LJG Twente is er ook voor U.

03 juli 2020 | 11 Tammuz 5780

Derasja voor Kol Nidrei 2019 - 5780

Derasja voor Kol Nidrei 2019 - 5780

De avonddienst van Jom Kippoer begint met het uitspreken of zingen van het Kol Nidrei. Het is geen gebed, maar een verklaring dat de geloften, bezweringen, eden, verplichtingen, de  uitgesproken banvloek enz, als niet gedaan moeten worden beschouwd. Het is geschreven in het oud-Aramees. Wanneer het Kol Nidrei is opgenomen in de liturgie is niet bekend. Voor het eerst wordt er melding van gemaakt door de Geonim (rabbijnen in het begin van de 8ste eeuw CE in Babylonië). Ze zeggen dat het hen bekend is uit sommige landen, maar  vermelden niet om welke landen het gaat; kennelijk wordt het door henzelf niet gedaan. Andere Geonim b.v. uit Sura  daarentegen zijn er fel op tegen. Want, zeggen ze, wat is de waarde dan nog van een gelofte als je er zo makkelijk onderuit kunt en hoe vaak wordt daarbij niet de naam van de Eeuwige gebruikt? Bovendien tegenover de buitenwereld zou het de indruk wekken dat eden en beloften van Joden niets voorstellen, wat hun onbetrouwbaarheid zou aantonen.

Voor alle duidelijkheid: het gaat om geloften gedaan aan de Eeuwige, niet om die aan de medemens. Voor deze kan geen kwijtschelding worden verkregen, dat moet met de betreffende persoon zelf opgelost worden.

Sommigen zeggen dat het is ontstaan in die landen waar Joden gedwongen waren hun joods zijn af te zweren. Ten gevolge daarvan maakten ze geen deel meer uit van de joodse gemeenschap.  Maar eenmaal in het jaar, aan de vooravond van Jom Kippoer werd hen toestemming verleend om hun gedane eden en geloften, gedaan onder druk, nietig te verklaren, waardoor ze hun leven zouden behouden. Dit gold voor een jaar: van de vorige Jom Kippoer tot deze, of van deze Jom Kippoer tot de volgende.

Lezen we echter Bamidbar (Numeri) 15, dan zien we dat er voor een onopzettelijk je niet houden aan een belofte, kwijtschelding mogelijk was. Daarvoor moest men naar de priester gaan, een offer brengen en daarna werd de gelofte als niet gedaan beschouwd. Het was eigenlijk een uitspraak gedaan als in een gerechtshof. Vandaar de inleidende woorden: 

“Met de machtiging van het hemelse gerechtshof en met de machtiging van het aardse gerechtshof  met medeweten van de Alomtegenwoordige en met medeweten van de gemeente, verklaren wij het voor geoorloofd met de overtreders van de wet te bidden.”

We lezen in de Thora herhaaldelijk dat iemand een gelofte doet:  En Jacob deed een gelofte: “Indien de Eeuwige met mij zal zijn en mij behoeden zal op deze weg…… dan zal deze steen die ik heb opgericht een huis van de Eeuwige zijn en van alles wat U me schenken zult, zal ik U stipt de tienden geven” (Ber. 28: 20-22). Met Rosj haSjana hebben we het ontroerende verhaal gelezen van Hanna die geen kinderen kreeg. Toen deed Hanna een gelofte: “Here der Heerscharen, indien U werkelijk naar de ellende van uw dienstmaagd omziet en mij gedenkt en uw dienstmaagd niet vergeet, maar aan uw dienstmaagd een mannelijke nakomeling geeft, dan zal ik die voor zijn hele leven de Here geven…..”(Sam.1: 11, 12). Beiden komen hun geloften na.  

Uit deze voorbeelden blijkt dat deze geloften zijn gedaan onder bijzondere omstandigheden: de ene uit existentiële angst, de andere uit een intens verdriet. Maar een gelofte of een vloek  kan ook gedaan zijn in extase of zelfs woede. Verkeert men dan in een stemming om een weloverwogen beslissing te nemen of uitspraak te doen? Uit beide gevallen blijkt dat zowel Jacob en Hanna een groot vertrouwen hadden dat ze zich tot de Eeuwige konden richten in hun nood. Dat was hun enige zekerheid. De uitkomst niet.

