LJG Twente is er ook voor U.

13 november 2018 | 5 Kislev 5779

Derasja voor Erev Rosj haSjana 2018, 5779

Derasja voor Erev Rosj haSjana 2018, 5779

Wie vanavond om zich heen kijkt in sjoel, waar ook ter wereld, kan daarna weer met een tevreden blik naar huis gaan. Want de sjoels zullen overal, meer dan anders, en zeker voor een zondagavond, lekker vol zijn en het zal goed aanvoelen. Dagen als Rosj ha-Sjana, maar straks ook weer Jom Kipoer, zetten mensen aan om elkaar op te zoeken op onze plaatsen van samenkomst wereldwijd. Dat is ook wat het Hebreeuwse woord voor sjoel, beth haknesset, en het Griekse woord synagoge in feite uitdrukken. En waar het Jiddische woord sjoel op is gebaseerd. Samen scholen, samen komen. Meer nog dan misschien de Hebreeuwse gebeden, komen we voor de melodieën, de herkenbaarheid van de gezangen, voor de sfeer, voor de sjofar en voor elkaar. En voor de kidoesj met appeltjes met honing. Stel je toch eens voor dat we het met ons Rosj haSjana met een schamel vuurwerk, een berg oliebollen en appelflappen en vaten vol drank hadden moeten doen. Wat zouden we veel gemist hebben. Ons gemoed zet ons aan naar sjoel te komen. Want het werd weer tijd. Eenmaal per jaar willen we toch eens in onszelf kijken en aan zelfonderzoek doen, verantwoording afleggen aan wat we meer of juist wat minder hadden kunnen doen voor een ander en voor onszelf. Dat zou ieder moment van ons leven kunnen, maar nu het op de kalender staat zijn we er ook aan toe. We hebben er naar toe geleefd. Het afnemen van de zomerse krachten van zon en hitte en het korten der dagen, van onbezwaard rustig aan doen, vakantie houden, zijn een teken dat het jaar ten einde loopt. Zo is onze kalender ingesteld. Het wordt herfst, we markeren weer een jaarwisseling.

Het jaar 5778 heeft voor ons Joden wereldwijd veel zorgen opgeleverd.  De voortdurend oplaaiende oorlogssituatie bij Gaza met continue raketaanvallen, de ongewisse opbouw van een Iraanse legermacht in Syrië en Libanon en angst voor geweld wereldwijd in de openbare ruimtes in met name grote steden, het wegkijken van wereldleiders als het om de precaire situatie van Israël in de Middenoosterse regio gaat, maken mij bezorgd. Waar moet dat heen en waar zal het toe leiden. En wat kunnen wij, kleine spelers, hierin betekenen?

Antisemitisme is teruggekeerd in de straten van Europa. Honderdvijfentwintig jaar na de Franse Dreyfuss affaire moeten we nog horen dat er in Parijs wordt geroepen: Dood aan de Joden. En vijfenzeventig jaar na de sjoa schreeuwt men in Berlijn op straat: Joden aan het gas. En in Nederland echoot het regelmatig na. Maar we zijn niet terug in de jaren dertig en veertig of in het eind van de 19e eeuw. Gelukkig niet. Voor het eerst in vierduizend jaar bestaat er een sterke, slagvaardige, onafhankelijke Joodse staat en bestaat er gelijkheid voor de wet in bijna alle landen van onze diaspora. Israël is geen holle boom, maar een wereldspeler op gebied van landbouw en watertechniek, in de hightech, in medische kennis en qua handelspositie. En toch moet Israël al decennia lang de minachting van een groot deel van de wereld voor lief nemen. Israël wordt weggezet als grootmacht die buitenproportioneel geweld gebruikt, wanneer het niet anders doet dan dat wat iedere staat zou moeten doen: zijn eigen burgers afdoende beschermen. Maar iedereen hier weet dat het beter is te leven met de staat Israël op enkele uren vliegen van ons vandaan en met het dédain van de wereld te maken te hebben, dan te moeten leven zonder de staat Israël, maar met alle sympathie van de mensheid. Israëls recht op bestaan schijnt de mensheid te verdelen; het blijkt de joodse wereld te verenigen. Hoe verschillend we ook allemaal mogen denken over de politiek daar.

Dat we als joods volk ons hoe dan ook verwant en tot elkaar verplicht voelen, is een goed uitgangspunt om de Jamiem Noraiem binnen te gaan, waar we voor God staan als individu en als volk.

