LJG Twente is er ook voor U.

22 april 2018 | 7 Iyyar 5778

Derasja Sjabbat Wajechi

Derasja Sjabbat Wajechi

Josef en de Kracht van de Diaspora 

De parasja van vandaag heeft de euphemistische naam vayechi (‘hij leefde’) naar de openingswoorden van de parashah, maar ironisch genoeg gaat het niet over het leven van onze aartsvader Jakob, maar voornamelijk over zijn dood en begrafenis.  Net zoals parasjat Chajee Sara (‘het leven van Sara’), die ging over de begrafenis van onze eerste aartsmoeder Sara. We zien dus vandaag, zoals zovaak in de Tora een cirkelvormige beweging waarmee de dood en begrafenis van onze eerste aartsmoeder verbonden is met dat van onze laatse aartsvader door het woord chaja – leven. (want ook Lea is inmiddels getorven, want Jakob verwijst in zijn verzoek om in het familie -graf in Machpela begraven te worden ook naar het feit dat hij haar daar ook heeft begraven (Gen. 49:31)). 

Het gebruik van het werkwoord chaja in verband met de dood wil ons misschien leren, dat de dood van ieder persoon alleen betekenis heeft in relatie met zijn leven; het is niet de dood dat ons aangrijpt, maar het leven dat er aan voorafgegaan is, of dat er nog tegoed was. De dood, zelfs van onze aartsvaders en -moeders, vraagt om een laatste terrugblik naar het leven, en wat zij hebben gedaan met de kansen en uitdagingen die hen in het leven gegeven waren. Voor Jakob was dat altijd de uitdaging om vertrouwen te vinden in de toekomst; zonder zich dat door sluwe streken toe te eigenen (zoals bijvoorbeeld de voorspelling dat hij als jongste over zijn broer zou heersen).  

Dit staat weer in sterk contrast met de dood van zijn meest geliefde zoon Josef, waarmee onze parasja en daarmee ook het boek Beresjiet eindigt. Want voor Josef was het moeilijk om zijn overmoedigheid en arrogantie te overwinnen en nederigheid  te leren.  

Uiteindelijk, terugblikkend op Josefs leven, weet onze traditie niet anders dan te concluderen dat hij een tzadik was. Hij wordt daarom ook Josef ha-tzadik (Josef de rechtvaardige) genoemd, gebaseerd op het feit dat hij de avances van Potifar’s vrouw weigerde (hoewel dat hem volgens de traditie heel wat zelfbeheersing kostte; zie de Sjalsjelet!) en ook omdat hij geen wraak nam op zijn broers voor wat ze hem hadden aangedaan.  

Wij vinden tegen het einde van onze parasja, wanneer Jakob gestorven is, dat er eindelijk een volledige verzoening plaats vindt tussen Josef en zijn broers, die vrezen dat Josef alsnog wraak zal nemen wanneer Jakob gestorven is. Deze vrees is niet geheel ongegrond, vergelijk maar met parasja Toledot, waarin Esau zweerde dat wanneer zijn vader eenmaal gestorven zou zijn, hij wraak zou nemen op Jakob en hem zou doden (Gen 27:41). Maar Josef verzekert zijn broers dat hun vrees ongegrond is.

Vanuit onze moderne optiek maakt al dit Josef nog niet tot een tzadik. Aan de ene kant had Josef geleerd minder arrogant te zijn, en had hij ook het leven van zijn familie als wel als dat van alle Egyptenaren gered met zijn plan om graan op te slaan. Hij had daar zelf natuurlijk ook financieel van geprofiteerd en had zich een hoge positie verworven, in een land dat niet het zijne was. Zijn succes had veel jaloezie en wrok teweeg gebracht, niet alleen onder zijn broers maar ook onder de Egyptenaren, die allemaal lijfeigenen van de Pharao moesten worden om graan te kopen. Het land van zijn succes zal het land van de onderdrukking van zijn nazaten worden, en alsof onze parasja ons wil waarschuwen voor wat er komen gaat, eindigt het boek beresjiet met de sombere woorden ‘be’aron be’Mitzrayim’ (in een doodskist in Egypte). Net als de dubbele betekenis van de naam van onze parasja –  Wajechi – is het land Egypte het land dat het leven van Jakob’s familie redde, ook het land van slavernij, van onderdrukking en de toekomstige dood van hun kinderen – de relatie met Egypte zal altijd ambivalent blijven.

