LJG Twente is er ook voor U.

22 mei 2022 | 21 Iyyar 5782

Derasja voor Sjabbat Wajigasj

Derasja voor Sjabbat Wajigasj

Nu we een eind in december zitten gaat de wereld om ons heen weer bezig met terugkijken naar het afgelopen jaar. Wij Joden hebben daar zelfs twee momenten per jaar voor. Want voor Rosj haSjana doen we dat ook al. Maar zoals ik zei: de kranten, de tv, ook wijzelf gaan weer terugkijken en denken dan aan al het mooie en aan de rest van het afgelopen jaar. Dit jaar zullen veel mensen dat doen met de nodige melancholie. Wat als… wat als corona niet weer zoveel roet in ons eten had gegooid. Hoe zou Pesach zijn geweest, hoe Sjawoeot, hoe de zomervakantie, hoe de hoge feestdagen, hoe Chanoeka. Hoe zou een bijzondere verjaardag, huwelijk of jubileum zijn geweest; de party wegens iemands eerste oproep, de bat mitswa of ons eigen vijftigjarig jubileum? Ziekte, een overlijden, een begrafenis. Hoe zou het met mijn werk, met mijn zaak zijn geweest? En dan komen we al snel op het vervolg: hoe zal dat het komende jaar worden? Verzwakt die ziekte, verdwijnt die of zitten we er nog jaren aan vast; moeten we er maar mee zien te leven?

Wat als. Eigenlijk mijmeren we dat wel eens vaker in ons leven. Wat als ik toen en toen een ander pad had gekozen, waar was ik dan nu geweest? Werk, carrière, partner, gezin, maar ook hobby’s en andere bezigheden. En als je het allemaal over zou kunnen doen. Nader inzicht? Maak je dan weer die keuzes? Hoe zou het leven dan zijn gelopen? ‘Als ik alles van tevoren had geweten…‘ hoorde ik mijn moeder zo vaak zeggen.

Tweeëntwintig jaar moeten Josephs broers hebben nagedacht over hun levens sinds dat Joseph verdween. Want ze hadden er allemaal meer of minder mee te maken gehad. Wat als ze Joseph eens niet in die put hadden geworpen, wat als hij daardoor niet was verkocht? Wat als er eens geen hongersnood was geweest die ze naar Egypte had gedreven die ze oog in oog hadden gebracht met die despoot aan het hof, die van plan scheen te zijn hun familie nog verder in de sores te brengen. Wanneer Joseph zich uiteindelijk aan zijn broers bekend maakt worden hun ‘Wat-als’ vragen gedurende hun levens pas echt interessant. Wanneer Joseph de verbazing en ongeloof in de ogen van zijn broers ziet, zegt hij: ‘Ik ben jullie broer Joseph, die jullie naar Egypte hebben verkocht. En nu hoeven jullie niet verdrietig te zijn of boos op jezelf, dat jullie me hierheen verkocht hebben, want tot levensbehoud heeft God me voor jullie uitgezonden.’ En verderop: ‘Welnu, niet jullie hebben mij hierheen gezonden, maar God. …’ (Ber. 45:4 e.v.)

Joseph zei eigenlijk dat alles geheel anders is gelopen dan ieder had kunnen verwachten – en dat daar een Groter Plan achter heeft gezeten. Vergeet je schuldgevoel van al die jaren, in de overtuiging dat jullie misstap je alleen maar narigheid en ellende zou hebben gebracht. Je blindstaren op jullie levens die je hierdoor niet hebt kunnen leiden is niet erg productief. Joseph stelt zelfs dat hun keuzes die ze natuurlijk altijd als de slechtst mogelijke keuze hebben ingezien, heeft uitgepakt als een gezegende keus. Terugkijkend blijkt dat het verkopen van Joseph hem en de andere broers uiteindelijk ten beste is geweest.               