Wat de geschiedenis heeft geleerd, maar wat maar weinigen ter wereld oppakken, zeker in het vrije westen, is dat antisemitisme vaak een begin van meer ellende is. De haat op ons gericht slaat gauw genoeg over op anderen, en dan zijn wij niet meer de enigen die ons afvragen of we wel mogen bestaan. De hardnekkigste vijanden van joden vandaag zijn de grootste vijanden van individuele vrijheid en burgerrechten van morgen. Wij mogen ons hier soms onprettig voelen; er zijn regio’s op aarde waar christenen in doodsangst leven, worden verjaagd en zelfs gruwelijk worden vermoord. Bahaï, Yezidi’s, Sikhs, Hindoes, Boeddhisten, en atheïsten evenzo. Er zijn regio’s waar moslems worden afgeslacht en dat vaak door onderlinge haat. Wie de kranten leest en het nieuws ziet, zal deze tijd geen eeuw van tolerantie kunnen noemen. En dan is het meeste niet eens in de kranten of op het nieuws te zien.

Terug naar de Jamiem Noraiem.  

Tijdens deze dagen zijn onze gebeden veel universeler dan met de andere feesten, die heel sterk op onze eigenheid gericht zijn. Bij de andere feestdagen zeggen we in de Amieda: ‘Atta bachartanoe mikol ha-amiem, ahavta otanoe waratsieta banoe – U hebt ons uit alle volken uitgekozen, U hebt ons lief en schept genoegen in ons.’ Tijdens deze feestdagen bidden we: ‘Oewechen, ten pachdecha, etc … Zo geef dan eerbied voor U, Eeuwige onze God, aan al wat ge gemaakt hebt en het ontzag voor U aan al wat ge hebt geschapen, opdat vol eerbied tegenover U staan al Uw werken en al Uw daden en opdat allen, die geschapen zijn en al wat geschapen is, U aanbidden kan.’ Bv blz. 265 LJG/244 NIK machzor. Hier ligt de nadruk op de wereldwijde menselijke saamhorigheid. En die menselijke saamhorigheid is wat we wel erg sterk nodig hebben. Onze boodschap die weergalmt door deze dagen luidt: ‘Leven.’ ‘Zochreinoe lechaim, melech chafets bechaim, wekatveinoe besefer hachaim.’ Gedenk ons voor het leven, koning, die genoegen schept in het leven, en schrijf ons in, in het boek des levens…’ we vergeten wel eens – het is immers 2018 – welke radicale verandering ons Jodendom bracht toen het zijn start maakte in de dagen van de farao’s. Het Egypte van de farao’s was bezeten van de dood. Het leven was immers vol van lijden en pijn. Met de dood kwam men eindelijk bij de goden. De piramides, ik ga een eind terug, waren tempels van de doodscultuur. Sindsdien aanbaden alle wereldrijken de dood. Vaak wordt gesteld dat religie is ontstaan toen de mens zich ging afvragen wat er na de dood zou zijn. Ook wij hebben inmiddels hele ideeën opgezet over het leven na de dood. We kennen de olam haba, het komende leven, en de techiat hametiem, de wederopstanding. Maar er zijn nauwelijks bronnen in Tenach hierover te vinden. Het cynisme uit Prediker, kohellet, en het onrecht waar Job tegenaan loopt, kunnen tegemoet worden getreden met: ‘Er is leven na het leven.’ Maar zeker met: ‘Er is leven tijdens dít leven. Dít leven moet de moeite van het leven waard zijn.’ Want, zegt koning David in een van zijn psalmen: ‘wat zou de verdienste zijn wanneer ik zou sterven en in het graf belandde? Kan stof U danken?’ En Mosjee zegt bijna aan het eind van zijn leven: ‘Kies voor het leven, zodat jullie en jullie kinderen zullen leven.’