Zoals we al hebben gezien met Chajee Sara brengt de dood van een familielid altijd heel veel onverwachte problemen met zich mee; voor Avraham betekende het dat hij een stuk land moest kopen om Sara te kunnen begraven, want beiden waren slechts  resident aliens – niet zomaar allochtone inwoners, maar rechteloos en tot nu toe zonder land; zijn eerste zorg was daarom om grond te kopen om Sara te begraven.

Met Jakob en Josef is er echter een ander probleem; zij hebben nu wel een familiegraf, en zij zien zichzelf nu, drie generaties na Avraham en Sara, as ingezetenen van Kanaän, zij identificeren zichzelf nog altijd als Ivri’im (Hebreeuwers; ‘zij die van de andere kant komen’) – zie Gen 41:12, waar Josef wordt beschreven als een na’ar Ivri ‘Hebreewse jongere’) en niet als Kanaänieten. Nu echter zijn zij vreemdelingen in een vreemd land; vluchtelingen voor een hongersnood. En de meest tekenende manier waarin Josef uiting geeft aan het feit dat hij in Egypte een vreemdeling – een Ivri (Hebreeuwer) is, is in het feit dat hij er op staat in Erets Jisrael begraven te willen worden.

Wanneer zijn broers Josef voor het eerst ontmoeten om graan bij hem te kopen herkennen zij hem niet, omdat hij zo volledig geassimileerd lijkt te zijn. Hij kleedt zich Egyptisch en spreekt Egyptisch (hij spreekt met hen via een vertaler Gen 42:23), is getrouwd met een Egyptische (wat een heel groot probleem is voor de rabbijnen, want zijn zonen Menasjee en Efraïm worden wel in de stammen meegeteld) en het lijkt alsof er niets meer is overgebleven van zijn oude identiteit. Maar dit, zo blijkt, is alleen maar uiterlijk; en het is tekenend dat Josef niet in Egypte begraven wil worden; in het land waarin een hele doodscultus heerste (van de mummificatie, beschreven in het  ‘boek van de dood’ en verbonden aan de Osiris verafgoding), maar bijgezet wil worden in het familiegraf van zijn grootouders in Eretz Yisrael.  

Josef heeft vanaf zijn 17de in twee werelden tegelijkertijd gewoond. En ik weet uit ervaring, dat als iemand voor langere tijd in het buitenland woont, hij ontheemd raakt van zijn vaderland, ook al hunkert hij er nog zo naar. En het maakt niet uit hoe zeer hij zich aanpast aan zijn nieuwe omgeving, hij blijft toch altijd een vreemdeling in het land waarin hij woont. Maar dat is voor een deel ook zijn eigen keuze; hij wil zijn identiteit als Ivri niet verliezen; dat is het bestaan van de diaspora-Jood.

Josefs keuze om begraven te worden in het land van zijn voorouders geeft zijn diepste wensen aan; zijn echte identiteit, die hij zo vaak en zo succesvol weggestopt heeft.

Dit wegstoppen leidt echter tot conflicten: zo lezen wij vandaag dat Josef zijn vader laat mummificeren. Onze parasja is de enige plek in de Tora waarin verwezen wordt naar mummificatie, want de halacha verbiedt de praktijk van mummificeren, als een daad die ingaat tegen het belangrijke principe van kewod ha-met (eerbetoon aan de dode) dat vooraanstaat in al onze onze begrafenisrituelen. Bovendien werd, zoals al eerder genoemd,  mummificatie erg sterk met Osiris verering geidentificeerd en dat was natuurlijk helemaal uit den boze! 

Maar hoe valt Josef’s beslissing om zijn vader te laten mummificeren te rijmen met josef ha-tzadik? De rabbijnen (die niet zo blij waren met het feit dat Jakob gebalsemd was) suggereren dat Josef zijn vader alleen maar liet balsemen om praktische redenen, aangezien hij ver van huis begraven zou worden. De halacha accepteert de praktijk van balsemen alleen als het om de een of andere reden vereist wordt door de civiele  wet.

