LJG Twente is er ook voor U.

21 september 2019 | 21 Elul 5779

Derasja voor Sjabbat Teroema

Derasja voor Sjabbat Teroema

 

“Een Bouwpakket Uit De Hemel?”

Vandaag hebben wij een indeling gehoord waar je denkt dat Mosjee instructies krijgt voor een bouwpakket!  Ikea is er nog net niet bij!  En ook in de Haftara lezing uit Kronieken vinden wij de later opgeschreven verhalen over het voorbereiden voor het bouwen van de Tempel.

Er zijn geleerden die van mening zijn dat de beschrijving van het bouwen en inkleden van het Mikdasj in Sjemot niet tot de oorspronkelijke Toratekst hoort, maar later aan het verhaal van de Uittocht werd toegevoegd door priesters uit een latere periode.  Je kan dat soms wel begrijpen als je de tekst van deze parasja, en delen van de anderen daar omheen leest – dat je soms vraagt: “hoe in hemelsnaam schlepten ze dit allemaal mee uit Egypte?”  Maar andere geleerden wijzen er op dat veel van de spullen die werden benoemd en gebruikt, onderdeel zijn, al duizenden jaren, van een nomadisch bestaan.  Terwijl wij misschien hier nooit uit komen, zijn veel rabbijnen het eens dat het ook gaat over de bedoeling van het bouwen.

De parasja – in het begin dat wij niet lezen vandaag – begint met  "Vraag de Israëlieten Mij geschenken te geven; neem van ieder die daartoe van harte bereid is een bijdrage in ontvangst. Zij moeten een heiligdom voor Mij maken, zodat Ik temidden van hen kan wonen. ‘V'asu li mikdasj v'sjachanti b'tocham’,"  En daarna omschrijft de parasja nauwkeurig hoe het Misjkan gebouwd moet worden.

De commentator Rashbam zegt dat het gebruik van het woord ‘troema’ of 'geschenk' hier betekent dat dit iets is dat elke persoon apart moet geven van zijn of haar eigen bezittingen. Maar hoezeer deze geschenken ook uit het hart moeten komen, het is niet alleen de gedachte die hier telt. God is heel specifiek over een lange lijst met geschenken die vereist zijn.  Daarnaast zou je kunnen toevoegen dat het niet zozeer is WAT we bouwen, maar HOE wij bouwen, dat iets vertelt over karakter. Het is niet zomaar een bouwpakket!  Er zijn, ook in de relatie van het voorbereiden, al momenten waar het duidelijk is dat er iets heiligs is, dat mensen met iets bezig zijn dat relationeel is.

Zoals ik eerder refereerde, zegt God tegen Mosjee: V'asu li mikdasj v'sjachanti b'tocham, "Laat hen Mij een heiligdom maken opdat Ik in hun midden zou kunnen wonen." Theoretisch had God het heiligdom niet nodig om onder de mensen te wonen. Per slot van rekening, heeft de God die het universum heeft geschapen en de zee heeft gespleten een door mensen gemaakte woonplaats nodig? Nee, wat God zegt is dat er menselijke inspanning vereist is als de mensen willen dat God tussen hen woont.

Pinchas H. Peli schreef over het gebod om geschenken voor het heiligdom te brengen: "Naast het directe doel van de campagne, om materialen te verzamelen voor de bouw van een heiligdom, dient het ook een educatief doel: om de mensen van passieve deelnemers in hun relatie met de (Eeuwige en als constante ontvangers van zijn gaven, om te zetten in actieve partners. De inwoning van God onder de mensen kan niet plaatsvinden zolang de mensen passief zijn en niets doen om het heilige in de wereld te brengen. “En laten zij Mij een heiligdom maken - dat Ik onder hen mag wonen” - Mijn wonen onder hen is op voorwaarde dat ze het heiligdom maken ... De mens moet beginnen op het pad naar God ... zodat God hem halverwege ontmoet als Zijn partner in de daad van heiligmaking.” 

Hoe prachtig sommige van onze heiligdommen ook zijn en hoe inspirerend onze plaatsen van aanbidding ook zijn, we begrijpen nog steeds dat het niet de plaats is waar we God vinden die van primair belang is. De fysieke ruimte is slechts één hulpmiddel, een middel om het heilige te bereiken. Het is zeker niet onbelangrijk, maar misschien is het meer voor de mens dan voor God dat er een centrale plek is waar wij fysiek op kunnen focussen, die fungeert als beit knesset, beit tefila, beit midrasj.