Waarom zien we dit maar zo weinig in de andere religies terug? Wanneer we vinden dat er meer dan dit leven is, waarom doet het Jodendom er dan zo bescheiden over? Te vaak hebben moordenaars en ander gespuis hun kwade zaken gedaan, juist met de gedachte dat ze er een betere wereld mee zullen creëren; dat ze daarvoor in de hemelen groots beloond zullen worden. Voor deze mensen is juist het Jodendom, dat zo verknocht is aan het aardse leven, uiterst verwerpelijk. Zij hebben angst voor het leven, en daarom bestrijden ze het. Want wij leven met hartstocht ons leven. Voor recht en rechtvaardigheid moet in dit leven gestreden worden. Wij willen voor de mensheid een goed leven, een leven in rust en welvaart. Zodat ieder onder zijn eigen vijgenboom of wijnrank kan genieten van zijn oogst en van haar kleinkinderen. Om de profeet Hosjea aan te halen. Wij kennen geen angst voor de dood. Hooguit zijn we bang om te lijden en te sterven. Daarom zijn we gek op dokters.

Met Rosj haSjana blazen we de sjofar, de enige mitswa die we vervullen met onze levensadem zelve. Op de eerste dag van het jaar, de verjaardag van de schepping, lezen we in de Thora over de geboorte van Jitschak bij Sara en in de haftara over Sjemuels geboorte bij Channa. De tweede dag lezen over de Akeda, het afgewende offer van Jitschak door zijn eigen vader Awraham. De gedachte hieraan werd Sara’s dood. Alsof we zeggen: een leven, hoe klein ook, is als het universum. Het levensverhaal van een kind is genoeg om te tonen hoe kwetsbaar het leven is. Een wonder dat beschermd en gekoesterd moet worden. Velen dragen met JK hun tachrichien, het doodshemd en we zeggen sjeimes, alsof we willen aantonen dat we niet bang voor onze dood zijn. Meer dan ooit heeft de wereld ons nodig om deze boodschap te zien, de boodschap van de Thora dat het leven heilig is, dat dood verontreinigt en dat terreur in naam van welke overtuiging ook een ontheiliging van God en van de schepping van de mens is.

Afbeeldingsresultaat voor rosh hashanah fruits www.busyinbrooklyn.com 

De staat Israël is het collectieve accepteren van het Joodse volk, slechts drie jaar na we de vernietigingskampen achter ons konden laten, dat ‘Lo amoet, kie echjee – ik zal niet sterven maar ik zal leven’ dat Israël koos te leven. En nooit meer in de krochten van de geschiedenis, maar volop en met overgave. Israëls vijanden kozen de weg van de dood. Ze roemden zich er zelfs om, zoals later Osama bin Laden, dat de liefde voor de dood hun had gesterkt. Nee, het maakte ze niet sterk, maar gewelddadig. Agressie is geen kracht, het is een duidelijk besef van zwakte. De grootste groep slachtoffers van dit fundamentalistische moslem-geweld zijn andere moslems. Haat verwoest de hater en alles wat hij liefheeft. Inmiddels zijn niet alleen joden of het westen het doel; het hele Midden-Oosten, en delen van Azië en Afrika gaan eraan ten onder. Rosj ha-Sjana geeft de duidelijke boodschap dat wij, als Joods volk, een integraal onderdeel vormen van de mensheid en dat er slechts één optie bestaat, namelijk dat we als mensen moeten samenwerken om deze wereld bewoonbaar te houden. Laat ons de mensen aantonen, dat met de wijze waarop wij ons geloof vieren, God gevonden wordt in het leven. Dat het leven de essentie van de schepping is; niet het hiernamaals. Gods liefde gaat uit naar het leven en al wat het onderhoudt. Al koning David liet zien dat geloof sterker is dan angst. Veel dood en verderf is over ons heen gekomen, maar geen enkel wereldrijk heeft het Jodendom ooit verslagen. Geen enkele kracht zal dat ooit lukken.

Moge de Eeuwige ons, onze families, het volk en de staat Jisraël en de joden wereldwijd en alles wat ons dierbaar is en wie ons dierbaar zijn en alle mensen van goede wil, voor dit jaar inschrijven in het boek des levens. En moge de dag komen dat rechtvaardigen van alle volken samen zullen werken voor vrede en vrijheid, en voor een goed leven.

Sjana tova     

Bert Oude Engberink - Rosj haSjana 9 september 2018 / 1 tisjri 5779  

Nieuws

It is with profound sadness that the World Union for Prog Lees meer >>
Welkom bij de Liberaal Joodse Gemeente Twente,"Or Cha Lees meer >>
Onze Joodse buren, de Synagoge van de Nederlands Israelit Lees meer >>
Information in English Lees meer >>
Wie zijn wij - de synagoge van Haaksbergen Lees meer >>

november

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30