Dit verhaal over Joseph is een ultiem verhaal over Gods Plan dat zich over de jaren ontvouwt zonder dat alle spelers al die tijd doorhebben dat Gods Hand hierachter zit. Het begint allemaal met een jonge zelfverzekerde Joseph die erop los droomt tot grote ergernis van zijn broers en hem maar een verwende ijdeltuit vinden; zijn vader Ja’akov schijnt al wat anders te bespeuren, lezen we tussen de regels in Beresjiet 37:11. Hij ziet korenschoven en sterren die voor hem buigen. Profetie, zoals later bleek, maar ingevuld als arrogantie. Snel daarop wordt hij als slaaf verkocht naar Egypte waar hij zelfs tot in de krochten van een gevangenis afdaalt. Met nog twee dromen, nu die van farao, begint zijn beweging opwaarts en gaan we de inhoud van die dromen begrijpen. Rabbijn Jonathan Sacks zl. schrijft erover: ‘In het begin ziet niemand in dat die dromen profetieën zijn. Dat hij werkelijk voorbestemd was grootse dingen te verrichten en dat ieder ongeluk op zijn pad zijn aandeel zou hebben in de verwezenlijking van die dromen.‘ einde citaat. Ons probleem is dat we niet in de toekomst kunnen kijken. Sacks: ‘Pas wanneer we terugkijken zien we Gods voorzienigheid verweven met ons leven.’

De bronafbeelding bekijken

Bron: www.ancientegyptianfacts.com 

Rabbijn Sacks leert ons nog een les over de manier waarop God ons in onze levens leiding geeft. Joseph ging ervan uit dat hij zou worden geholpen uit die gevangenis te komen door tussenkomst van de koninklijke schenker die hij had geholpen. Maar in werkelijkheid vergeet die bediende Joseph zodra hij het gevang uitstapt. Pas twee jaar later weet Joseph vrij te komen. Dat omdat farao in paniek een droomuitlegger nodig heeft, niet eerder. Zo dacht Joseph op die ene manier vrij te komen, maar het werd een heel andere manier. Net zoals de broers plannen Joseph te verkopen en uiteindelijk blijken het de Jisjmaelieten te zijn geweest die hem al uit de put in Dothan bij Sjechem halen en hem meenemen naar Egypte en verkopen. Hieruit leren we dat we niet de enige meesters over ons lot zijn. Het is soms zo, dat we pas vele jaren later, terugkijkend, zien en begrijpen hoe een vorm van voorzienigheid over ons heeft beschikt.

De moderne mens heeft zichzelf overtuigd, dat hij de enige vormgever van zijn leven is. Met genoeg vernuft en hard werken kunnen we alles bereiken wat we willen. Alles is maakbaar en nog meer is te koop. De enorme technische vooruitgang maakt alles mogelijk toch. Soms hebben we pech. Dat is pech. Als gelovende Joden weten we dat niets verder weg is van het bestaan dan dat. Histadel wahitpalel – proberen en bidden dat het werkt. Maar uiteindelijk ligt het in Gods hand. ‘Der mensch tracht und Gott lacht,’ zeggen we in het Jiddisch. De mens wikt, doch God beschikt. Want hasjkacha, voorzienigheid, Gods Hand, is de basis van ons wereldbeeld. Gods Hand en een bissele mazzel, weten de nuchteren onder ons. Ons levenspad blijkt uiteindelijk toch mede te zijn uitgestippeld door iets wat meer is dan onze eigen inzet. Het is niet dat we echt de situaties waar het leven ons naar toe geleidt kunnen kiezen, maar wel hoe we hierop anticiperen. Hoe we er mee om gaan. Na de Sjoa keken we naar wat ons was overkomen. Dat was toch onvoorstelbaar? Onvatbaar, onbegrijpelijk. Een meteorietinslag was begrijpelijker geweest, ten minste beter aanvaardbaar. Waren we nu in onze eigen ogen slachtoffers of overlevenden van de vervolging? De slachtoffers vroegen zich af – Waarom ik? De overlevenden vroegen zich af – Wat nu? Maar samen moesten ze hun levens weer oppakken; een ander deed dat niet voor hen.

Nu 2021 afloopt en we zelf weer gaan vragen ‘Wat als?’, dan weet ik dat ten minste God er Zijn Hand in heeft gehad al weet ik niet hoe of waarom. Maar voor 2022 moet de vraag weer worden: ‘Wat nu en wat dan?’ 

Sjabbat sjalom.

 

Bert Oude Engberink, Sjabbat 11 december 2021 / 7 tewet 5782

Nieuws

Tijdens de Jom hasjoaherdenking 28 april in de snoge sprak Benjamin Schrijver als vertegenwoordiger van de joodse jeugd. Lees hier zijn speech. Lees meer >>
Baroech haba - Welkom bij de Liberaal Joodse Gemeente Twe Lees meer >>

mei

  • <  
  •   >
z m d w d v z
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31