Wij kennen allemaal mensen die beweren dat ze God in de natuur vinden in plaats van binnen de muren van een gebouw. Onze traditie erkent dit ook, vooral in de alternatieve lezing van een vers van Malbim (Rabbi Meir Leibush ben Yechiel Michel), een commentator uit de 19e eeuw.  Hij koos ervoor om v'sjachanti b'tocham te lezen, "Ik zal onder hen wonen" als "Ik zal in hen wonen". Hij schreef: "... in hen, het volk, niet daarin, het heiligdom. Ieder van ons moet bezig zijn om een ​​tabernakel in ons eigen hart te bouwen zodat God daar kan wonen."  God is dus niet alleen binnen ons aanwezig, maar ook in de ander. God is ook aanwezig wanneer een persoon de waardigheid van een andere persoon erkent.

Er is een bekend verhaal van de grote Chassidische meester Rabbi Menachem Mendel van Kotzk. Hij vroeg enkele geleerde mannen die hem bezochten: "Waar is de verblijfplaats van God?" Lachend reageerden ze: "Wat een ding om te vragen! Is niet de hele aarde vol van Gods heerlijkheid? "  Menachem Mendel beantwoordde toen zijn eigen vraag: "God woont waar we God binnenlaten."

Afbeeldingsresultaat voor tabernacle bron: My Jewish Learning 

Om de Tabernakel te laten bouwen, moesten de Israëlieten hun hart openstellen voor God. Ze moesten hun eigen tijd en plaats overstijgen, hun eigen behoeften en wensen. Toen de Israëlieten het Gouden Kalf bouwden, dachten ze alleen aan hun persoonlijke zorgen. Hier vraagt ​​God hun om hun hart te openen voor iets dat groter is dan wat ze kunnen zien en aanraken.

God zegt tegen de Israëlieten dat als zij God een heiligdom bouwen, God in hen zal wonen (Sjemot 25: 8). Het is dus ook  interessant dat God letterlijk "in hen" zegt in plaats van "erin." We zouden denken dat God de tabernakel als Gods verblijfplaats beschreef.  Maar dat zou niet kloppen. Als de Israëlieten bereid zijn om een ​​Mikdasj te bouwen - een heilige plaats, een heiligdom - dan zal God in hen wonen. De heilige plaats is niet eenvoudigweg de tent van samenkomst. De heilige plaats bevindt zich in een hart dat is ontroerd om open te zijn. Gods tegenwoordigheid is te vinden in de tabernakel, maar Gods verblijfplaats zal in hun open en gewillige harten zijn.

Samuel Klein, een voormalig bestuurslid van  The Coexistence Trust, een interreligieuze groep in Engeland, schrijft, “Als we een gemeenschap willen bouwen waarin iedereen zich thuis kan voelen, hebben wij meer nodig dan visie en visionaire denkers. Alle leden moeten erbij betrokken zijn, waarbij het niet uitmaakt wat hun sociale of persoonlijke status is, hun kennisniveau en of ze goud of zilver of koper geven. Deze allesomvattendheid is het wezenskenmerk van wat werkelijk een Makom Mikdasj – een plaats van heiligheid - genoemd kan worden.”

Door ervoor te kiezen hun hart te openen in dienstbaarheid, waren de Israëlieten in staat zelf transcendent te worden en zo de Aanwezigheid van een Transcendente God in hun gemeenschap, in hun huizen en in hun harten te brengen. Het is het open en gewillige hart dat een poort creëert waardoor de Eeuwige en Grenzeloze God gevoeld kan worden in ons begrensde en beperkte midden.

 

Sjabbat sjalom

 

Wilhelmina Hein, 9 februari 2019 / 4 adar risjon 5779

 

Nieuws

Welkom bij de Liberaal Joodse Gemeente Twente,"Or Cha Lees meer >>
Information in English Lees meer >>
Wie zijn wij - de synagoge van Haaksbergen Lees meer >>

september

  • <  
  •   >
z m d w d v z
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30