mensen van iedere generatie spreekt?’ ‘Ja,’ was het antwoord. ‘Dus de vraag ‘Adam waar ben je’ werd ook aan jou gesteld. Hoe oud ben je: 40? 50? Waar ben jij altijd geweest? Hoeveel jaar heb je nog te gaan en waar sta je nu op jouw levenspad? Hoeveel wijsheid heb je al vergaard en wat was het doel waartoe jij bent geschapen? Hoeveel van je dromen heb je al verwezenlijkt? Hoe nabij ben je tot de aan jou toevertrouwden? Wat heb je gedaan met de levensjaren die Hij je geschonken heeft? Sergei, waar ben jij?’

We beginnen ieder nieuw jaar met een bijzondere instelling. In ons geloof hechten we ons bijzonder aan het leven. Bij alles roepen we ‘lechaim; op het leven,’ en nemen er een. Maar gedurende deze periode – met het nieuwe jaar op komst – worden we ons er weer van bewust dat we naast het leven ook het sterven als deel van de werkelijkheid kennen. Wat zal het komende jaar ons bieden. Wie zal leven; wie zal sterven – de kern van Oenetannee tokef uit de Moesaf van de hoge feestdagen. Het aardse leven is het waard, omdat het slechts tijdelijk en eenmalig is. Alles wat we willen bereiken moeten we in een beperkte tijdsspanne uitvoeren. Dus moeten we aanpakken met wat we nastreven in ons leven. Dit zien we terug wanneer mensen in goede hoop dingen oppakken en het lukt niet. We willen onze pleziertjes en ook onze mijlpalen slaan, maar soms gaat het niet. We hadden wat willen betekenen maar dat liep anders. En dan horen we weer die vraag aan ons: ‘Adam, mens, waar ben je?’

Het is niet makkelijk oprecht naar onszelf te kijken. Ook voor onszelf schieten we in de verdediging of zoeken we uitwegen.

Winterswijk wil schaapskudde van markante herder redden: 'Stel ... Bron: www.degelderlander.nl 

Daarom zijn we nu, sinds gisteren, aangekomen in de maand eloel. De maand voorafgaand aan Rosj Hasjana, ons Joodse nieuwjaar. Gisteren, Rosj Chodesj 1 eloel was het tevens het nieuwjaarsfeest van het vee. Geen zwartbonte koeien met vuurwerk en oliebollen, maar de peildatum voor de heffing over onze veeteeltproductie. Weinigen hier hebben gisteren hun lammeren en kalfjes van het afgelopen jaar moeten tellen voor de komende belastingaanslag, al is het maar, omdat we geen tempel meer hebben. Maar nu we tot 1 eloel onze dierlijke basis weer hebben kunnen natellen gaan we ons menselijke deel evalueren tot Rosj Hasjana. ‘Adam, Bert, waar was je?’ Jij en ik, waar waren we? Waar deden we goede dingen, waar lieten we steken vallen? De maand Eloel, met de letters vormen we de afkorting voor Ani le-dodi we-dodi li; Ik ben er voor mijn geliefde en mijn geliefde is er voor mij. ‘Ik’ is hier God en die geliefde: dat zijn wij. De maand eloel is in de aanloop naar Rosj Hasjana geëigend voor zelf reflectie.

Nog met de negende av hebben we getreurd om alle ellende die de gexchiedenis over ons heeft gebracht, met als dieptepunt de verwoesting van beide tempels en ons bestaan in Judea. We bezonnen ons op ons falen in onze relatie met God. Maar vanaf de tiende av ging het weer bergopwaarts. Mosje ging de Sinai weer op om de tweede set stenen tafelen te halen, die hij ons op  Jom Kipoer overhandigde. We werkten gedurende die veertigdagentijd aan herstel van het vertrouwen in ons. Dat loopt nu door tot we op Rosj Hasjana voor Gods Aangezicht komen om dan met Jom Kipoer beoordeeld te worden.

Door de beperkingen vanwege corona zullen we vreemde feestdagen ingaan. Binnenkort zult u de planning hiervoor voorgelegd krijgen.

 

Sjabbat sjalom en een goede maand!

 

Bert Oude Engberink, Sjabbat 2 eloel 5780 | 1 augustus 2020

Nieuws

Welkom bij de Liberaal Joodse Gemeente Twente,"Or Cha Lees meer >>
Information in English Lees meer >>
Wie zijn wij - de synagoge van Haaksbergen Lees meer >>

oktober

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31