Het feit dat Josef stipuleert dat na zijn dood zijn lichaam begraven moet worden in Erets Jisrael, als en wanneerzijn familie weer terug zal keren, impliceert dat zijn lichaam ook gemummificeerd moest worden en daarom wordt gesproken over een aron ‘een kist/een sarcofaag’ – alleen de Egyptenaren begroeven in een ‘kist’. 

Maar zijn verzoek brengt ook weer een probleem met zich mee – als Josef’s verzoek op zijn sterfbed impliceert dat zijn familie de wet moet breken, wat weegt dan zwaarder; zijn wens of de halacha?

Een verzoek gemaakt op een sterfbed heeft, volgens de Joodse wet (Tb Gittin 13a) de zelfde wettelijke macht als een legaal document, en moet in principe worden voldaan zolang het niet tegen de Joodse wet in gaat.   

Afbeeldingsresultaat voor jacobs funeral by joseph

The Mourning for Jacob at Goren ha-Atad - www.TheTorah.com 

Het is te vergelijken met het moderne dilemma dat zich voordoet als iemand op zijn sterfbed de wens uitspreekt om gecremeerd te worden, wat ook volgens de halacha verboden is. Is de familie verplicht om aan dat verzoek te voldoen, of geldt het verbod tegen crematie hier zwaarder?

Ook wat crematie betreft is er een oudtestamentische precedent, (waar de rabbijnen zwaar mee in de maag zaten); in I Samuel 31:12-13 staat er geschreven: Alle dappere mannen stonden op en gingen gedurende de nacht en namen het lichaam van Saul en de lichamen van zijn zonen van de muur van Beit-Sjean en kwamen naar Jawesj en verbrandden hen daar. En zij namen hun beenderen en begroeven die onder een boom in Jawesj. Bovendien is er geen expliciete tekst in de Tora of de Talmoed die crematie verbiedt.

Gebaseerd op deze feiten laten de Progressieve (Reform en Liberal) gemeentes in de UK crematie wel toe. En zo gebeurde het een aantal maanden geleden, dat ik persoonlijk was benaderd door een Orthodoxe rabbijn die vroeg of ik de creamatie van een van zijn leden kon doen, aangezien hij het halachisch niet mocht (zelfs geen sjiva mocht leiden na de creamtie), maar dat hij toch vond dat de wens van zijn gemeentelid vervuld moest worden en hij vond dat dat gedaan moest worden op een passende Joodse manier, door een rabbijn, ook al werd deze rabbijn niet erkend door The United Synagogue, het verbond van Orthodox Joodse Gemeenten in de UK. 

Natuurlijk zouden zulke problemen zich niet voordoen, als er geen culturele beïnvloeding was die onvermijdelijk komt door een leven in de diaspora. Op elk moeilijk moment, waarin onze voorvaderen zich niet aan de later ontwikkelde halacha blijken te houden, komen de rabbijnen met geniale uitleggingen (Josef’s vrouw was eigenlijk zijn nichtje, dochter van Dina, en dus perfectly kosher). Saul’s lichaam was gecremeerd om verdere venedering van zijn lichaam te voorkomen, omdat het verminkt was. En Jakob die moest wel gebalsemd worden, want hoe kon Josef anders het lichaam van zijn vader helemaal naar Kanaän brengen in dat klimaat? Maar die zelfde ingenieuse manier van handelen bestaat nog; als een van je gemeenteleden gecremeerd wil worden, dan vraag je gewoon een progressieve collega!

Het zijn deze problemen en beïnvloedingen; en de duidelijke ontwikkeling van de halacha zichtbaar in teksten zoals onze parasja van vandaag die  het Jodendom sterk heeft gehouden, net zoals alle tegenslagen in het leven van onze aartsvaderen, met name Jakob en Josef, hen uiteindelijk alleen maar sterker heeft gemaakt.

Mogen wij allen altijd flexibel genoeg blijven om met de invloeden van buitenaf op een uniek Joodse manier om te kunnen gaan om daaruit onze kracht en inspiratie te putten!

Ken jehi ratson, wenomar: amen      

Rabbijn Kathleen de Magtige – Middleton, sjabbat 30 december 2017 - 12 tewet 5778

Nieuws

Onze Joodse buren, de Synagoge van de Nederlands Israelit Lees meer >>
Information in English Lees meer >>

april

  • <  
  •   >
z m d w d v z
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30