Maar in Tenach staan ook voorbeelden van iemand anders die geloften doet en vervloekingen uitspreekt  of zweert…. En dat is de Eeuwige zelf! En ook Hij doet dat soms na een grote teleurstelling of in laaiende woede. Hij vervloekt Kain; na de zondvloed zegt Hij “Ik zal de aardbodem niet meer vervloeken omwille van de mens…” Wanneer de verspieders het volk tot wanhoop drijven met hun beangstigende berichten, waardoor ze niet op willen trekken om het land te veroveren, wordt de Eeuwige woedend en zweert: Evenwel, zo waar Ik leef (chai ani) en de heerlijkheid des Heren de hele aarde vervullen zal, geen van de mannen die Mijn heerlijkheid gezien hebben……zal het land zien, dat Ik onder ede aan hun vaderen beloofd heb…”(Bamidbar 14: 21 – 24) en met verwijzing naar dezelfde gebeurtenis:  Toen ontbrandde de toorn van de Eeuwige en Hij zwoer….(32:10). Maar hoe zit dat dan? Kan Hij zelf een gedane eed ongedaan maken? Wat is de consequentie van een dergelijke eed voor ons als volk en voor de volken die Hij vervloekt? Wanneer heeft Hij een bepaalde eed ongedaan gemaakt?

In de Thora lezen we herhaaldelijk dat Mozes bemiddelend optreedt voor het zondige volk, ook de profeten doen dat.

In de Talmoed (Baba Batra 74a) wordt verteld dat enkele rabbijnen onderweg zijn en met elkaar discussiëren. Een Arabier trekt met hen mee en wijst hen de weg in de woestijn, hij kent het gebied en weet b.v. waar water te vinden is.  Dan zegt hij tegen een van hen, Rabba bar Chana, kom mee, dan zal ik je de beenderen laten zien van de Israëlieten die in de woestijn zijn omgekomen en hij laat ze hem zien. Hij keert terug naar zijn reisgenoten en vertelt wat hij heeft gezien. Ik kort het verhaal in. Vervolgens neemt de Arabier hem mee naar de berg Sinaï. Hij ziet dat grote groepen schorpioenen daar omheen kruipen. Dan hoort hij een bat kol, hemelse stem, die zegt:

“Wee mij dat Ik heb gezworen, maar nu Ik dat heb gezworen, wie kan deze voor Mij nietig verklaren?” 

Hij keert terug naar zijn reisgenoten en vertelt wat hij heeft gehoord. Ontstelt vragen deze waarom hij op dat moment niet tegen de Eeuwige heeft gezegd dat zijn eed nietig is verklaard. Hij antwoordt: Omdat ik niet wist of Hij de eed bedoelde dat Hij geen nieuwe vloed over de aarde zou brengen. Wat zou de consequentie zijn geweest wanneer deze eed ongedaan zou worden gemaakt? (En soms hebben we als volk waarschijnlijk gehoopt dat Hij deze eed wel zou hebben ingetrokken). De anderen zeiden: maar waarom zegt Hij dan “Wee mij”? Dat kan alleen maar betekenen dat de eed betrekking had op het in ballingschap sturen van ons volk. De eed bleef dus bestaan.

Afbeeldingsresultaat voor kol nidrei Erev Yom Kippur: Kol Nidrei

bron: www.visitsarasota.com 

Rabbi Prof. Efraim Sprecher (hoofd van de Diaspora Yeshive in Jeruzalem) geeft hierop het volgende commentaar:  “Kol Nidrei betekent dus dat we moeten proberen onze geloften en beloften aan Hem te annuleren, zodat Hij zijn geloften en vervloekingen kan annuleren.” En dan met name die van het sturen in ballingschap. Is dit joodse logica of joodse wijsheid?

Dit verhaal in de Talmoed geeft aan dat zowel de Eeuwige als wij met onze gedane uitspraken in het reine moeten zien te komen. En dat is een moeilijke opgave. Laten we hopen dat we nooit in zulke omstandigheden komen te verkeren dat we zware uitspraken of geloften moeten doen. Maar ook dat de mensheid door haar gedrag de Eeuwige niet tot het uiterste drijft.

Goed vasten en Chatiema tova.

 

Dra. Gonnie Blok – Dragt, 9 oktober 2019 – 10 tisjri, erev Jom Kipoer 5780

 

Nieuws

Welkom bij de Liberaal Joodse Gemeente Twente,"Or Cha Lees meer >>
Information in English Lees meer >>
Wie zijn wij - de synagoge van Haaksbergen Lees meer >>

juli

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31